Met de toerbus naar de grotten van Mao Zedong

Een ‘rode’ renaissance, nostalgie of slimme propaganda? Voor Chinese zakenmannen zijn het drie dezelfde woorden voor geld verdienen.

Toerbussen slingeren in colonnes door Yanan richting het Revolutionaire Museum, de eerste stop op heilige, revolutionaire bodem. De ‘rode toeristen’ hebben haast. De grotten waar Mao Zedong, Zhou Enlai en Deng Xiaoping dertien jaar lang de revolutie beraamden en het spektakelstuk ‘De verdediging van Yanan’ – met echte soldaten, tanks en een vliegtuig – staan nog op het programma.

Het maken van de groepsfoto’s voor het museum kost tijd, want het regent en de hitte beslaat de lenzen. Net beëdigde officieren zweren met een rode vlag in de hand opnieuw trouw aan de partij; de werknemers en gepensioneerden van twee fabrieken bij Peking hebben zich verkleed in de blauwe werkpakken waarin Mao zich soms liet fotograferen. Een pas getrouwd echtpaar heeft Yanan uitgekozen voor de huwelijksreis.

„Ons bedrijf kiest steeds een andere rode bestemming uit voor de jaarlijkse groepsreis”, vertelt Li Hua die samen met zijn vriendin vorig jaar in Shanghai is geweest waar de Chinese Communistische Partij (CPC) is opgericht en ook Shaoshan heeft bezocht, het geboortegehucht van Mao. „Wij zijn erg geïnteresseerd in de geschiedenis van ons land en je krijgt een beter beeld van de opofferingen en de erbarmelijke omstandigheden van toen”, zegt hij als ze bij het opgezette paard van Mao zijn aangekomen. Zijn vriendin vindt de uitstalling van wapens en de tableaus met oorlogstaferelen te krijgszuchtig.

Niemand blijft lang hangen, want om half elf begint de eerste voorstelling van ‘De verdediging van Yanan’, de legendarische slag tussen communisten en nationalisten in 1947. Tweemaal daags spelen geüniformeerde studenten en werknemers van het bedrijf Rode Klassiekers de strijd op realistische wijze na. Er stroomt kunstbloed, de explosies veroorzaken schokken in het publiek, kruitdampen waaien over het veld, tanks veroorzaken stofwolken en er wordt zelfs een vliegtuig ingezet. Wie mee wil doen aan de strijd, moet een euro extra betalen.

Yanan, het oorlogshoofdkwartier van de communisten die hier in de provincie Shaanxi neerstreken na de Lange Mars, is uitgegroeid tot een van de belangrijkste bestemmingen in het rode toerisme (hong se lu you). Alleen naar Shanghai, waar de partij is opgericht, en Peking met Mao’s mausoleum, trekken meer binnenlandse toeristen. Tijdens de maandlange viering van de negentigste verjaardag van de CPC is het op alle „rode locaties” hoogseizoen, ook vanwege de school- en universiteitsvakanties. In Yanan alleen zullen de records van 2010 – 14,5 miljoen bezoekers, 1,5 miljard euro aan omzet – worden gebroken.

Noem het een rode renaissance, slimme propaganda of een golf van nostalgie. Voor de Chinese zakenman Chu Xianyi, eigenaar van Rode Klassiekers, zijn dat andere woorden voor geld verdienen. „De toerismemarkt in China groeit ongelofelijk snel, het rode toerisme is de motor van die markt”, zegt hij telefonisch vanuit Hangzhou waar zijn onderneming is gevestigd. Hij heeft plannen om ook het centrum van het tamelijk naargeestige Yanan om te bouwen tot een rood themapark. Uiteraard zijn de lokale autoriteiten nauw betrokken bij dit idee, zij weten dat zij een goudader hebben aangeboord.

„En daar niet alleen. Iedere stad of streek, die voorkomt in de analen van de CPC, probeert net als Yanan, Hunan, Shanghai en Peking te verdienen aan het rode toerisme. Er zijn op dit moment zeker 3.500 steden en streken die zich presenteren als bestemmingen voor het rode toerisme”, zegt Wang Guo, een toerisme-expert aan de Pekingse Universiteit voor Technologie.

Exacte, landelijke cijfers over de omvang zijn er niet. Chinezen besteden ongeveer 15 miljard euro (2010) aan binnenlandse reizen. Verwacht wordt dat deze bestedingen dit jaar met ongeveer 15 procent zullen groeien. „Het is gezien de successen van Yanan en van Mao’s geboortedorp waarschijnlijk dat het rode toerisme goed is voor eenderde van de hele sector”, schat Wang Guo. Niet meegerekend zijn de omzetten die de producenten van Maoprullaria (sleutelhangers, T-shirts, beeldjes, sigaretten, koffiebekers) maken.

De overheid omarmt uiteraard deze sector van het toerisme, zoals ook de reizen naar Tibet en de renovatie van Tibetaanse kloosters worden bevorderd om politieke redenen. „Het rode toerisme is heel duidelijk een politiek project om het aanzien en de legitimiteit van de partij te vergroten’’, zegt Wang Guo. Jongeren zijn in de ogen van de autoriteiten de doelgroep en daarom zijn schoolreizen naar rode locaties verplicht.

Het enthousiasme waarmee ondernemers het rode toerisme willen bevorderen, gaat de overheid soms ook te ver. Een plan van Rode Klassiekers om in Chongqing met 350 miljoen euro een reusachtig themapark met theaters, hotels en restaurants te bouwen is deze week afgekeurd. Economisch onhaalbaar en vooral veel te luxueus, was het oordeel.

Dat is een wat schijnheilig argument, want lokale autoriteiten, reisbureaus, hoteliers en restaurants verdienen vermogens aan de rode toeristen. Neem de bakermat van de CPC, het bakstenen gebouw in Shanghai waar het eerste partijcongres werd gehouden. Het staat in het duurste winkel- en uitgaansgebied van de stad, in Xintiandi, het toppunt van luxe en glamour. Rode toeristen schuifelen hier langs geparkeerde Ferrari’s, die aan de overkant worden verkocht. Tegenover het museum hangen advertenties van Gucci en de steeg naar de ingang voert ook naar Italiaanse restaurants met New Yorkse prijzen en de disco’s waar de gouden jeugd van Shanghai ’s nachts danst. Scholieren met witte snoeren van iPods in hun oren en jonge, welvarend ogende ouders zijn in de meerderheid. Een groep van buiten de stad met rode petjes op kijkt verbaasd naar een passerende Maserati. In Xintiandi, dat „Nieuwe hemel op aarde’’ betekent, rijden meer Chinese yuppen in dit statusmerk.

Verkopers van CPC-parafernalia en namaak Louis Vuittontassen en een bedelaarster met een grote wond op haar been worden door de particuliere bewakingsdienst van Xintiandi met zwaaiende armgebaren weggejaagd. „Ja,ja, ik weet het, de Communistische Partij is hier opgericht, ik weet het, ik ga al”, gromt een van de verkopers die een tas met onverkochte Mao-bekers meezeult.