Traditionele rol tabloids is uitgespeeld

Strengere controle is geen panacee voor betere journalistiek, betoogt Sjoerd de Jong. Het helpt meer als de Britse tabloids een nieuwe maatschappelijke rol zoeken.

Wie zorgt ervoor dat journalisten zich een beetje inhouden?

Die vraag ligt op tafel door het afluisterschandaal rond News of the World. In deze affaire heeft ‘de pers’ zich immers grandioos misdragen. Dat wil zeggen: de Britse tabloid die met microfoons en snoertjes aan het knutselen was geslagen.

In het Britse parlement klinkt nu de roep om een breed onderzoek. Niet alleen de kranten van tycoon Murdoch, maar álle kranten zouden moeten worden uitgekamd. Heel Fleet Street fouilleren! Dat vindt de Britse premier Cameron te ver gaan, maar alleen al de behoefte aan zo’n onderzoek is veelzeggend.

Ook de New Yorkse zaak tegen Dominique Strauss-Kahn – en de opmerkelijke ommekeer daarin, toen het Sofitel-kamermeisje toch geen Assepoester bleek – heeft geleid tot de roep om meer journalistieke zelfbeheersing. Hadden de media ‘DSK’ niet al veroordeeld, met hun psychoblabla over seks en macht en verlekkerde reconstructies van de turbulentie in kamer 2806?

Maar de twee zaken verschillen radicaal van elkaar. Niet de Amerikaanse pers maar de IMF-topman wordt verdacht van een ernstig misdrijf. Bovendien is de kritiek op de pers in die zaak niet eenduidig. De Franse pers wordt juist verweten veel te lang te hebben gezwegen over de affectieve uitstapjes van hun presidentskandidaat-in-spe. Een samenzwering in stilte waar Joris Luyendijk wel raad mee zou weten.

De kritiek op het wangedrag van News of the World is daarentegen volkomen eenduidig – en terecht. Het brutale, wie-doet-me-wat-gebrek aan professionele ethiek van Rebekah Brooks, hoofd van de krantendivisie van Murdochs concern, en de haren is schokkend. Alleen is het de vraag of het middel waar nu om wordt geroepen niet even erg is als de kwaal. Het Verenigd Koninkrijk heeft al strenge smaadwetten, en de Britse staat heeft herhaaldelijk bewezen niet terug te deinzen voor persbreidel.

Bovendien, regulering is nog niet hetzelfde als zelfbeheersing, maar eerder een verleiding om het spreekwoordelijke kind – een vrije pers – met het badwater weg te gooien.

Wat dan wel?

In de Britse klassenmaatschappij gelden tabloids als kranten van het volk waarin Downstairs min of meer vrijelijk Upstairs de bel kan aanbinden. Het volkse sentiment van die kranten werd gedoogd als uitlaatklep voor maatschappelijk ongenoegen. Maar ook omdat het establishment er direct voordeel bij had, bijvoorbeeld bij het lekken van onthullingen en het organiseren van campagnes. Rebekah Brooks was niet voor niets een vertrouweling van de politieke elite.

In het beste geval zou het afluisterschandaal een kentering kunnen betekenen in dat cynische bestel, dat een relatief streng overheidstoezicht op de media koppelt aan het gedogen van een schandaalpers. Dus geen verdere uitbreiding van overheidscontrole, maar een nieuwe maatschappelijke oriëntatie van de Britse populaire pers. Juist méér afstand tot de machthebbers, ook na kantooruren, en minder vereenzelviging met de functie van uitlaatklep voor ongenoegen in een gestagneerde klassensamenleving.

Volgens cijfers van The Economist stijgt de betaalde oplage van kranten gestaag in ‘opkomende’ werelddelen (Afrika + 30 procent in 2005-2009, Azië + 13), en daalt die in de ‘gevestigde’ samenlevingen (Europa -8, Amerika -11). Dat kan erop wijzen dat nieuwsmedia het nog steeds goed doen in samenlevingen waar een nieuwe, mondige middenklasse aan het ontstaan is, met maatschappelijke en politieke ambities. Dat is de klassieke doelgroep van serieuze kranten en omroepen.

In samenlevingen waar die sociale mobiliteit stagneert, tekent zich een andere trend af. Daar raakt het landschap verbrokkeld tussen oude media die in een kleiner wordende vijver vissen, entertainment voor de massa’s en hippe vormen van digitale journalistiek voor de bovenlaag. Als vehikel van emancipatie hebben de media in die samenlevingen kennelijk afgedaan.

Maar dat is geen noodlot. De Europese samenlevingen kennen tal van nieuwe groepen, van immigranten tot lagere middenklassen, die baat kunnen hebben bij een pers die zichzelf in de eerste plaats ziet als een instrument voor maatschappelijke betrokkenheid en mobiliteit, en niet als producent van verstrooiing. Dan zouden zelfs de Britse tabloids weer een emancipatoire in plaats van codificerende rol kunnen spelen.

The Economist spreekt optimistisch van een terugkeer naar het aloude koffiehuis uit de Verlichting, een vrolijk chaotisch etablissement waar van alles werd bediscussieerd. Maar lang niet iedereen kwam met de geletterde heren in het koffiehuis; de massa hing gewoon op straat.

Het echec van de Britse tabloidpers is een kans het koffiehuis open te stellen voor een veel groter publiek – en zonder een door de overheid benoemde uitsmijter.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad