Populisme besliste slachtdebat

In het civilisatieproces gaat het soms om zelfbedrog. Beesten die we van plan zijn om op te eten, mogen niet meer worden afgemaakt in een hoek van de keuken, maar wel ergens ver weg, op een verborgen plek. Wat niet ziet, wat niet deert.

Daarom vormde het debat over de rituele slacht zo’n opmerkelijke beschavingstoets. Alles liep door elkaar – godsdienstvrijheid, de verhouding tussen wetenschap en geloof, de meetbaarheid van leed, het begrip ‘dierenwelzijn’ en ons inlevingsvermogen met al wat leeft.

Daaronder ging het om de strijd tussen tolerantie en populisme. Hoe gaan we om met moslims en joden? Hoe dominant is het gesundes Volksempfinden?

Zo ingewikkeld maakte de Tweede Kamer het niet voor zichzelf toen ze de rituele slacht verbood. Ze baseerde zich op een rapport van de Wageningen Universiteit. Daarin werd beweerd dat rituele slacht meer leed veroorzaakt dan de slacht waarbij het dier eerst wordt bedwelmd.

Dat klinkt mooi – bedwelming, zoals wij onder narcose gaan voor een wortelkanaalbehandeling, maar de bedwelming van dieren betekent halfvermoorden door elektrocutie, vergassing of een kopschot.

Hoe wetenschappelijk was het Wageningse rapport eigenlijk? Dat wilde Ronnie Eisenmann, voorzitter van de Nederlands-Israëlitische Hoofdsynagoge, ook weten. Hij daagde zowel de universiteit als de Staat der Nederlanden vorige week voor de rechter. Ter zitting bleek pas dat de kosjere slacht, zoals die in Nederland plaatsvindt, helemaal niet was onderzocht. De opstellers van het rapport waren bovendien geen onafhankelijke wetenschappers. Ze waren in dienst van een privé-instelling. Die wordt rechtstreeks gesubsidieerd door de staat. Toch wilde de rechter het rapport niet onrechtmatig verklaren.

„Maar er is nu tenminste helderheid”, zegt jurist Eisenmann over het rapport, in een gesprek op zijn advocatenkantoor in Amstelveen. Hij toont mij studies van gerenommeerde, Amerikaanse hoogleraren. Zij stellen dat een goed uitgevoerde halssnede niet méér leed veroorzaakt dan de bedwelmde slacht. Bij bedwelming gaat in 10 procent van de gevallen iets mis. Dat betekent dat het dier alles voelt terwijl het in stukken wordt gehakt. Eisenmann: „De bedwelming gaat mis bij zeventien miljoen dieren per jaar, inclusief pluimvee, terwijl per jaar in Nederland maar 2.500 koeien op joodse wijze worden geslacht.”

Ging het in de politieke discussie over de rituele slacht om het wetenschappelijke bewijs voor de mate van leed dat het dier werd aangedaan? Nee. Het ging om het Volksempfinden – om beeldvorming bij een matig geïnteresseerd, manipuleerbaar en sentimenteel publiek.

Dat bleek drie maanden geleden. Toen bereikte de discussie over de rituele slacht een hoogtepunt, in het programma Pauw & Witteman. Daarin ging Eisenmann in gesprek met leider Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren.

Eisenmann kwam met rapporten en cijfers. Thieme bracht een filmpje mee. Dat lieten de presentatoren klakkeloos zien – van opzij gefilmde koeien die met een kopschot werden bedwelmd en vervolgens een frontale close-up van een koe die met droevige ogen recht in de camera kijkt, terwijl haar hals wordt doorgesneden. Eisenmann was kansloos. Het populisme won ruimschoots.

Het verbod op de rituele slacht vermindert niet het leed dat wij dieren aandoen. Dan laten we de jacht op eenden, konijnen en fazanten, de sportvisserij, het doden van insecten en de gehele bio-industrie nog buiten beschouwing. De godsdienstvrijheid die wij zo parmant in de Grondwet hebben staan, hebben we achteloos aangetast.

Een andere, pijnlijke bijkomstigheid is de open wond van de joodse gemeenschap. Die doet weer zeer. Het eerste wat de nazi’s deden, was het verbieden van de kosjere slacht. Deze keer gebeurt het niet uit antisemitisme, maar uit een mix van slechte wetenschap en kortzichtig populisme.