Markten zitten in 'la-la-land'

Zet je schrap! Zet je schrap! Ach laat ook maar.

Dat is de stemming op de geldmarkt van de aflopen tijd. Ja, de eurozone dreigt uiteen te vallen, Italië ligt nu ook al onder vuur en Ierland is door kredietagent Moody’s afgewaardeerd tot junk. En ja, president Obama en het Amerikaanse Congres stevenen intussen af op een potentieel armageddon op 2 augustus, als het Amerikaanse schuldplafond niet wordt verhoogd en de staat dreigt niet langer aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Dat laatste was aanleiding voor een rake cartoon in de Boston Globe, waarin een olifant (de Republikeinen) een auto bestuurt die op een afgrond afstuift, met Obama als bijrijder.

Olifant: „Laten we chicken spelen!”

Obama: „Maar we zitten in dezelfde auto!”

Olifant: „Niet praten tegen de bestuurder!”

Maar toch, ook al tuimelen de koersen van banken in de Europese Unie, stijgen de effectieve rentes op Spaanse en Italiaanse obligaties, staat de goudprijs op recordhoogte en bereikt de euro dieptepunt na dieptepunt tegenover de Zwitserse franc, er is nog steeds sprake van een relatieve rust op de markt waar het in de kredietcrisis werkelijk om ging. Op de interbancaire markt, waar banken elkaar geld lenen, is over het algemeen weinig te merken van een aanstormende crisis. Pas als banken elkaar dusdanig wantrouwen dat zij met hun onderlinge transacties stoppen, komt het financiële systeem echt in gevaar.

Hoe kan dat? Rob Carnell, de Londense topeconoom van ING schreef er een puntige analyse over (Brace! Brace! Oh, why bother.), waaraan de beginzin van dit stukje is ontleend. Wie naar de belangrijkste indicatoren voor bankenstress kijkt, moet constateren dat er nog weinig aan de hand lijkt.

Het verschil bijvoorbeeld tussen de interbancaire rente over drie maanden en de kortlopende ‘swaprente’, dat tijdens de kredietcrisis hoog opliep, is nu nog steeds heel bescheiden. Hetzelfde geldt voor de fundingkosten van dollars voor Europese banken, al is dat mede te danken aan het feit dat de Amerikaanse centrale bank de dollarpijplijn wijd open houdt.

Maar is dat een teken van stress? Nou, nee.

Nu is het volgens Carnell mogelijk dat een groot aantal deelnemers aan de financiële markten zich in ‘la-la-land’ bevinden, waar ze met de vingers in de oren heel hard zingen om het slechte nieuws niet te horen. Omdat ze geloven dat de verschillende crises zichzelf uiteindelijk wel oplossen, met welk halfslachtig compromis dan ook.

Maar het is even aannemelijk dat de markten geen armageddon incalculeren, omdat dat simpelweg niet loont. Het innemen van defensieve posities is zwaar verliesgevend als zich telkens weer geen echte crisis voordoet. Het is voor individuele bankiers en handelaren hét recept om klanten, en uiteindelijk hun baan, kwijt te raken. En dus doet vrijwel niemand het.

Per slot van rekening reageerden de interbancaire markten tijdens de kredietcrisis ook pas echt toen de crisis daadwerkelijk losbrak. Conclusie: aan de rust op de bancaire markt is eigenlijk niets voorspellends af te lezen over de nabije toekomst. En dat is hoogst actueel: aanstaande vrijdag nabeurs worden de resultaten van de stresstests van Europese banken bekendgemaakt.

In de aanloop daarnaartoe heb je weinig aan de financiële markten zelf. Terwijl Peter liggend in het veld op een strootje kauwt, zal de rest van zijn dorp de eventuele wolf pas zien als het al te laat is.

Maarten Schinkel

Maarten Schinkel is economieredacteur en commentator van NRC Handelsblad en nrc.next