Pakistan en VS zijn tot elkaar veroordeeld

De bevolking van Pakistan wordt door het optreden van de VS in de richting van de Talibaan gedreven. Toch kunnen beide landen niet zonder elkaar, betoogt

Jan Breman.

De Verenigde Staten hebben de militaire hulpverlening aan Pakistan afgelopen week bekort met 800 miljoen dollar. Dat is eenderde van het totaal. Deze forse vermindering wijst op een ernstig verschil van mening tussen beide landen. Het conflict is al geruime tijd gaande. Deze keer zijn het niet politici, maar militairen die tegenover elkaar staan.

De uitschakeling van Osama Bin Laden heeft het wederzijdse wantrouwen aan het licht gebracht. Daarna werd de tegenstelling steeds openlijker. Op bezoek in Afghanistan en Irak sprak de Amerikaanse minister Panetta (Defensie) publiekelijk zijn vermoeden uit dat Zawahari, de nieuwe Al-Qaeda-leider, zich ophoudt in het grensgebied van Pakistan en Afghanistan. Michael Mullen, de Amerikaanse stafchef, noemde de moord op een Pakistaanse journalist openlijk een wandaad die is begaan door de overheid – lees: inlichtingendienst ISI.

Omgekeerd gaven de Pakistaanse legerleiders blijk van hun ergernis over de aanwezigheid van honderden Amerikaanse agenten, militairen en huurlingen die doorgaan voor ‘instructeurs’, maar die zijn belast met contraterroristische activiteiten. Zij zijn door Pakistan het land uitgezet. Ook is er openlijk gedreigd met sluiting van de luchtmachtbasis van waaruit de Amerikanen de drones lanceren waarmee de verblijfplaatsen van terroristen worden bestookt.

Het militaire apparaat zet het politieke bedrijf op afstand. Dit geldt vooral voor Pakistan. Soms lijkt het erop dat het leger er een land op nahoudt in plaats van andersom – fabrieken, bouwondernemingen, mijnen, werven, transportbedrijven, winkelcentra, maar ook handel in onroerend goed en zelfs productie van brood en zuivel zijn in militaire handen. Hoge officieren krijgen bij hun pensionering een stuk land, niet om te bebouwen, maar om in pacht uit te geven aan landloze boeren.

Ontbreekt het dan aan tegenspel vanuit de samenleving? Nee, maar het brede ongenoegen betreft vooral het gevoel dat met de oorlog die wordt uitgevochten, andere belangen zijn gediend dan die van het land en het volk. De omvangrijke hulp die het land binnenstroomt, komt niet de arme massa ten goede, maar blijft grotendeels hangen in de bovenlaag. Waarom zou een bevolking trouw zijn aan een staat die zich niet bekommert om het lot van zijn onderdanen? De volksgunst lijkt in fundamentalistische richting te gaan, met een uitgesproken antiwesterse inslag.

De aanvallen met drones, waarbij veel burgerdoden vallen, vormen het grootste ongenoegen. De volkswoede richt zich niet zozeer tegen het eigen leger, maar tegen de Amerikaanse inmenging. De geopolitieke strategie resulteert in een voortgaande talibanisering. De bevolking van Pakistan verandert van medestander tot tegenstander in de strijd tegen terreur.

Pakistan en de Verenigde Staten zijn het grondig met elkaar oneens over wie de vijand is en hoe die bestreden moet worden. De Amerikaanse AfPak-strategie is aan diepgaande herbezinning toe. Gaat dat gebeuren? De breuk tussen de Amerikaanse en Pakistaanse militairen moet gelijmd worden – er is nu eenmaal geen andere optie. Daarbij mag niet uit het oog verloren worden dat Pakistan een kernmogendheid is.

Bijna de helft van de voorgenomen bezuiniging bestaat uit kosten nodig om een leger van 100.000 man in het grensgebied met Afghanistan op de been te houden. Het Amerikaanse opperbevel heeft te kennen gegeven het bedrag te betalen zodra deze troepen daadwerkelijk tegen ‘de vijand’ in actie komen.

Het probleem is dat de besluitvorming ook aan Amerikaanse zijde door militairen wordt bepaald. President Obama is er niet in geslaagd de generaals, die onder Bush de vrije hand kregen, te onderwerpen aan zijn inzichten en keuzes. Hij is in Zuidwest-Azië het moeras dieper ingetrokken dan waar hij aan het begin van zijn presidentschap stond. Het krijgsspel zoals zich dat ontvouwt draagt bij aan de breed gedeelde mening in de regio dat Amerika zich als een bezettingsmacht gedraagt.

Maar of de militairen aan het langste eind trekken dan wel de politici – de westerse belangen staan voorop en niet die van de Pakistaanse bevolking. De gevolgen zijn een nog grotere maatschappelijke ontwrichting in de regio dan er nu al is.

Jan Breman is emeritus hoogleraar sociologie aan het Amsterdam Institute of Social Science Research.