...Nee! De terreur van de markt verlaagt de pers tot handelswaar

In de kunst, het onderwijs en de journalistiek is de markt steeds machtiger geworden.

Dat gaat ten koste van de creatieve vrijheid.

Wie in de krantenwereld oplagecijfers heilig verklaart, is een hypocriet als hij verontwaardigd doet over de praktijken van de Britse roddelpers. Het Britse publiek, dat zich vol walging heeft afgekeerd van de News of the World, is een hypocriet volkje. Het verslond elke week de bagger even gretig als het in de pub pints naar binnen goot. De journalisten, die door hun bazen zonder pardon zijn opgeruimd als rioolratten, deden niets anders dan wat diezelfde bazen van hen vroegen, om geen andere reden dan dat het publiek het vrat. De markt is nu eenmaal de machtigste hoofdredacteur ter wereld, zoals de markt ook doorgaat voor de grootste kunstkenner, de belangrijkste onderwijsvernieuwer en de geniaalste televisiemaker. De markt weet alles, ziet alles en heeft hemel en aarde geschapen.

Die journalisten verdienden niet beter dan te worden geslachtofferd op het altaar van de commercie – niet alleen omdat zij illegale methoden hanteerden, maar vooral omdat zij eraan hebben meegewerkt om de journalistiek te degraderen tot louter handelswaar. Ze richtten zich uitsluitend op de – al dan niet veronderstelde, door de pers zelf aangekweekte en onophoudelijk bevorderde – wansmaak van het grote publiek. Ze bedreven een vorm van journalistiek die niet anders valt te karakteriseren dan als een vrijwillig gekozen, innerlijke slavernij. Een journalist die zich tot slaaf van de vox populi maakt, wordt onherroepelijk zijn eigen censor. Zelfbedrog en volksverlakkerij gaan hand in hand.

Luiheid, vooroordeel, gemakzucht, de weigering om zich in te spannen of zelf na te denken, zelfgenoegzaamheid – dat zijn de kenmerken van de mentaliteit die de mediamagnaten toedichten aan de ‘ijkpersonen’ die hun producten consumeren. Voor de commercie minder of in het geheel niet interessant zijn de eigenzinnigen, de staatsburgers die niet passen in voorgekookte formats en die niet denken in stereotypen. Het deel van het publiek dat waarachtig nieuwsgierig is naar menselijke verhoudingen en maatschappelijke ontwikkelingen die niet eenvoudig in hapklare brokken zijn op te dienen, komt er steeds bekaaider vanaf.

Journalisten, ook van kwaliteitsmedia, krijgen dagelijks oplagecijfers of kijkcijfers voorgeschoteld om zich op te richten. De scheiding tussen de exploitatie en de inhoud is overal aan het vervagen. De KRO werft leden met een reclamespotje waarin Yvon Jaspers ons een helse toekomst voorspelt zonder Boer zoekt Vrouw als wij ons niet massaal aansluiten bij de katholieke omroep. Zo zijn wij weer doordrongen van de betekenis van de publieke omroep – het scoren van kijkcijferhits.

Om misverstand te voorkomen: ik ben niet tegen bedrijfseconomische overwegingen. Ik ben niet tegen winst of tegen de markt. Ik ben tegen de terreur van de markt. De grote problemen op alle terreinen van het geestesleven, vooral in de cultuur en in het onderwijs, zijn hier grotendeels op terug te voeren. Ik acht mijzelf niet bevoegd om een oordeel te geven over het plan van de kunstopleidingen om minder beeldend kunstenaars, dansers en musici op te leiden. Misschien is een scherpere selectie van echt talent nodig, maar dat is niet de reden die wordt opgegeven in het ‘sectorplan’ van de hogescholen. Daarin draait het om de vraag van ‘de creatieve industrie’ naar afgestudeerde kunstenaars. De waarde van een opleiding in de kunsten wordt bepaald door de kansen van kunstenaars op de arbeidsmarkt. In mijn visie staat de waarde van cultuur niet gelijk aan de marktwaarde van kunstuitingen. Kunst en kunstzinnige vorming zijn er voor de samenleving als geheel. Ze mogen niet worden gereduceerd tot de belangen van ‘de creatieve industrie’.

Premier Rutte en vicepremier Verhagen hebben allebei geschiedenis gestudeerd. Aan hoeveel historici had de historische industrie behoefte toen zij hun studiekeuze bepaalden? Een studie kun je ook doen omwille van de studie zelf. De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum schrijft in haar pamflet Niet voor de winst dat het onderwijs steeds meer erop is gericht om economisch bruikbare leerlingen af te leveren, in plaats van mensen die kritisch kunnen denken. „Onderwijs dat gebaseerd is op winstgevendheid leidt tot hebzuchtige stompzinnigheid.” Nussbaum betoogt dat de democratie vereist dat wij een beroep doen op de kunsten en de geesteswetenschappen om een klimaat van verantwoordelijkheid te bevorderen.

Hetzelfde geldt voor de media. De vrijheid van de media is meer dan alleen maar een onderdeel van de algemene vrijhandel. Daar moet je dan toch Karl Marx gelijk in geven. In 1842, als hoofdredacteur van de Rheinische Zeitung, schreef hij: „Is een pers die zichzelf tot een handelsproduct verlaagt, vrij? Een schrijver moet zeker geld verdienen om te leven en te schrijven, maar moet niet leven en schrijven om geld te verdienen. De eerste vrijheid van de pers moet zijn, dat zij bevrijd wordt van de handel.”

Elsbeth Etty is columnist van NRC Handelsblad.