'Minder geld te verdelen, meer aanvragen'

Het nieuwe fonds voor de beeldende kunsten krijgt minder geld. Het zoekt nu naar de balans. „Het heeft geen zin om iedereen een beetje te geven.”

Het ergste vindt directeur Gitta Luiten van de Mondriaan Stichting dat ze moet ophouden met het voeren van internationaal beleid. „We steunden Nederlandse kunstenaars in vijftig landen, maar het kabinet kiest ervoor het internationale beleid weg te halen bij de fondsen.” Het kabinet wil voortaan nog in tien landen, die handelspartners zijn, kunstenaars gaan steunen. Hoe is nog onduidelijk.

Luiten begon dit jaar vol goede moed aan een fusie van haar fonds met het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB). De twee fondsen, gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, stimuleren beide de beeldende kunst en vormgeving. Het Fonds BKVB maakt via beurzen de productie van nieuw werk mogelijk; de Mondriaan Stichting ondersteunt de presentatie van het werk, onder meer door mee te betalen aan tentoonstellingen. „We fuseren om ons beleid meer op elkaar af te stemmen”, zegt Luiten. Nu, een paar maanden later, ziet ze zich geconfronteerd met grote bezuinigingen, ook op het nieuwe fonds in wording, en een ‘sturende’ staatssecretaris.

De twee fuserende fondsen krijgen nu nog samen 41,2 miljoen euro. Vanaf 2013 blijft daar 25,6 miljoen euro van over: een bezuiniging van 35 procent bovenop de korting van 5 procent die de staatssecretaris alle kunstinstellingen oplegt. In de korting is het budget voor vormgeving, architectuur en gaming inbegrepen (4,2 miljoen euro), dat wordt overgeheveld naar een nieuw te vormen Fonds voor de Creatieve Industrie.

Het Mondriaan Fonds heeft straks minder geld dan zijn voorlopers, maar verwacht meer subsidieaanvragen. Want het Rijk verdeelt nu zelf 16,5 miljoen euro aan structurele subsidies voor beeldende kunst, buiten de fondsen om. Daar blijft nog geen 5 miljoen euro van over. Van de elf presentatie-instellingen met structurele rijkssubsidie, zoals De Appel (Amsterdam) en Witte de With (Rotterdam), blijven er straks zes over – welke, dat is nog niet bekend. De ‘verliezers’ kloppen waarschijnlijk bij het fonds aan. En ook de gemeenten en provincies moeten op cultuur bezuinigen. „Veel instellingen zullen overal tegelijk subsidie aanvragen, zowel bij ons als bij particuliere fondsen”, zegt Luiten. „We verwachten bovendien dat ze hogere geldbedragen aanvragen.”

Vorig jaar ontving de Mondriaan Stichting 1.242 subsidieaanvragen waarvan er 754 werden gehonoreerd. Met de bezuinigingen op komst zal het nieuwe fonds scherpere keuzes moeten maken. „Het uitgangspunt was en blijft dat wij vooral kleinere experimentele en innovatieve projecten ondersteunen”, weet Luiten. „We willen zoveel mogelijk verschillende projecten ondersteunen, maar we moeten ook zorgen dat die projecten voldoende geld krijgen om te worden uitgevoerd. Dat is zoeken naar een balans. Het heeft geen zin om iedereen een beetje te geven.”

Bij het Fonds BKVB steeg het aantal aanvragen de afgelopen jaren tot 2.796 in 2010, waarvan er 1.031 werden gehonoreerd. Om alle toekenningen en afwijzingen goed te kunnen behandelen, kreeg het fonds vorig jaar meer mensen. Nu moet er mogelijk weer personeel vertrekken. Bij beide fondsen, straks samen gevestigd in het pand van het Fonds BKVB aan de Brouwersgracht in Amsterdam, werken zo’n twintig medewerkers. Eigenlijk, zegt Luiten, heeft ze die allemaal nodig. „De paradox is dat een afwijzing van een subsidieaanvraag meer tijd kost dan een toezegging. Dat betekent dat ik voor het verdelen van minder budget relatief meer mensen nodig heb.”

Voor pas afgestudeerde beeldende kunstenaars heeft het fonds straks 50 in plaats van 75 startstipendia te verdelen. Dat betekent dat 90 procent van de 500 alumni op het gebied van de autonome beeldende kunst op zichzelf is aangewezen. Het budget voor werkbudgetten en basisstipendia voor kunstenaars die „vernieuwend en toonaangevend aanbod” maken, wordt gehalveerd naar 5 miljoen euro.

Subsidies die het karakter hebben van een inkomensvoorziening, zoals stipendia, moeten worden omgevormd tot subsidies die het ondernemerschap stimuleren. Bij financieel succes dient de kunstenaar het geld terug te betalen. „Op zich geen gek idee”, vindt Luiten. „Bij instellingen werken we al zo.” Maar volgens Luiten wordt het wel moeilijker om te controleren of kunstprojecten winstgevend zijn. Staatssecretaris Zijlstra heeft vijf criteria geformuleerd die de fondsen moeten hanteren bij het toekennen van subsidies, waaronder publieksbereik en regionale spreiding. Dat heeft Luiten, op z’n zachtst gezegd, verbaasd. „Niet eerder heeft een bewindsman zo gedetailleerd aan de fondsen opgelegd hoe ze moeten werken.”