Beverschade is in te dammen

Het aantal bevers in Nederland neemt toe. Het is dus tijd om na te denken over ‘bevermanagement’, om schade aan landbouw en natuur te voorkomen.

Beaver in river

Het gaat goed met de Nederlandse bever. Het grootste Europese knaagdier gold sinds 1825 als uitgestorven in Nederland; te fel bejaagd om zijn vlees, pels en bevergeil dat in parfum werd gebruikt. Maar vanaf eind jaren tachtig werd de bever opnieuw uitgezet, te beginnen in de Biesbosch, en inmiddels zwemmen er vooral langs de rivieren en in Limburgse beken ongeveer vijfhonderd rond. Als het zo doorgaat, zullen in Nederland over vijftien jaar zestienhonderd tot tweeduizend bevers leven.

Het gaat zo goed met de bevers in Nederland dat het Faunafonds onderzoek heeft laten doen naar ‘bevermanagement’. Want hoe meer bevers, des te groter de kans dat zij schade veroorzaken. Onderzoeker Gijs Kurstjens: „De bever is ecologisch een succes, maar de schade die hij veroorzaakt is klein. Peanuts vergeleken met wat er aan schadevergoedingen wegens overlast aan ganzen wordt uitgekeerd. Maar om draagvlak voor dat ecologische succes te behouden, moeten natuur- en waterbeheerders ook oog hebben voor eventuele schadelijke effecten. Het moet een tweesporenbeleid zijn.”

De bever (Castor fiber) bouwt dammen in stromend water. In het daardoor opgestuwde water kan hij vrij diep en daardoor veilig voor honden en wolven een onderwateringang bouwen naar zijn burcht in de oevers. De dam van takken en boomstammen, besmeurd met modder, geeft de biodiversiteit ter plaatse een boost; libellen, kikkers en vissen komen erop af, alsmede vogels zoals reigers en ooievaars. „De bever maakt gratis en voor niets mini-wetlands. Zeker is deze tijden van bezuinigingen is hij een handige hulp voor de boswachter.” De bever is volgens Kurstjens ook de enige diersoort die z’n eigen biotoop creëert. „In stromend water groeit weinig. In stilstaand water vestigen zich moerasplanten en liggen bomen die hij eet. De bever maakt zijn eigen menu.”

Door de bouw van beverdammen kunnen landbouwgronden onder water komen te staan. Dat vinden de boeren niet prettig. Het rapport doet een aantal suggesties. Het eenvoudigst is om de gronden langs zulke beverburchten als natuurgebiedjes in te richten. Je kan ook de beverdam iets verlagen en er eventueel schrikdraad op plaatsen, of drainagebuizen aanleggen. In noodgevallen kan je de dam weghalen en de bevers vangen en elders in Nederland weer uitzetten, in gebieden waar ze weinig kwaad kunnen uitrichten. Jaarlijks moet hiervoor ongeveer 50.000 euro beschikbaar komen.

Bevers kunnen ook schade aanrichten door hun vraat aan bomen en gewassen. Maar die schade is klein, aldus het rapport, en bovendien zijn er gemakkelijk maatregen tegen te nemen, zoals rasters om bomen en het insmeren van bomen met een geurstof. Met ongeveer 10.000 euro per jaar ben je daarmee klaar, aldus het rapport.

Iets minder onschuldig is de schade die bevers over tientallen jaren mogelijk aanrichten aan de dijken. Net als muskusratten kunnen de bevers dijken ondergraven en daardoor onveilig maken. Dat heeft zich de afgelopen jaren voorgedaan in de Ooijpolder bij Nijmegen. De onderzoekers opperen om alternatieve leefgebieden aan te leggen, heuveltjes bijvoorbeeld, om ze weg te lokken van kwetsbare oevers. Ook zou je oevers kunnen verharden of er gaas in kunnen zetten. Kosten: eenmalig 200.000 tot 300.000 euro.

Dit alles om bever en mens in vrede te laten leven. Zoals de onderzoekers schrijven: „De uitdaging voor de toekomst is om maximaal ruimte te geven aan de bever met zijn belangrijke ecologische sleutelrol en tegelijkertijd de problemen en schade tot een minimum te beperken en daarmee het draagvlak onder de bevolking op peil te houden.”