'Nieuwe Kuip moet er komen'

Ondanks het verval van Feyenoord houdt Rotterdam (drie betaaldvoetbalclubs, vorig jaar startplaats van de Ronde van Frankrijk) onverkort vast aan de ambities om een internationale sportstad te zijn. Dit najaar beslist de gemeenteraad over de bouw van een nieuw stadion voor Feyenoord, tevens een van de beoogde onderkomens voor de door Nederland gewenste Olympische Spelen van 2028.

Geldschieter en zakenman Pim Blokland spreekt van „een noodzakelijke investering”. In de huidige Kuip kan de club niet overleven, benadrukt de voorman van de Vrienden van Feyenoord. „Hier kunnen voor een wedstrijd driehonderd man eten, bij Arsenal drieduizend. We kunnen hier niks, met dit stadion zal onze begroting maximaal 40 miljoen euro bedragen.”

De gemeente zou garant moeten staan voor een lening van 150 à 200 miljoen euro én de negatieve grondexploitatie, die critici schatten op minimaal 200 miljoen. De raad twijfelt. De gemeente is gedwongen nog drastischer te bezuinigen dan de stad al van plan was, zo bleek dit voorjaar. De extra besparingen lopen op van 179,6 (2012) naar 257,3 miljoen euro (2015), en komen bovenop het totaalbedrag van 593 miljoen euro (2011-2015) dat Rotterdam vorig jaar al afkondigde.

Sinds begin jaren zeventig houdt de sportieve dadendrang van Feyenoord gelijke tred met de grootstedelijke ambities van Rotterdam. Het moest groter, beter en hoger, want het was ondanks de wederopbouw nog te veel een stad met twee gezichten: ’s werelds grootste haven, maar in de ‘lege’ binnenstad nog te weinig vertier en bedrijvigheid. In de jaren zeventig was daar de sociale vernieuwing, gevolgd door het baanbrekende en stedenbouwkundige aanvalsplan Nieuw Rotterdam van burgemeester Bram Peper (1982-1998).

Feyenoord sloeg mijlpalen, de stad deed vrolijk mee. Hand in hand, geheel in de geest van het onverwoestbare clublied dat vrijwel iedere Rotterdammer uit zijn hoofd kent. Titels werden gewonnen, sportevenementen werden binnengehaald, bruggen en gebouwen verrezen. Al was dat steeds vaker tegen de verdrukking in. Want de haven bleek niet meer de grote banenmotor van weleer, de suprematie van Feyenoord was geen vanzelfsprekendheid meer.

Toch doen en deden Feyenoord en Rotterdam in geldingsdrang niet voor elkaar onder. Zelfs de leuzen van de Siamese tweeling zijn inwisselbaar: ‘geen woorden, maar daden’ (Feyenoord) versus ‘sterker door strijd’ (gemeente Rotterdam).