Een kerktoren die een 'oh lala-gevoel' oproept

Pastoor Leo van Ulden heeft een toren ontworpen voor de onvoltooide Sint Martinuskerk in Sneek. Een doorzichtig bouwwerk dat „de stad boven de horizon zal tillen”.

Sneek mist een echte skyline, vindt pastoor Leo van Ulden (69) van de Sint Martinuskerk. „De stad is van veraf onzichtbaar. Mede door het opschietende groen zie je bijvoorbeeld de Waterpoort niet meer.” Jammer, vindt hij en daarom ontwierp Van Ulden zelf een „zwierige kerktoren” die de onvoltooid gebleven Martinuskerk bovendien na 140 jaar „af” maakt. Twee vliegen in één klap. Zo geef je Sneek een imposant stadssilhouet en de katholieke kerk aan de Singel zijn nooit gebouwde toren. „De toren moet op het pleintje los voor de kerk komen”, vertelt de pastoor in zijn ontvangstkamer, waar het model op tafel staat. „Hij wordt 72 meter hoog en bestaat enkel uit stalen contouren. Er moet zo’n 400.000 kilo staal voor worden gebruikt.” Een doorzichtige toren dus. „Hij wordt de wegwijzer naar het Sneker stadshart.”

Van Ulden is kenner van kerktorens. Toen de Franciscaan 28 jaar geleden naar Sneek kwam, vond hij de kerk zonder toren al incompleet.

Architect Pierre Cuypers (1827-1921), die onder meer het Rijksmuseum ontwierp, schetste er in 1868 wel een op zijn tekentafel. „Maar de parochie besteedde een deel van het daarvoor gereserveerde geld liever aan een nieuw katholiek ziekenhuis in Sneek”, legt Van Ulden uit. Een nieuwe poging in 1922 had evenmin succes. „Ik vermoed door de weerzin die in die tijd tegen de neogotiek ontstond.”

Tien jaar geleden waren er plannen voor een 65 meter hoge woontoren op het kerkplein met achttien appartementen. Hoewel kerkbestuur en bisdom enthousiast waren, zagen de parochieleden het niet zitten.

Vorig jaar tijdens de kerstmis kreeg Van Ulden opeens een beeld voor ogen van hoe de Snekertoren eruit kon zien, grinnikt hij. Hij spreidt de constructietekening uit op tafel. Zijn ontwerp sluit aan bij dat van Cuypers. „Ja, we houden zijn maatvoering aan. De vier steunpunten nemen elk vier vierkante meter grond in beslag.”

Het liefst wilde de pastoor een bakstenen toren. „Maar die kost 7 miljoen euro, een gigantisch bedrag. Het stalen exemplaar kost altijd nog 1,3 miljoen.” Op tafel ligt een briefje van 50 euro. „Van een mevrouw uit Franeker die het zo’n goed idee vond. Een kerktoren voor de stad en een stadstoren voor de kerk.”

De toren roept een „oh lala-gevoel” op, weet Van Ulden. „Het lijnenspel maakt hem lichtvoetig. Hij beweegt als een raket.” Van Ulden wordt steeds geestdriftiger. „De toren tilt de stad boven de horizon uit.” Een ander door Van Ulden geschetst plaatje van de Sneker horizon laat zien dat zijn bouwwerk Sneek inderdaad body geeft.

De reacties op zijn torenplan zijn wisselend, zegt hij. „De ene helft van de Snekers is enthousiast, de andere krijgt er de kriebels van.” Een opgerichte onafhankelijke stichting mag het idee verder uitdenken van zowel bisdom als gemeente. „Welstand heeft het ontwerp goedgekeurd. De bouwvergunning is er in principe.” En het geld? „Ik hoop dat staalbedrijven ons willen sponsoren. Zij kunnen zich ermee in de kijker spelen. Van ons staal kun je zelfs een kerk maken! Als burgers ervoor zijn, moeten ze met hun portemonnee stemmen.”