Kinderen niet van harte welkom

Marcel van Roosmalen eet geregeld in de Stadskantine.

Hij krijgt sympathie voor het budgetrestaurant. Dus van objectieve journalistiek is geen sprake meer.

Nederland Amsterdam 12-07-2011 Het personeel van de Stadskantine in de Van Woustraat in Amsterdam. Voor de rubriek 'Marcel Werkt' ©Jan-Dirk van der Burg Burg, Jan-Dirk van der

Dagindeling en eetgewoonten van zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel, mensen die voor zichzelf werken dus) kwamen voorbij in een praatprogramma in de ochtend, als ik me niet vergis in Koffietijd.

Een deskundige, zelf gezegend met een dikke buik, waarschuwde voor slecht voedsel. Uit ervaring wist hij ‘hoe makkelijk het is om een pizza te bestellen’. Of friet en direct-klaar maaltijden, nog erger. En verder hamerde hij op het belang van ‘sociale contacten’, je kon er ‘heel raar’ van worden als je hele dagen op jezelf zat.

Ik voelde me aangesproken.

Dat je als freelancer geen huis kon kopen, wist ik inmiddels, maar ineens doemden er nog kwalijker gevaren op: dik en eenzaam worden.

Ik schrijf mijn stukjes vanuit ‘huis’, een wat stoffige etage in de Amsterdamse wijk de Pijp, een door buitenstaanders als hip bestempeld gebied. In de zomer, wanneer de barbecue van de benedenburen om een uur of drie wordt ontstoken, verplaatste ik de werkplek weleens naar café’s in de buurt, waarvan de Coffee Company de bekendste is. Behalve slechte, dure koffie hadden ze er te weinig stopcontacten en een slechte internetverbinding. Na het werken haastte ik me naar de Albert Heijn voor een kook- en stoommaaltijd, alle zeven varianten smaken hetzelfde.

Tot een paar maanden geleden.

Bij toeval, na een uitputtende reportagetocht naar een vrouwenflexwerkplek in Rotterdam hadden we zin in koffie. Fotograaf Jan-Dirk en ik belandden in een sobere, frisse ruimte met houten tafels en veel ramen tegenover een Pakistaanse wasserette aan de Van Woustraat. Het bleek de eerste vestiging te zijn van een keten die zich richt op hardwerkende, energieke mensen: De Stadskantine.

Wij waren de doelgroep, verzekerde eigenaar Jelle Maijer ons. Hij voegde eraan toe: „Iedere buurt verdient een stadskantine.”

Zijn vriendin Julia (32), die hele dagen in de zaak van haar vriend zat te freelancen en af en toe bijsprong bij drukte, zei dat we het eens moesten proberen: een maaltijd bestellen. Daarna dwaalden de gedachten af, wat ik onthield was dat het haar ideaal was om ooit in een boomhuis te wonen.

Het is een paar maanden later en ik heb inmiddels een stempelkaart van De Stadskantine: nog drie keer iets kopen en ik krijg gratis eten. Achter ons ligt een periode waarin fotograaf Jan-Dirk en ik vrijwel dagelijks in De Stadskantine dineerden en werkten, want het beviel. Tussen 18.00 en 22.00 uur serveren ze er een door een topkok bereide maaltijden - vlees, vis of vegetarisch - voor 8,85 euro, je kunt er ontbijten voor 3,85 euro en de rest van de dag kun je er werken op je laptop. Kinderen zijn er niet van harte welkom, een groot voordeel voor de werkende mens.

We kwamen uit beroepsmatige interesse, maar knapten er ook van op, het verantwoorde voer zorgde voor een gezondere uitstraling. We leerden veel: bijvoorbeeld dat zaken aan de zonzijde van een straat beter lopen dan zaken aan de schaduwkant, dat het uitsluitend met de pinpas betalen zwervers en alcoholisten buiten de deur houdt en ook dat een klager in de buurt een terrasuitbreiding kan blokkeren.

Ik ontmoette er interessante mensen: een fietsenhandelaar die in De Stadskantine zijn designfietsen aan de muur hangt en ene Otto, bezig aan een bizarre roman en regelmatig aanwezig voor ‘Apple-advies’, mensen met problemen met Apple-computers kunnen bij hem terecht, een wel heel kleine niche-markt.

We observeerden de aanloopproblemen, het opscheppen van het eten bleek een breinbreker, de rubberen letters en het letterbord waarop de maaltijden werden aangekondigd waren uiteindelijk duurder dan LED-schermen en niet alle personeelsleden waren geschikt voor ‘het concept’. Maar uiteindelijk won de sympathie.

Ik kondigde aan om voor deze rubriek een artikel over ze te gaan schrijven. Niet echt slim, want ik had ze inmiddels leren kennen, dus van objectieve journalistiek was geen sprake meer.

Het idee van De Stadskantine ontstond tijdens een fietstocht van de broers Jelle (36) en Douwe Maijer (38). Ze waren in Frankrijk en konden nergens goedkoop, gezond eten. Een paar maanden later was het eerste pand op de Van Woustraat gehuurd. Zelden een groter contrast tussen twee broers gezien: terwijl Douwe zich in vrolijke T-shirts concentreerde op de dagelijkse gang van zaken: het opscheppen van het eten op borden, was Jelle bezig met het verzinnen van nieuwe concepten, expansie en manieren om de doelgroep - zzp’ers en studenten - nog beter te bereiken.

Na sluitingstijd gooiden hij en zijn vriendin Julia een bak opmerkingen en ideeën over me heen die allemaal in dit artikel moesten. Belangrijk was dat ze werkten met seizoensproducten - tomaatjes in de zomer, zetmeelrijke producten in de winter - en dat ze bezig waren met de ontwikkeling van een ‘strippenkaart’ voor studenten, waarmee ze een nieuwe doelgroep - bezorgde ouders die bang waren dat hun studerende kinderen niet goed zouden eten als ze op kamers gingen wonen - hoopten te bereiken.

Ik schreef het allemaal braaf op.

De doelstelling is dat Amsterdam op korte termijn vijf vestigingen van De Stadskantine heeft. Daarna volgen Nijmegen en Utrecht, steden waar zzp’ers nog steeds ongezond eten. Het werd een lang interview.

Eigenaar Jelle: „Zou je ergens in je artikel het woord ‘franchise’ kunnen laten vallen? Dankjewel.”