'Ik twijfelde te veel'

Naam: Steven Rooks

Leeftijd: 50

Tourprestaties: twee ritzeges, winnaar bergklassement en 2de in algemeen klassement (1988)

„Je moet tegenwoordig honderd procent zijn als je aan de Tour begint. In mijn tijd hoefde je niet onmiddellijk super te zijn. Je kon de eerste week gebruiken als doorgedreven training. Wij hadden vaak etappes van meer dan 240 kilometer. De eerste drie uur reden we vaak nog geen 35 kilometer per uur. De etappes zijn nu korter, ze vliegen er onmiddellijk in. Als je nu niet super bent vanaf dag één, verlies je te veel energie en ben je niet hersteld voor de bergritten.

„In mijn tijd werd de bergtrui gewonnen door echte klimmers. Ik ben in 1988 niet vertrokken met het plan om de bolletjestrui te winnen. Ik ging voor geel, en behaalde zo punten in het klimmersklassement. Pas toen ik besefte dat ik geen geel zou halen, ben ik op de bolletjestrui gaan mikken.

„Wij verkenden die bergen niet op voorhand. We hadden natuurlijk wel hoogtestages, maar specifiek verkennen deden we nooit. Dat is ook niet nodig, vind ik. Je hebt het rondeboek, waar al de stijgingspercentages in staan. Je hoeft elke bocht niet te kennen om hard naar boven te rijden.

„Luz-Ardiden is de eerste test voor de toppers. Wie goed is, valt vandaag aan. Ik denk dan vooral aan Contador en de Schlecks, eventueel ook Cadel Evans. Luz-Ardiden lag mij wel. Het is een ongelijkmatige klim, met veel variatie in de percentages. Er valt altijd wat te beleven. In 2003 werd de Tour er beslist, toen Armstrong viel en Ullrich op hem wachtte. Een stommiteit. In Ullrichs geval was ik doorgereden. Armstrong had nooit op hem gewacht.

„In 1988 won ik op Alpe d’Huez. Alle campings en hotels zaten die dag vol Nederlanders. Ik was ontsnapt met Delgado, die op de slotklim tempo maakte om tijd te nemen in het algemeen klassement. Op drie kilometer van de top zijn Theunisse en Parra teruggekomen. Delgado zat stuk. Op anderhalve kilometer ben ik gegaan. Alles deed pijn. Mijn benen explodeerden, mijn longen stonden op springen, maar je hebt gezien dat ze je even niet volgen, dus je zet door. Ik ga verdomme op Alpe d’Huez winnen, dacht ik.

„Als je op je achtentwintigste tweede wordt in de Tour, denk je natuurlijk dat je hem ook kan winnen. Het jaar erop probeerde ik het ook, maar het is mij nooit gelukt. Ik had altijd wel een slechte dag, en dat gaat malen in je hoofd. Je mag in zo’n Tour nooit twijfelen. Ik twijfelde te veel.”