Nederland zoals vijf miljoen mensen het nog kennen

74 procent van Nederland is platteland, 33 procent van de Nederlanders woont er. Daarom deze zomer: de wereld van het dorp. Vandaag de eerste kennismaking met Opende, een dorp op de grens van twee provincies.

Weilanden, bomenrijen en houtsingels bepalen hier het uitzicht. Karige bebouwing valt in het niet bij veertien kleuren groen. Stemmen zijn schaars waar de wind heerst en het gras buigt. Noodweer zie je van verre naderen.

Hier vegen ze nog de stoep, en ook de stoep van de buurvrouw die slecht ter been is. Ze groeten onophoudelijk iedereen, ook vreemden. Kort: „Hoi.” Kort is niet kortaf.

Hier wanen ze zich nog veilig. Kinderen tollen en krijten op straat. Skelters en steppen blijven ’s nachts buiten. De achterdeur is altijd open. Bij betontimmerman Edwin de Roos kan die niet eens op slot.

Geen poep op de stoep. Geen zwerfvuil. Geen graffiti. Ze houden hier van netjes. Iedereen weet waar het gras nooit gemaaid wordt. Dat is in de Bensmastraat.

Ouders wonen twee huizen verder. Kinderen willen hier blijven. „Thuis is mooi”, zegt de 20-jarige Eerde van der Tuin die in Groningen studeert. Leven is een blokje om, geen vlucht, geen hink-stap-sprong.

Dit is het dorp Opende. Spreek uit: Oop-ende. Niet te verwarren met Opeinde, het Friese dorp twaalf kilometer verderop.

Net nog in Groningen ligt Opende, aan de rand van gemeente Grootegast. Het dorp telt 900 huizen en bijna 2.500 inwoners. Een half uur rijden van Leeuwarden en Groningen. „Centrum van het noorden”, zeggen ze hier.

Opende is een dorp zoals er in Nederland duizenden zijn. Driekwart van Nederland is platteland, eenderde van de Nederlanders woont er. Steden bepalen het aanzien van de natie. Ze zetten de norm. Maar ook buiten steden is er leven. Niet per se slechter of beter. Anders. Twee maanden lang, twee of drie keer per week berichten we deze zomer over Opende aan de hand van bewoners. Dit is een eerste kennismaking met de wereld van het dorp.

Twee eeuwen geleden lag hier ondoordringbaar hoogveen en laagveen. „Woest en ledig”, zo noemt boswachter Nico Boele dat, die we later in de serie nader leren kennen. De vroegste bewoners vestigden zich op hoger gelegen zandruggen en verbouwden rogge. De streek trok verder vooral volk dat elders niks te zoeken had. Armoedzaaiers, landlopers, gauwdieven, stropers, onruststokers. Op de hei bouwden ze hun eigen spitkeet, een plaggenhut. In de zomer werkten ze in het veen of bij de boeren. In de winter vlochten ze matten, bonden ze bezems en klopten ze keien tot puin voor de wegen. Hoe groot de armoe was, getuigen de vele kindergraven op het kerkhof van de Nederlands hervormde kerk. Opende, gat van ellende: zo spraken ze over het dorp.

Wie in Friesland iets had misdaan, werd de Lauwers over geschopt, de grensrivier met Groningen. Deze uithoek zat opgescheept met al die foute Friezen. Joukje Scholte van dorpskrant De Keuvelaar, die in de serie uitgebreid aan het woord komt, vertelt dat verhaal. Uitschot. Zonder respect voor gezag. „Peendermantsjes.” Liefst neerbuigend uitgesproken. Zo hebben Openders lang te boek gestaan.

‘Peendermantsjes’ gebruiken ze tegenwoordig als geuzennaam. Die staat voor: eigenzinnige types die in eigen kracht geloven. Harde werkers die meer tot stand brengen dan iedereen voor mogelijk houdt. Zo is het plaatselijk wielrijdersmuziekkorps tot in Japan beroemd geworden. Het dorp bouwt nu een eigen muziekcentrum annex theater annex museum annex expositieruimte. Daar kan Grootegast niet aan tippen, het hoofddorp van de gelijknamige gemeente dat altijd op Opende neergekeken heeft.

De toekomstfantasie van een rechtgeaarde Opender volgens boswachter Boele? „Eigen baas zijn. En een Mercedes onder de kont.” Rijd door de 36 straten van dit dorp en verbaas je over de borden van bedrijven in tuinen en op muren. Veel eenmanszaken, zzp’ers. Praat met de braafste burgers over politie of autoriteiten en ze worden „grammieterig”, zoals dat hier heet. Niet te genieten. Prikkelbaar. Niemand hoeft ze de wet voor te schrijven.

Opende was vroeger drie dorpen. Dan hebben we het over de eerste helft van de vorige eeuw. In Opende-Oost woonden veel grootboeren, in Opende-West meer kleinboeren, in Opende-Zuid het voetvolk. Drie aparte kernen met elk drie slagers, drie bakkers, drie kruideniers. Eén voor gereformeerden, één voor hervormden, één voor buitenkerkelijken. Opende was verzuild tot op het bot.

Pas vanaf de jaren zestig verrezen langs de Drachtsterweg de kleine nieuwbouwwijken die nu het dorpshart vormen. Scheidslijnen tussen milieus en religies vervaagden. Sporen zijn er nog steeds. Een niet-gelovige zal gebouw Pro Deo achter de gereformeerde kerk niet snel binnengaan. Nog steeds spreken ze in Opende twee talen: Fries in West, Gronings in Oost.

Maar komt de nood aan de man, dan sta je dorpsgenoten bij. Hier zal niemand onopgemerkt sterven. Dat is de stelregel in dit dorp.

Verder is het leven en laten leven. „Iedereen is welkom”, zegt Scholte. Ook de familie uit Kosovo en het gezin uit Sierra Leone. „Iedereen heeft hier de keuze: meedoen, onderdeel zijn van het geheel. Of je verschansen in je eigen wereld. Sluit je aan bij een van de meer dan vijftig verenigingen en je krijgt alle ruimte. Alleen mag je de boel niet overnemen. Dat staan we niet toe.”

„Geleidelijk ga je als nieuwkomer toch in de maat lopen”, weet boswachter Boele. „Jongens die hier niet zijn geboren, vechten tegen Friezen. Waarom? Geen idee. Hebben ze iets tegen Friezen? Dat niet. Groningers vechten nu eenmaal altijd tegen Friezen. Zo doen wij dat hier.”

Sommige dorpen bloeden dood als ze hun reden van bestaan verliezen, zoals de landbouw. Ze krimpen. Ze vergrijzen. Voorzieningen verdwijnen. Leegloop versnelt.

Zo niet in Opende. Dit dorp heeft zich opnieuw uitgevonden in het zicht van de moderne tijd. Boerenland is woon-, recreatie- en natuurgebied geworden. Hobbyboeren en zorgboerderijen zorgen met paarden, schapen en geiten voor een pastoraal decor.

Opende groeit en bloeit. Meer dan eenvijfde van de bevolking is jonger dan vijftien. „Opende heeft geluk gehad”, zegt het plaatselijk raadslid Ytsen van der Velde van de partij voor Veiligheid en Zorg (VZ2000). Het Friese buurdorp Surhuisterveen kon jaren niet bouwen. In Opende was die ruimte er wel. Ytsen van der Velde vertelt er later in de serie meer over.

Opende heeft het beste van twee werelden, vinden de Opendenaren. De ruimte, rust en schoonheid van het platteland. De stad dichtbij. Betontimmerman Edwin de Roos rijdt voor zijn werk dagelijks naar de Randstad. Maar hij piekert niet over verhuizen. „Het is een fijn dorp. En al mijn maten wonen hier.”