Temporary 2

Nu moet het er maar weer eens van komen, ik ga naar het Stedelijk, dacht ik op die mooie zondagochtend. Ik had allang gezien dat het weer open was, niet het echte maar het Temporary Stedelijk 2. Temporary is nieuw Nederlands voor tijdelijk, dat wordt door alle kunstliefhebbers meteen begrepen, en ik geef toe: Tijdelijk Stedelijk klinkt raar. Waarom die lange aarzeling? Omdat ik de dierbaarste herinneringen aan het oude Stedelijk heb, en in Amsterdam heb ik langzamerhand het diepste wantrouwen tegen de razernij van de vernieuwing die zo vaak in halve ruïnes vastloopt.

Maar ik moet zeggen, deze keer had ik nodeloos geaarzeld. De nieuwe majestueus-moderne ingang staat nog steeds in de steigers, maar daar zeuren we nu niet meer over. Die oude ingang blijft magnifiek en daarna kwam ik in de vertrouwde omgeving. Ik heb er ongeveer een uur rondgelopen. Het eerste wat ik zag was een wand vol affiches die de geschiedenis van het museum vertellen. Beroemde tentoonstellingen, Dylaby, Bewogen Beweging waar ik voor het eerst werk van Jean Tinguely heb gezien.

Ik liep verder. Veel ogenblikken van herkenning. Een reeks Mondriaans, veel van Hendrik Werkman, een prachtig zelfportret met hoed en voile van Charley Toorop, werk van Kazimir Malevitsj, Willem de Kooning, Henri Matisse. Ik ga het verder niet allemaal opnoemen. Het Temporary 2 komt goed voor de dag. Toen vroeg ik een suppoost waar The Beanery van Edward Kienholz stond. Misschien had ik een leerling getroffen. Hij keek me een beetje glazig aan. De Beanery? Die hadden ze daar waarschijnlijk niet, hij had er in ieder geval nooit van gehoord. Dat komt dan nog wel. Hij hoort tot die misdeelde halve generatie die slachtoffer van de verbouwingswoede is geworden.

The Beanery hoort tot zijn meesterwerken. Kienholz heeft zich in 1965 laten inspireren door een café aan de Santa Monica Boulevard in Los Angeles. In zijn versie heeft het alles wat er in een echt café bij hoort. Flessen, glazen, asbakken, een telefoon, cafégeluiden. Bij de ingang hangt een krant van 28 augustus 1964, met als opening Children Kill Children in Vietnam. Het is er druk. Je kunt je tussen de bezoekers mengen. Die hebben in plaats van een hoofd allemaal een stilstaande klok op hun schouders. The Beanery is melancholie in de puurste vorm. Gekocht door het Stedelijk in 1971. Ik hoop van harte dat er binnenkort weer ruimte voor komt.

Ik liep de twee trappen op, à la recherche du temps perdu. Nog altijd twee maal negentien treden. Vroeger bereikte je dan een zaal waar grote publieke bijeenkomsten konden worden gehouden. Misschien nog wel maar het ontbrak me aan herkenningspunten. In ieder geval, daar liggen mijn eerste herinneringen aan het Stedelijk. Op 1 maart 1951 is hier de Podiumavond gehouden. Podium was een literair tijdschrift, toen van de Vijftigers. De zaal was stampvol. De talenten traden aan, eerst iemand die zich toen niet onvergetelijk heeft gemaakt en daarna Lucebert. Hij was iemand die vaak zacht, op een wat nadenkende toon voordroeg. Hij pakte een woordenboekje en las: lul, lulletje, en nog een paar van die woorden. Toen: De minister-president. De minister-president is een kanon. Piep piep piep piep. Volgende gedicht. Hij zei: Herfst, en keerde het glas water dat op de lessenaar stond, boven zijn hoofd om. Ten slotte stak hij een kerststerretje aan. Er waren al mensen boos weggelopen. Toen greep de brandweer in. De pers sprak er schande van. Goeie ouwe tijd.