‘Nederland was te passief en liet kansen liggen in Uruzgan’

Een Afghaanse militair op patrouille met een Australische soldaat in het district Chora in Uruzgan, april 2010. Foto NRC Handelsblad / Bas Czerwinski

Het Nederlandse leger heeft zich tijdens de missie in de Afghaanse provincie Uruzgan te terughoudend opgesteld en kansen laten liggen. Dat is de heersende mening onder infanterieofficieren binnen Defensie, meldt de Volkskrant vanochtend.

De krant stelt dat veel officieren vinden dat de Nederlandse troepen in Uruzgan vaker hadden moeten doorpakken en meer hadden moeten proberen de Talibaan te vernietigen. “We hebben vaak niet meer dan stevig van ons afgebeten. Vechten wil zeggen dat je een beslissing probeert te forceren”, aldus de voorzitter van de Vereniging van Infanterie Officieren Otto van Wiggen in vakblad Infanterie.

De officieren die in Uruzgan actief waren vinden in het algemeen dat Nederland te defensief opereerde. Het klopt ook dat het Nederlandse leger daar soms bewust voor koos, want tijdens de missie in het zuiden van Afghanistan werd expliciet gekozen voor de ‘Dutch Approach’, waarbij de nadruk ligt op het vermijden van gevechten en het investeren in wederopbouw. Hoewel die aanpak door NAVO-bondgenoten veel is geprezen, vinden de officieren dat de bezigheden te ver afstaan van het echte werk van de officier: vechten.

De Volkskrant schrijft dat de Nederlanders in Uruzgan vaak het gevecht niet zochten uit angst voor de Taliban en ook omdat ze bevreesd waren voor de reacties binnen Defensie op “al te agressief handelen”. De officieren zeggen zich ook geërgerd te hebben aan de grote bemoeienis met de missie vanuit Den Haag. Zo moest voor iedere afwijkende actie vooraf toestemming worden gevraagd.

De Vereniging van Infanterie Officieren werkt nu aan een ‘Credo voor de Krijger’ om helder te maken wat er van infanteristen verwacht wordt. “Ik ben bereid om te vechten en heb de absolute wil om het gevecht te winnen”, staat bijvoorbeeld in een conceptversie van het credo. Ook staat in het credo dat de infanterist de vijand “onverschrokken” tegemoet treedt, “gereed om hem te verslaan, zelfs ten koste van mijzelf”.