Rosenthal vindt rebellen Libië toch representatief

Eerst zei minister Rosenthal dat Nederland de Libische rebellen niet zou erkennen. Nu doet Nederland dat wel, een beetje. „Ik houd bezwaren tegen volledige erkenning.”

De Libische opstandelingen krijgen alsnog gelijk. In mei kondigden zij eigenstandig al aan dat Nederland hen erkende als de legitieme regering van het land. Dat werd echter stelling ontkend.

Dat andere Europese landen, eerst Frankrijk en later Italië en Spanje, de Nationale Overgangsraad wel erkenden, ergerde minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD). Zij hielden tegen de afspraak in geen rekening met een Europees standpunt, vond hij. Dat standpunt was er niet. En is er nog steeds niet.

Rosenthal noemde de erkenning ook voorbarig: het is de vraag of de opstandelingen die vanuit het oosten van Libië het regime van Gaddafi bestoken voldoende representatief zijn voor het hele land. Bovendien: Nederland erkent geen regimes, alleen staten. Punt uit.

Maar na een ontmoeting gisteren in Brussel met de leider van de Overgangsraad, Mahmoud Jibril, zei de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Steven Vanackere, dat de Benelux de Overgangsraad tijdelijk erkent als „de legitieme vertegenwoordiger van het Libische volk”. Nederland ook, zei Vanackere.

Opnieuw niet juist, reageerde het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken direct. Nederland erkent de Overgangsraad niet, maar beschouwt deze tijdelijk als de representant van het Libische volk, zo laat minister Rosenthal per e-mail weten.

Vorige maand zei u dat de Overgangsraad beschouwd moest worden als cruciale gesprekspartner – „niet meer en niet minder”. Is er iets veranderd?

Rosenthal: „Ja, de toenemende representativiteit. En steeds meer landen, in en buiten de EU, beschouwen de Overgangsraad inmiddels als de legitieme vertegenwoordiger.”

U vond toch dat erkenning enkel in Europees verband moest gebeuren?

„Ik had en houd bezwaren tegen volkenrechtelijke erkenning met alle daarbij behorende rechten, zoals diplomatieke betrekkingen. Wij doen het dus anders dan Frankrijk, Italië en Spanje. We doen het precies zoals het Verenigd Koninkrijk.”

Snappen Libiërs dit onderscheid?

„Voor het Libische volk telt dat er snel een einde komt aan het conflict en dat het volk kan beginnen met de opbouw van een vrij en democratisch Libië. De wil en inzet van de Overgangsraad om daar aan bij te dragen wordt nu door ons beloond.”

Betekent deze erkenning ook dat de Nederlandse betrokkenheid bij Libië zal intensiveren?

„Onze betrokkenheid is momenteel militair, politiek en humanitair. We hebben van meet af aan gezegd dat we contacten willen met de Overgangsraad. Gericht op transitie in brede zin: hulp bij democratiseringsprocessen, opbouw van de rechtsstaat, mensenrechten en economische ondersteuning. Libië moet een stabiele rechtsstaat in een stabiele regio worden. Het land moet een gewone plek in de regio gaan innemen, zoals bijvoorbeeld Tunesië.”

Juist vandaag heeft minister Rosenthal samen met premier Mark Rutte (VVD) een ontmoeting met NAVO-chef Anders Fogh Rasmussen. Ze praten onder andere over de Nederlandse betrokkenheid bij Libië. De NAVO wil dat Nederland meer gaat bijdragen aan militaire activiteiten in Libië, bijvoorbeeld door mee te bombarderen. Nederland hield dat af. Rosenthal antwoordt in de e-mail zorgvuldig op de vraag wat hij Rasmussen te bieden heeft: „De boodschap is dat als verlenging van de missie aan de orde zou zijn, we die politiek zullen afwegen en we ook de militaire en financiële aspecten zullen laten meespelen. En dat er tegen air-to-ground-acties geen principiële bezwaren bestaan.”