Beter dan de boeken

Verwacht in de allerlaatste Harry Potter geen emotioneel afscheid.

Omdat Warner op afstand bleef kon de serie aan haar Britse wortels trouw blijven.

Scene uit de film Harry Potter and the Deathly Hallows - Part 2 (2011) FOTO: Warner Bros. Courtesy of Warner Bros Pictures

Dat Harry Potter zich in deel acht van de filmsage definitief als messias ontpopt, zal verstokte ‘Potterati’, die deze week snikkend afscheid nemen van hun idool, niet verrassen. Zoals weinig in deze filmreeks, die dichtbij de boekenreeks van Jo Rowling bleef. Hooguit zullen ze zich verheugen over de vlekkeloze uitvoering van deze eindstrijd tussen goed en kwaad.

Harry, Ron en Hermelien keren terug naar hun school Zweinstein, die in een smeulend puinveld wordt herschapen – de makers lieten zich inspireren door archiefmateriaal van het verwoeste Coventry, Dresden en Berlijn. Zo’n magische apocalyps is wel het minste na drie- tot vierduizend bladzijden lezen en zo’n 22 uur film kijken.

Niet alles lukt in dit laatste deel, al was het omdat al die tien jaar geleden gecaste kinderen niet allemaal rasacteurs zijn – krom je tenen dus bij de Churchillspeech van underdog Marcel Lubbermans of de stijve intimiteit tussen Ron en Hermelien. Maar het prima ritme tussen actie en stille momenten maakt veel goed. En uiteraard de duizelingwekkende special effects en art direction.

Regisseur David Yates serveert het verhaal koel. Zo ervaren we het sneuvelen van een aantal vertrouwde vrienden in de veldslag pas als we hun lijken in het veldhospitaal vinden: geen dood in slowmotion of fameuze laatste woorden. Net zomin bezondigt de film zich aan eindeloos in tranen gedrenkt afscheid en toegiften zoals in die andere succesvolle filmreeks, The Lord of the Rings.

Zo blijft Harry Potter trouw aan zijn Britse wortels. Het publiek waardeert die eigen toon. Warner – en de andere grote Hollywoodstudio’s – doet er verstandig aan de lessen te leren. Beter geen films maken ‘in commissie’, waarbij iedereen zich ermee bemoeit en via focusgroepen elk risico wordt gemeden. Die reflex is verleidelijk als je honderden miljoenen dollars in een film steekt, maar echt succesvolle series hebben zo hun eigenaardigheden en een echte auteur, of creatief brein: zie The Lord of the Rings van Peter Jackson en de Batman-films van Christopher Nolan.

Harry Potter is te zeer jeugdserie om voor serieuze Oscars in aanmerking te komen. Hij mist het bloedserieuze pathos van The Lord of the Rings of de filosofische ambitie van Batman, en het echte acteren moest van bijfiguren komen – in het afgelopen decennium dook de complete adel van het Britse theater wel ergens in een torenkamer van Zweinstein op. Maar de Potterreeks behield zijn hoge, consistente niveau vooral omdat Warner op afstand bleef en de controle aan één producent gunde: David Heyman, die in 1997 de filmrechten van een nog ongepubliceerd manuscript van ene Jo Rowling kocht.

Heyman verzekerde zich van haar loyaliteit door haar boeken nauw te volgen. Ook bij de latere delen, die steeds dikker en complexer werden: ze zwollen op van zo’n 200 tot bijna 700 pagina’s. En naarmate Rowling zich minder liet redigeren, werden de films beter dan de boeken. Zo is het laatste duel tussen Harry en Voldemort in de film geen daverende anticlimax, zoals in het boek. Wel zijn de films daardoor vaak te volgestopt met informatie. Wie Rowlings boeken niet kent, duizelt het bij al die Gruzielementen en Relieken des Doods, al die wervelwindtours door het verleden van Perkamentus of Severus Sneep.

Een andere verdienste van Heyman is dat hij de toon van de films met de acteurs en het publiek liet meegroeien. Zo doorliep iedereen simultaan de school van de magie en die van het leven, wat een vreemde betrokkenheid tussen film en kijkers kweekte. Dit laatste deel is werkelijk een afscheid van intieme vrienden.

Harry Potter and the Deathly Hallows: Part 2. Regie: David Yates. Met: Daniel Radcliffe, Rupert Grint, Emma Watson. In: 226 bioscopen. ****