‘Berlusconi helpt Italië én Europa naar de vernieling’

Silvio Berlusconi. Foto AFP

Italië dreigt aanspraak te moeten maken op noodsteun. Een last die Europa eigenlijk niet kan dragen. In The Guardian en The Economist wordt de economische malaise toegeschreven aan premier Silvio Berlusconi. Hij zou het land ‘naar de vernieling’ hebben geholpen.

Lui, onproductief en stakend. Met die woorden vat John Foot, hoogleraar moderne Italiaanse geschiedenis, de toestand van het land samen. Voor jongeren is het volgens hem bijna onmogelijk een stabiele baan te vinden. “Een hele generatie wordt systematisch uitgesloten van professioneel werk en ambtenarenfuncties. De knapste koppen hebben het land verlaten”, schrijft Foot op de opiniepagina van The Guardian.

De professor vreest ook voor de positie van miljoenen migranten, die laagbetaald werk doen in de zwarte economie. Zij hebben nauwelijks toegang tot sociale voorzieningen en zijn een gemakkelijke prooi voor criminele organisaties die een groot deel van de illegale sector besturen. “Toch zou het land zonder deze mensen ‘s nachts tot stilstand komen, maar ze krijgen de schuld van de crisis.”

Minachting voor economische toestand
Berlusconi’s greep op het Italiaanse volk verzwakt met de dag, meent Foot. Hij verliest zelfs de controle over zijn eigen kabinet en ruziet openlijk met zijn minister van Financiën. Het wordt volgens de hoogleraar tijd dat de media zich richten op Berlusconi’s wanbestuur, in plaats van zijn particuliere escapades. “Berlusconi is veel dodelijker dan een paar Bunga Bunga-feestjes. Deze multimiljonair is verantwoordelijk voor één van de grootste economieën ter wereld, terwijl het hem helemaal niets interesseert.”

Ook The Economist ziet Berlusconi’s vertrek liever vandaag dan morgen. Het tijdschrift verwijt de premier dat hij meer bezig is met zijn eigen frauduleuze boekhouding dan met de staatsfinanciën. “Berlusconi geeft blijk van een totale minachtig voor de economische toestand van het land.” Alleen Zimbabwe en Haïti hadden in de afgelopen tien jaar een lagere groei, weet het tijdschrift. “De staatschuld is nog steeds 120 procent van het BBP. Dit is des te verontrustender, gezien de snelle vergrijzing van de bevolking.”

Italië te groot voor noodsteun
De combinatie van lage productiviteit en hoge lonen erodeert het concurrentievermogen, aldus The Economist. “Terwijl de productiviteit in Amerika met een vijfde steeg en in Groot-Brittannië met een tiende, daalde die van Italië met vijf procent.” Qua handelsaantrekkelijkheid en concurrentievermogen zou Italië het slechter doen dan landen als Wit-Rusland, Mongolië en Barbados.

Mocht de onrust aanhouden dan komen Europa en Italië in een lastig parket, schreef nrc.next gisteren. “Griekenland kon rekenen op noodsteun. Italië is daar te groot voor. Tegelijkertijd is Italië te groot en een te belangrijk euroland om te laten vallen.”