Banken verkopen hun Griekse obligaties

Vooruitlopend op de financiële problemen in de eurozone – en de stresstest – hebben Nederlandse banken hun portefeuille aangepast.

De financiële problemen in de PIIGS (Portugal, Ierland, Italië, Griekenland of Spanje) hebben hun weerslag al op de balansen van de Nederlandse banken. De afgelopen maanden hebben ING, Rabobank, ABN Amro – volgens cijfers van De Nederlandsche Bank – het bezit van obligaties uit deze landen verminderd. In 2009 hadden deze leningen nog een omvang van 19,6 miljard euro. Eind april stonden deze landen nog voor 11,8 miljard euro in de boeken van de banken.

Het afbouwen van deze obligaties helpt banken om goed uit de stresstets van de Europese Bankautoriteit (EBA) te komen, die morgen verschijnt. Veel Griekse obligaties verzwakt de balans. In twee jaar tijd werd de portefeuille met 2,0 miljard euro verlaagd naar 1,1 miljard.

De PIIGS maken voor ongeveer 10 procent deel uit van de obligatieportefeuille van de banken. Medio 2009 startte bij de banken de belangstelling voor het overheidspapier. Tussen juni 2009 en april 2011 steeg de waarde met 30 miljard euro. De meeste obligaties in bezit van de Nederlandse banken zijn uitgegeven door overheden uit het eurogebied, met name Nederland (30 miljard euro), Duitsland (25 miljard euro) en Frankrijk (20 miljard euro).

De toegenomen belangstelling voor overheidspapier is geen uniek Nederlands verschijnsel, ook banken in andere eurolanden hebben de laatste jaren veel schuldpapier van EMU-overheden aangeschaft (een stijging van 140 miljard euro). De onzekere ontwikkeling in het bedrijfsleven was voor de banken een reden om hun geld te beleggen in relatief veilige overheidsobligaties. Daarnaast krijgen de banken te maken met andere liquiditeitseisen anticiperend op nieuwe internationale regelgeving (Basel-III) die het aanhouden van zeer liquide overheidspapier stimuleren. De recente afname in de waarde van de obligaties wordt verklaard door gedaalde koersen vanwege een stijging van de rente op overheidspapier.

De Nederlandse banken hadden twee maanden geleden voor 350 miljard euro aan schuldpapier op hun balans staan. De portefeuille bestaat, naast overheidsobligaties, voornamelijk uit zogenoemde special purpose vehicles. Het schuldpapier uitgegeven door SPV’s en in handen van de banken bedroeg eind april 2011 ongeveer 190 miljard euro. SPV’s zijn buiten de balans geplaatste posten waarin een bundel leningen is geplaatst en waarvan beleggers obligaties kunnen kopen. Op deze manier hevelen de banken kredietrisico’s over naar andere partijen. De Nederlandse banken gebruiken SPV’s voornamelijk voor het doorverkopen en verhandelbaar maken van de door hen verstrekte hypotheken en andere leningen. Dit wordt ook wel securitisatie genoemd.

De grote hoeveelheid gesecuritiseerde hypotheken lag in de Verenigde Staten aan de wortel van de kredietcrisis. In Nederland was de securitisatie door de kredietcrisis tijdelijk tot stilstand gekomen. Sinds eind vorig jaar zijn de SPV’s met 50 miljard euro afgenomen. Dit komt door strengere eisen van de Europese Centrale Bank, en veel SPV’s worden gebruikt als onderpand voor leningen van de ECB.