Oh, dat verongelijkte toontje in EU

De schrille toon die Nederland binnen de EU aanslaat, valt slecht bij de overige landen. Als dit zo doorgaat, worden we niet meer serieus genomen. Wat minder emoties en wat meer feiten graag, waarschuwt Adriaan Schout.

Als je niet beter wist, zou je denken dat geen land het zo moeilijk heeft met de Europese Unie als Nederland. De PVV dwingt het kabinet vanaf rechts tot een kritische houding tegenover de EU. Vanaf links roept de SP om vertraging van de Europese integratie. Ondertussen gaat het om enorme economische en politieke belangen.

Nederland maakt zich druk over van alles en nog wat. Symbolisch zeer gevoelig ligt de discussie over het EU-budget. Nederland is de grootste nettobetaler. Wij willen 1 miljard euro terug. In de eurocrisis voelt Nederland zich het slachtoffer van de zuidelijke landen. De immigratie in Nederland was vorig jaar hoog. Verder staan onderwerpen als vrij verkeer van personen en de uitbreiding op de Europese agenda. Nederland blokkeert de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot ‘Schengen’, met het oog op de betrouwbaarheid van hun grenzen en corruptiebestrijding. Ondertussen bestaan hier grote zorgen over arbeidsmigratie, zoals vanuit Polen. In dit politieke klimaat dringt de Kamer aan op het bewaken van soevereiniteit en op het bevriezen van de EU-begroting.

De regering is zich alleszins bewust van de zorgen in de samenleving. Respect voor de onvrede is niet populistisch, zoals Melvyn Krauss suggereerde (Opinie, 12 juli). Een tweedeling ligt op de loer. Lagelonenbanen worden beconcurreerd vanuit goedkopere lidstaten. De maatschappelijke toplaag profiteert van Europese samenwerking. De EU, altijd voorgespiegeld als land van melk en honing, wordt vooral gezien als kostenpost en als bron van fundamentele onzekerheden. De zorgen van de regering over het draagvlak voor de EU verdienen dus alle begrip.

De manier waarop Nederland deze zorgen binnen de EU verwoordt, is daarentegen minder goed te begrijpen. Het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Denemarken, Finland, Duitsland en Frankrijk zitten met dezelfde problemen. Toch voert Nederland de boventoon in de debatten. Barroso, het aangetreden Poolse voorzitterschap en de Europese media – zoals de Financial Times – bekritiseren de Nederlandse opstelling openlijk.

Wat Nederland in de Europese onderhandelingen anders maakt, is de emotionele verongelijktheid. Andere landen voeren de discussies thuis ook op het scherp van de snede, maar zijn in Europa eerder pragmatisch, flexibel, en tactisch.

Met de emotionele opstelling verliezen we de proporties uit het oog. Met betrekking tot de euro is vooral de relatie tussen Frankrijk en Duitsland van belang. Nederland zoekt graag de harde lijn met Duitsland, maar Berlijn moet compromissen sluiten met Parijs. Achteraf boos worden op Duitsland als het met Frankrijk voor minder strakke regels kiest, heeft geen zin.

Een eerste poging van minister Leers (CDA) om steun te zoeken in de EU voor de Nederlandse aanscherping van asiel- en migratiewetten, bestond vooral uit de vertaling van het Nederlandse gedoogakkoord in andere talen. Deze aanpak leidde tot vragen van de kant van de Europese Commissie over wat dan eigenlijk onze problemen zijn. De Commissie merkte over het probleem van de Oost-Europese arbeiders op dat slechts negen op de duizend een beroep doen op welvaartsvoorzieningen (veel minder dan Nederlandse werknemers). Daar staat tegenover dat ze veel vacatures vervullen. De Commissie waarschuwt Nederland dat het dus niet zomaar het vrije verkeer binnen de EU moet bedreigen, zonder de voor- en nadelen te hebben afgewogen. Oftewel – kom met een goed verhaal. Doe niet aan politiek zonder feiten.

Ook in de opstelling rond het EU-budget zou Nederland wat meer begrip kunnen tonen voor de context van de onderhandelingen. Het miljard, dat hier inmiddels een symbolische betekenis heeft gekregen, is maar één onderdeel in het debat. Waar het om moet gaan is dat er een begroting komt die bijdraagt aan groei en het inlopen van de achterstanden in Oost-Europa. Een van Ruttes eerste Europese daden was het openen van de aanval op het EU-budget, samen met Cameron. Door meteen naar het Britse kamp te lopen gaf hij het visitekaartje af waar iedereen al bang voor was.

De Nederlandse verontwaardiging kan beter worden ingeruild voor een strategie die wel werkt. Het is de toon die de muziek maakt. Polderen kunnen we binnenlands goed en vinden we ook belangrijk. De paradox is dat we dat binnen de EU niet doen.

Adriaan Schout is director EU studies op het Instituut van Internationale Betrekkingen Clingendael.