Rupert Murdoch is een zegen voor de journalistiek...

Murdoch ligt onder vuur, maar ik bewonder de man.

Om zijn afkeer van elites, om zijn durf en omdat hij kranten levendig, krachtig en relevant heeft gehouden.

Waarschuwing: dit artikel is een verdediging van Rupert Murdoch. Alles bij elkaar genomen is hij de afgelopen decennia goed voor kranten geweest en heeft hij ze levendig, krachtig, luidruchtig en relevant gehouden. Zonder hem zou de Britse krantenbranche misschien wel helemaal verdwenen zijn.

Deze verdediging is deels ingegeven doordat ik iedereen zich op het Britse afluisterschandaal zie storten alsof dit soort misstanden zich tot News International zou beperken (we zullen zien) en alsof belangrijke delen van het Britse establishment niet medeplichtig zouden zijn. Ze is ook ingegeven doordat ik eenentwintig jaar geleden in Murdochs omgeving heb verkeerd, toen ik een profiel schreef voor The New York Times Magazine en onder de indruk van hem was.

Voordat ik uitleg waarom, enkele kanttekeningen. Ten eerste zijn telefoonhacks natuurlijk niet alleen onwettig maar ook ontoelaatbaar. Ten tweede heeft Fox News, de Amerikaanse tv-zender die door Murdoch is opgericht, met zijn schelle rechtse demagogie onder het mom van nieuws, sterk bijgedragen aan de polarisatie van de Amerikaanse politiek, de uitholling van het debat met argumenten, de onttakeling van het argument als zodanig en de verlamming in Washington die daar het gevolg van is. Ten derde verschil ik met Murdoch van mening over een scala van onderwerpen – van de klimaatverandering tot het Midden-Oosten – waarbij zijn invloed niet geholpen heeft.

Waarom heb ik dan toch bewondering voor die man? De eerste reden is zijn overduidelijke afkeer van elites, van knusse establishments, van kartels, van „wurgende Engelse accenten”, zoals hij ze noemde – eigenlijk van alles wat in de weg stond van lef en reuring. Zijn liefde voor journalistiek zonder taboes is een van de oorzaken dat de Britse pers tot de meest agressieve ter wereld behoort. Dat is goed voor een vrije samenleving.

Murdoch zei eens tegen me: „Toen ik in 1968 naar Groot-Brittannië kwam, bleek het een heksentoer om de mensen aan de top van de maatschappelijk ladder echt aan het werk te krijgen. Als Australiër hoefde ik maar 8 tot 10 uur per dag te werken, 48 weken van het jaar, en alles kwam je zomaar aanwaaien.”

Dus was het een koud kunstje om vanaf 1969 de media op te schudden. Daarbij heeft hij zich vaak hondstrouw aan zijn mensen getoond – zoals nu aan Rebekah Brooks, het omstreden hoofd van News International – en bergen geld gestoken in belangrijke kranten als The Times, die anders verdwenen zouden zijn.

Het tweede dat ik bewonder is de visie en de gedurfde vastberadenheid waarmee hij telkens een voorsprong nam naarmate het mediabedrijf door mondialisering en digitalisering veranderde. Dankzij het vermogen over de horizon te kijken is hij van de bescheiden krant die hij van zijn vader in Adelaide had geërfd opgeklommen tot hoofd van een bedrijf met een jaaromzet van zo’n 33 miljard dollar.

Ja, er zijn fouten gemaakt – MySpace, de sociale media-site die net voor een fractie van de aankoopprijs is verkocht, is er zo één. Maar veel missers heeft Murdoch niet. Hij heeft zwaar ingezet op satelliet-tv, op mondiale sporttelevisie en op de samenvoeging van televisie, uitgeverijen, entertainment, kranten en internet. Alleen al British Sky Broadcasting en Fox zijn grote bedrijven die tegen alle kansen in uit het niets geschapen zijn.

Een geliefde uitspraak van Murdoch is: „Wij doen niet aan marktaandeel... Wij scheppen de markt.”

Natuurlijk zijn veel mensen jaloers op zijn succes – een van de redenen dat het boeman-imago van Citizen Kane hem aankleeft. (Hij zou het eens zijn geweest met Kane, die toen hem in de film werd gevraagd hoe hij het bedrijfsklimaat in Europa had gevonden, antwoordde: „Met veel moeite!”) In Groot-Brittannië heeft zijn succes tot verdubbelde jaloezie geleid, want daar blijft hij altijd de buitenstaander uit Down Under. (Amerika doet niet zo aan buitenstaanders.)

The Times, die ik met genoegen lees sinds ik afgelopen zomer naar Londen verhuisde, heeft indruk op me gemaakt met zijn voortgaande investering in buitenlandse verslaggeving, met zijn gedurfde stap om een betaalmuur om de online editie te zetten (ja, mensen horen voor het werk van journalisten te betalen) en met de no-nonsense aanpak onder hoofdredacteur James Harding. The Telegraph ter rechter- en The Guardian ter linkerzijde zijn minder rechttoe-rechtaan.

British Sky Broadcasting is uitdrukkelijk niet Fox. Het is een gevarieerde zender met een aantal serieuze nieuwsprogramma’s. Over het geheel genomen zou het Britse medialandschap zonder Murdoch behoorlijk verarmd zijn. Zijn zege op de vakbonden van 1986 in Wapping was beslissend voor de levensvatbaarheid van het krantenbedrijf. Hij bracht The Times op tabloid terwijl iedereen zei dat hij gek was. Hij had gelijk. Hij houdt van een primeur, hij houdt van heisa, en The Wall Street Journal en The Times tonen aan dat ook serieuze journalisten onder hem kunnen gedijen.

Maar nu zit Murdoch in de knoei. Een belangrijke transactie voor het hele British Sky Broadcasting hangt af van zijn vermogen om de Britse autoriteiten te overtuigen dat de leiding van News Corp wel degelijk fatsoenlijk is. Daarvoor zal hij Brooks waarschijnlijk moeten opofferen. Kruiperige politici gaan opeens tekeer. Premier David Cameron is in verlegenheid. Murdoch en zijn uitgekookte zoon James Murdoch (die gematigder opvattingen dan zijn vader heeft) proberen overeind te blijven.

Ik wed dat ze het gaan redden. Toen ik Murdoch vroeg wat het geheim is van tv, zei hij tegen mij: „Vergeet je fouten.” Deze man is een natuurkracht en zijn voortdurende vernieuwingen zijn, per saldo en met kanttekeningen, goed geweest voor de media en voor een opener wereld.

Roger Cohen is columnist van de New York Times en was correspondent in vijftien verschillende landen. © The New York Times