Dom, dat arrestatiebevel voor Gaddafi. Een lectoraat werkt beter

Als we de Libische leider Gaddafi willen berechten, zal hij doorvechten tot het bittere eind. Bied hem een lectoraat kampeermanagement aan, betoogt Freek Landmeter.

Het is januari 1996 in Freetown, de hoofdstad van Sierra Leone. Ik ben op bezoek bij de humanitaire attaché van de Amerikaanse ambassade. Plotseling gaat een alarm af. Uit de luidspreker klinkt de tekst: the embassy is temporarily closed.

We kijken naar buiten. Op het plein nemen militairen strategische posities in. Mensen vluchten. Even later passeert op hoge snelheid een ambulance, in de richting van het vliegveld. Bye bye, mister president, zegt de attaché. Ik kijk verbaasd. Hij zegt: Things got stuck because he did not want to step down. So he was offered a scholarship in the UK.

Zo begon Valentine Strasser, de dictator van Sierra Leone, aan zijn rechtenstudie in Engeland. De ellende van de burgeroorlog was nog niet voorbij. Toch was zijn vertrek het begin van de weg naar herstel en vrede.

Datzelfde ‘lot’ had ook president Gbagbo van Ivoorkust kunnen treffen. In november 2010 boden de Verenigde Staten hem, in ruil voor zijn aftreden, een aantrekkelijke leerstoel aan aan de Universiteit van Boston. Ongetwijfeld heeft hij, nu hij gevangenzit, spijt van het afwijzen van deze mooie functie.

Voor de Ivoriaanse burgers was het beter geweest als Gbagbo het baantje had aanvaard. Dit had wellicht een bloedig conflict voortijdig beëindigd. Of Gaddafi eenzelfde aanbod heeft gehad, weten we niet.

Dat dictators vrijuit gaan, is eerder regel dan uitzondering. Volgens het onderzoek Prosecuting heads of state, van Ellen Lutz and Caitlin Reiger, zijn 67 staatshoofden tussen januari 1990 en mei 2008 in staat van beschuldiging gesteld wegens schending van mensenrechten, oorlogsmisdaden of corruptie. Uiteindelijk hebben zestien van hen een gevangenisstraf uitgezeten. Eén staatshoofd, Saddam Hussein, is na zijn val geëxecuteerd. De meerderheid werd vrijgesproken, kreeg een geldboete of huisarrest in een luxueuze villa.

Toch is het niet vanzelfsprekend meer dat dictators vrijuit gaan. Met het Verdrag van Rome en het instellen van het Internationaal Strafhof heeft een belangrijk deel van de internationale gemeenschap de principiële verantwoordelijkheid aanvaard om mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden te vervolgen als een land niet in staat of bereid is om dat te doen.

Dit is een mooie ontwikkeling. Het betekent alleen niet dat alle dictators hun verdiende straf zullen krijgen. Ik zie forse problemen.

In de eerste plaats is het voor een arrestatiebevel van een hoofd van een staat dat het Verdrag van Rome niet heeft ondertekend, nodig dat de Veiligheidsraad de zaak verwijst naar het Internationaal Strafhof. Dit is volkomen afhankelijk van de politieke wil van de leden van die raad. In de gevallen van kolonel Gaddafi van Libië en de Soedanese president Omar al-Bashir werd die politieke wil gevonden. Bij het staatshoofd van Syrië of bij dat van Bahrein is het zeer de vraag of die politieke wil ooit zal ontstaan. Deze willekeur tast de geloofwaardigheid van het Strafhof aan.

In de tweede plaats is het de vraag of misdadige staathoofden daadwerkelijk worden gearresteerd. Wie slaat Gaddafi in de boeien? Voor het inzetten van grondtroepen is een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad nodig. Die zal waarschijnlijk stuiten op de veto’s van Rusland en China. Wie gooit president Omar al-Bashir van Soedan in de cel? Afrikaanse landen waarin hij vrij rondreist, weigeren dat te doen. Ondertussen gaat de oorlog in Darfur door. Hij is een nieuwe oorlog begonnen, in de Abyei-regio. Ook dit tast de geloofwaardigheid van het Strafhof aan.

Het belangrijkste bezwaar tegen een arrestatiebevel is dat de vrees voor arrestatie ertoe leidt dat dictators of krijgsheren zichzelf tot het uiterste zullen verdedigen, ongeacht het aantal levens dat dit zal kosten.

In de praktijk is dit al gebleken. In 2006 begon vredesorganisatie IKV Pax Christi besprekingen tussen de Oegandese regering en Het Verzetsleger van de Heer (LRA). Deze strijd heeft duizenden burgerdoden geëist en hele streken ontvolkt. De internationale arrestatiebevelen tegen de leiders van de LRA, onder wie Joseph Kony, vormden een belangrijk onderwerp van de vredesbesprekingen. Kony weigerde om vrede te sluiten, tenzij de arrestatiebevelen van tafel gingen en hij amnestie kreeg. Hiervoor konden de onderhandelaars geen garanties geven. Dit valt niet binnen het politieke domein, maar binnen het juridische domein van het Internationale Strafhof. Helaas gaat het geweld tot op de dag van vandaag door. De kans dat Kony wordt gearresteerd, blijft minimaal.

In zijn verklaring over Libië op 16 mei zei de openbare aanklager van het Strafhof: „Zoals bij elke andere strafzaak, zal de uitvoering van de arrestatiebevelen een afschrikwekkend effect hebben op andere leiders die denken door het gebruik van geweld macht te winnen of te behouden.” Dit afschrikwekkend effect werkt alleen als de ‘pakkans’ hoog is. Alleen als de kans groot is dat hij in de gevangenis belandt, zal een dictator zich bedenken voordat hij zijn eigen burgers neerschiet.

Arrestatiebevelen kunnen een politieke oplossing blokkeren. Waarom zou Gaddafi aftreden en de wapens neerleggen als de gevangenis zijn beloning is? We moeten kiezen tussen een lelijke vrede of berechting. Ik kies voor het minste kwaad – het beëindigen van het geweld, dan maar zonder berechting van de dictator.

Had Nederland, in plaats van straaljagers te sturen, Gaddafi niet beter een lectoraat kampeermanagement kunnen aanbieden?

Freek Landmeter is directeur van IKV Pax Christi.