Na het statiebanket uit bedelen om heroïne

Binnenkort kan een gezichtsscan bepalen of iemand al eens in aanraking is geweest met de politie. Het systeem is vooral bedoeld voor juweliers. In het menslievende actualiteitenprogramma Hart van Nederland legt Marjan van Politie Rotterdam-Rijnland het een en ander uit.

„Het is vooral handig als bij een juwelier de deur dicht is en er iemand aanbelt. Als uit de gezichtsscan blijkt dat iemand een crimineel verleden heeft, dan blijft de deur dicht.”

Ik vraag me af welke overvaller er überhaupt aanbelt voor hij met zijn auto door het glas heen ramt. En: als er dan toch iemand met een panty over zijn hoofd getrokken en een jutezak in zijn handen aanbelt, maar de gezichtsscanner vindt het een prima kerel, doe je als juwelier op goed vertrouwen dan gewoon open?

Ik zap naar de IKON-talkshow van Paul Rosenmöller: Spraakmakende Zaken. Ondanks de oubollige titel blijkt dit een mooi integer programma te zijn met een indrukwekkende aflevering over depressies.

Vorig jaar werd Nederland opgeschrikt door de plotse zelfmoord van acteur Antonie Kamerling. In de introductie haalt Rosenmöller Kamerling aan als voorbeeld. Centraal staat de vraag hoe iemand die alles bereikt heeft, toch in zo’n diep dal kan geraken.

Hoofdgast is Maarten van Buuren, hoogleraar van beroep maar hier vooral aanwezig als patiënt. Tien jaar geleden werd bij hem een zware depressie geconstateerd. Toen hij het nieuws over Kamerling hoorde, herkende hij het meteen.

„Al ben ik uiteindelijk, te midden van dat diepe dal, net aan die zelfmoord ontsnapt.”

Van Buuren, die ook een boek over zijn depressie schreef, krijgt alle ruimte om zijn verhaal te doen. Hij vertelt hoe hij het ene moment nog aan een statiebanket zit met de Vorstin, en het andere moment bij een treinstation staat te bedelen om heroïne. Op de omslag van zijn boek zien we een kikker met een glazen koepel om zich heen.

„Depressie is een communicatieprobleem. Je hebt het gevoel dat je met een glazen wand van de buitenwereld bent afgesloten.”

De uitzending is ontdaan van geforceerde sentimentaliteit. In de televisiecultuur, waar zelfs een item over het inslapen van een cavia nog wordt versierd met het Requiem van Fauré, valt het te prijzen dat een ernstig onderwerp als depressie zo zuiver wordt besproken. Rosenmöller toont zich hierbij een meester van de dienstbaarheid. Zijn vragen klinken immer oprecht en hij geeft de geïnterviewde zoveel ruimte dat je als kijker de presentator soms bijna vergeet.

Hij zorgt ervoor dat het gesprek ademt, prikkelt en een zinvolle bijdrage levert aan publieke beeldvorming over psychiatrie.

Gelukkig komt er ook geen onverlaat in beeld die vertelt dat psychiatrische patiënten binnenkort herkend kunnen worden door een gezichtsscanner.

Schrijver en cabaretier Johan Fretz vervangt tv-recensent Hans Beerekamp tijdens diens vakantie.