Het blowverbod in 4 vragen (en antwoorden)

Bordje met blowverbod op de hoek van de Jan Evertsenstraat en het Hudsonhof Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060202

De gemeente Amsterdam kan geen plaatselijke blowverboden afkondigen, omdat het bezit van softdrugs al is verboden in de Opiumwet. Die uitspraak van de Raad van State, het hoogste bestuursorgaan van Nederland, heeft wat uitleg nodig.

NRC-redacteur Annemarie Kas legt de uitspraak die de Raad van State gisteren deed in 4 vragen en antwoorden uit:

1. Waarom doet de Raad van State hierover uitspraak?

Een groepje Amsterdammers uit de Hemonystraat in de Pijp vroeg daarom. Zij wilden dat burgemeester Eberhard van der Laan op de kinderspeelplaats in hun buurt een softdrugsverbod zou afkondigen, omdat blowende jongeren daar overlast veroorzaakten voor de spelende kinderen. Cohen wees dat verzoek in 2009 af, omdat hij de maatregel te zwaar vond. Nu blijkt dus dat die Algemene Plaatselijke Verordening, op basis waarvan de Amsterdammers wilden dat Van der Laan in actie zou komen, in strijd is met de landelijk geldende Opiumwet.

2. Dus er kan niets tegen worden gedaan?

Jawel, alleen dat mag niet meer gebeuren op basis van een blowverbod. De Raad van State verwijst in haar uitspraak naar een andere mogelijkheid die de gemeente heeft: een gebiedsverbod voor mensen die overlast geven. Glashelder, zegt een woordvoerder van de gemeente Amsterdam: „Het maakt de bewoners van de Hemonystraat echt niet uit of er nou een blowverbod geldt, of dat we straatcoaches langs sturen. Als de overlast maar verdwijnt.”

3. En die bordjes gaan weg?

Daar buigen de juristen van de gemeente zich nog over. Waarschijnlijk moeten ze weg, zegt de woordvoerder, omdat de Algemene Plaatselijke Verordening die dus onwettig is, erop vermeld staat. Aan de gemeente Heerlen dus het advies om voorlopig geen bordjes te laten maken; Heerlen heeft net eenzelfde verordening aangenomen, waardoor een softdrugsverbod mogelijk zou worden. De gemeente Heerlen wil die verordening niet gelijk weer intrekken, maar afwachten wat een strafrechter van het verbod vindt. „We hebben een extra instrument nodig om blowende jongeren die overlast geven, te kunnen aanpakken.”

4. Hoe zit het dan met het Nederlandse gedoogbeleid?

Dat lijkt steeds meer te worden ingeperkt. Gemeenten en coffeeshops spraken bijvoorbeeld altijd in zogeheten gedoogbeschikkingen af dat coffeeshops softdrugs als wiet en hasj mogen verkopen. De Raad van State deed in juni een uitspraak waaruit bleek dat zulke regulering óók niet meer mag. Met dezelfde redenering: in de Opiumwet staat nu eenmaal een absoluut verbod op verkoop van softdrugs. Om die reden mag een gemeente dus niet buiten de wet om tot nadere regulering overgaan in de Algemene Plaatselijke Verordening.