Jonge spelers vellen vonnis over club met rijk verleden

Het nieuwe voetbalseizoen begint over drie weken, maar Feyenoord heeft door het vertrek van Mario Been geen trainer meer. De teloorgang van de roemrijke volksclub uit Rotterdam-Zuid, die de verwoeste stad na de oorlog weer allure gaf, lijkt onstuitbaar.

Elke zomer komt in Rotterdam-Zuid de zegen van boven. Geld of geen geld, de helikopter landt. Bovenop de middenstip, hartstochtelijk toegejuicht door het hondstrouwe Legioen dat, zoals altijd op de Open Dag, weer massaal de weg naar de Kuip heeft weten te vinden. ‘Aanwinsten’ drentelen onwennig naar buiten, geïmponeerd als ze zijn door het heldenonthaal in wat nog altijd geldt als ‘de voetbaltempel van Nederland’.

Een nieuwe voetbaljaargang is aanstaande, de spoken uit het verleden zijn verjaagd. De Kuip als het jaarlijkse bedevaartsoord van de hoop en de hunkering. Het onverwoestbare clublied klinkt uit volle borst: Hand in hand, kameraden! Hand in hand, voor Feyenoord I! Geen woorden maar daden, leve Feyenoord I! Rotterdam, stoere havenstad en tweede stad van Nederland, leeft en iedereen mag het weten. Altijd is daar de echo van het verleden: het verwoestende bombardement van mei 1940, de daaropvolgende wederopbouw en de kroon op het werk, de winst van de Europa Cup I in mei 1970. Door Feyenoord, de club die de verwoeste stad weer internationale allure verschafte.

Feyenoord is geen voetbalclub, Feyenoord is een religie. Een diepgewortelde liefde die van generatie op generatie gaat, en waar niet aan te ontsnappen valt. Rotterdammers zeggen dat zo: „Van je vrouw kan je scheiden, van Feyenoord kom je nooit meer af”. Een club van het volk kortom. Geen club in Nederland met zo’n grote supportersschare als de voetbaltrots uit Rotterdam-Zuid. Overal komen ze vandaan: van Delfzijl tot Schin op Geul, van Den Helder tot Zevenaar. Het rood-wit zit in hun bloed.

Supporter zijn en blijven ze, tot in de dood. Maar supporter van wat? Van een club die al jaren geplaagd wordt door financiële zorgen en een gebrek aan realiteitszin. Een club ook die van incident naar incident holt, en zichzelf voortdurend in de voet schiet. Het laatste slachtoffer: trainer-coach Mario Been. Een ‘kind van Zuid’ nota bene, want gevormd en opgeleid in de Kuip, die dinsdagavond zijn conclusies trok en opstapte na een motie van wantrouwen van zijn spelers in hotel De Heerlijckheijd van Ermelo. Begin dit jaar sneuvelde al een andere oer-Rotterdammer, technisch directeur Leo Beenhakker, die tevens Beens beschermheer („Ik ben gek van die kleine”) was. Conclusie: het desperate Feyenoord vergiet nu ook zijn eigen bloed.

Oud-burgemeester Bram Peper (71) slaakt een diepe zucht als de naam van de gevallen topclub valt. „Het is niet te geloven.” Nog geregeld komt Peper, zelf ooit een verdienstelijk profvoetballer bij RCH, over de vloer in Rotterdam-Zuid. Zijn analyse? „Feyenoord heeft geen gezicht, de club gaat al jaren gebukt onder een machtsvacuüm. FC Twente heeft [voorzitter] Joop Munsterman, PSV had Harry van Raaij, en Ajax had Michael van Praag. Mannen met gezag, mannen met een visie. Maar wie heeft Feyenoord? Niemand. Het zijn een voor een functionarissen die ongetwijfeld met de beste wil van de wereld hun werk doen, maar die geen enkele autoriteit bezitten, en dat al helemaal niet afdwingen.”

Feyenoord had Jorien van den Herik, maar de ‘Grote Kale Leider’ – GKL in de volksmond – moest vijf jaar geleden plaatsmaken na een paleisrevolte in de Kuip en een slepend conflict met de FIOD. De succesvolle zakenman had zoveel vijanden gemaakt tijdens zijn ‘dictatoriale bewind’ dat hij, opgejaagd door de supporters, gedwongen werd om troonsafstand te doen. Peper: „Je mag zeggen en denken van Van den Herik wat je wil, maar hij was wel de man die de lijnen uitzette en Feyenoord smoel gaf. Dat mis ik nu. Het leiderschap is diffuus.”

Dat gevoel leeft breder. Onder Van den Herik was het ondenkbaar geweest dat ‘een stelletje tieners’ in het geniep het vonnis zou vellen over een trainer, zoals Been overkwam in wat nu al ‘het verraad van Ermelo’ wordt genoemd. Zijn voorganger Gert-Jan Verbeek overkwam hetzelfde, toen hij in januari 2009 het veld moest ruimen na een muiterij in de spelersgroep. „Het bestuur had Been wel wat meer steun kunnen verlenen”, zegt oud-trainer en -speler Rinus Israel.

‘IJzeren Rinus’, zoals zijn bijnaam luidt, vreest het ergste. Been is immers aan de kant gezet door spelers, die mede debet zijn aan een rampzalig seizoen. Feyenoord eindigde in de voorbije voetbaljaargang uiteindelijk op de tiende plaats, maar verkeerde lange tijd in de degradatiezone. Het dieptepunt was de 10-0 nederlaag tegen PSV – de grootste nederlaag uit de geschiedenis van de veertienvoudig landskampioen. Israel: „Hebben deze spelers wel enig recht van spreken? Als ze straks niet goed beginnen aan de competitie, vraag ik mij af of dat elftal bestand is tegen de druk. Zij hebben de trainer weggestuurd, en dat is een jongen van de club.” De druk zal hoe dan ook groot zijn, stelt Israel. „Van supporters en de mensen van buiten, en deze spelers hebben niet het niveau om zich daar uit te werken.”

Van den Herik gold lange tijd als ‘de redder van Feyenoord’, omdat hij kort na zijn aantreden, begin jaren negentig, met eigen middelen voorkwam dat de club werd meegesleept in de financiële ondergang van hoofdsponsor HCS. Onder zijn leiding won Feyenoord bovendien nog aansprekende prijzen: twee landstitels (1993 en 1999), drie KNVB-bekers (1992, 1994, 1995) en – zijn persoonlijke hoogtepunt – de UEFA Cup (2002).

Het was, met terugwerkende kracht, de laatste opleving van de doodzieke patiënt. Daarna trad het verval echt in. Sterspelers vertrokken, afgeschreven vedetten kwamen, en de schulden stapelden zich op. „Elk jaar is er de verwachting dat Feyenoord meedoet om het kampioenschap, en daar zijn de uitgaven ook op gebaseerd”, constateert Israel. Maar de laatste jaren ontbreken inkomsten uit de Champions League of Europa League.

Patrick van der Klooster (40) is directeur van het architectuurcentrum AIR in Rotterdam. Acht jaar lang was hij seizoenkaarthouder in de Kuip, totdat hij drie jaar geleden besloot zijn jeugdliefde nog slechts op afstand te volgen. „Het klinkt misschien lullig, maar acht jaar lang was het telkens hetzelfde liedje in de rust: de koffie was op. Niemand die zich daar om bekommerde, niemand die er wat aan deed. Het was nu eenmaal zo. Het punt is: ik zie geen groei. Het is routine, en erger nog: routine in fouten. In alle geledingen ontbreekt het Feyenoord aan niveau. Men rommelt maar wat aan, niemand voelt zich verantwoordelijk.”

Feyenoord is bovendien gevangen door het eigen glorieuze verleden. Zelfs in de boezem van de club valt die hartenkreet op te tekenen: „Alle ellende begon op die mooie dag in 1970.” Bedoeld wordt – paradoxaal genoeg – 6 mei 1970, de dag waarop Feyenoord in Milaan, als eerste club in Nederland, de Europa Cup I won, ten koste van het Schotse Celtic (2-1). Sindsdien is de club stelselmatig het slachtoffer van de eigen, opgeklopte verwachtingen en de dito financiële misrekeningen. Israel: „Feyenoord heeft simpelweg op te grote voet geleefd. Rond 2004 waren er bijvoorbeeld meer dan 65 contractspelers. Dat betekent een enorme inbreuk op je financiën.”

Ook voormalig aanvaller en clubicoon Ove Kindvall, maker van het winnende doelpunt tegen Celtic, is droevig gestemd. „In mijn tijd hadden we de beste ploeg ter wereld. En in die tijd was Feyenoord ook een van de rijkste clubs ter wereld. Maar zo is het niet meer. Het ziet er niet goed uit voor Feyenoord, dat gaat mij aan het hart.”

Anno 2011 is Feyenoord geen topclub meer, maar een modale club met al even modale spelers, die blij mag zijn met een plaats in de middenmoot. Eigen talent neemt de benen zodra de kans zich voordoet. Georginio Wijnaldum (20) tekende anderhalve week geleden een contract bij PSV, tot woede van een deel van de supporters. Op internet werd de aanvallende middenvelder weggezet als „een NSB’er”. Leroy Fer (21) flirt al enkele weken met FC Twente, een club die tot voor kort lager in de pikorde van het Nederlandse voetbal stond dan Feyenoord. Uit woede over zijn dreigende vertrek pakte een ‘fan’ hem zaterdag hardhandig bij de keel. Het Verdriet van Rotterdam kent een grimmige zijde.

Want ook dat is Feyenoord: een club die tot in alle uithoeken van Europa berucht is om zijn gewelddadige aanhang. Vijf jaar geleden ontaardde een Europa-Cupduel tegen AS Nancy in een veldslag. Honderden hooligans richtten vernielingen aan in de binnenstad en leverden in het Stade Marcel Picot strijd met de Franse politie. De Europese voetbalbond stuurde de toch al armlastige club een gepeperde rekening: 125.000 euro. Bovendien werd de club voor enige tijd uitgesloten van deelname aan Europees voetbal. Gevolg: nog minder inkomsten.

Desondanks komt elke zomer de zegen van boven in Rotterdam-Zuid. Geld of geen geld, de helikopter landt.

Mark Hoogstad

(Met medewerking van Dolf de Groot)