De verbeelding is aan de macht in zomers Rome

Nieuwe zomer, nieuwe crisis. Stanley Druckenmiller, de rechterhand van speculant George Soros die in 1992 het Britse pond uit het Europese valutastelsel kinkelde en een miljard dollar verdiende, besloot vorig jaar te stoppen. Alles gedaan, genoeg vergaard. Extra voordeel: een zomervakantie die niet wordt verstoord door een crisis.

Hij mist wel iets. Medio juli en Italië verliest het vertrouwen van een deel van de internationale financiële wereld. Afgelopen week stuitte een mirakel in Rome een scherpe koersval van Italiaanse staatsobligaties. Als die dalen, stijgt de rente. Overheidstekorten financieren wordt steeds duurder. Wie zat achter de ommekeer in het sentiment? Round up the usual suspects. Voor de tekst en uitleg hebben handelaren, beleggers, politici en media fantasie met een realistisch randje nodig. Elk tijdperk kent zijn eigen verbeelding.

In 1964 lanceerde de Britse minister van Buitenlandse zaken George Brown (Labour) de ‘dwergen uit Zürich’ als aanstichters van een koersval van het Britse pond. De gnomes of Zurich staan sindsdien model voor gesloten, door bankgeheim omgeven financiers.

Na de eerste oliecrisis in 1973 en de verviervoudiging van de olieprijs namen de Arabieren de rol van de Zwitserse dwergen over. In zijn standaardwerk Liar’s poker over het leven in de dealingroom bij financieel handelshuis Salomon Brothers in de jaren tachtig schrijft journalist Michael Lewis: „Meestal heeft niemand enig idee waarom markten opeens in beweging komen.” Het was zijn taak om een goed verhaal te verzinnen. „Je kijkt ervan op wat mensen geloven. Driftige verkopen uit het Midden-Oosten waren een gouwe ouwe.” Niemand in New York had toch enig idee wat Arabieren met hun geld deden.

Zij bleven twee decennia een geliefde boeman, totdat hedgefondsen en speculatieve geldmannen à Druckenmiller hun rol opeisten. Voor schokken op grondstoffen- en valutamarkt blijven hedgefondsen favoriet, maar zij hebben geduchte concurrentie. De Chinezen. De nieuwe Arabieren. China heeft hier grote beleggingen in aandelen en obligaties, geen belang bij een euro echec en is net zo gesloten als de Zwitsers en de hedgefondsen.

Succes verzekerd.

Het groeiend wantrouwen van geldbeheerders jegens Italië vertoont het vertrouwde patroon. Een ruziënd interview met premie Berlusconi over zijn minister van Financiën Tremonti was de aanleiding voor verkoopgolven in een sfeer die toch al verpest was door politieke getreuzel over de redding van Griekenland.

Hoeveel marktpartijen pakken er dan de staatsbegroting van Italië erbij om de cijfers op een rijtje te zetten en de scenario’s te onderkennen? Niemand.

Iedereen op de markt weet: the trend is your friend. Als de markt draait, draai je mee. Daarna pakken analisten die Italiaanse begroting erbij en ja, dan blijkt het nodige mis met de staatsfinanciën. Zo verzuurt het sentiment vanzelf. Al is Italië natuurlijk een ander verhaal dan Griekenland, Ierland, Portugal of Spanje.

Maar aan genuanceerde verhalen verdienen handelaren en speculanten geen geld. De status van schuldenstaat is de blikvanger. Die status is het Italiaanse risico. Zoals de vijf laatste grote Amerikaanse zakenbanken in de kredietcrisis van 2008 stuk voor stuk werden ingehaald door hun status als de partij waar de risico’s zaten. Zij waren elk een ander verhaal, maar zij gingen bankroet of vonden steun.

De parallel met Europa deze zomer? De crisispiek moet nog komen. Als handelaren en speculanten straks Frankrijk, Nederland en Duitsland gaan testen.

MENNO TAMMINGA