'Ik maak niet bekend wie deze meisjes zijn'

In Foam hangen foto’s van twee meisjes die dat zelf niet weten. Fotograaf Willem Popelier wil daarmee de invloed van sociale media op jongeren onderzoeken.

Hoe is het om als kunstwerk te worden tentoongesteld in een expositie zonder dat je het zelf weet? Op dit moment is dit het geval voor twee meisjes in Nederland. Wie de bovenste zaal van het fotografiemuseum Foam in Amsterdam betreedt, ziet daar op de expositie Showroom Girls ruim 90 opnames van twee meisjes die zichzelf ergens vorig jaar hebben gefotografeerd met een webcam in een showroom.

Op de foto’s is duidelijk te zien hoe de twee pubers, hoogstwaarschijnlijk dikke vriendinnen, aan het geiten zijn voor de camera: springend in elkaars armen, gekke bekken trekkend en experimenterend met de verschillende beeldopties (kleur, zwart-wit, sepia) op de computer.

Fotograaf Willem Popelier stuitte op deze beelden tijdens het maken van Showroom, een tentoonstelling die op dit moment is te zien op het Franse fotofestival Les Recontres d’Arles. Voor dit project ging Popelier in verschillende winkels op zoek naar de showroommodellen van computers waar bezoekers op webcams foto’s van zichzelf maken.

Op één computer vond Popelier bijna 100 foto’s en twee filmpjes gemaakt door dezelfde meisjes. Omdat éen van hen een kettinkje droeg met daarop haar naam besloot Popelier op internet te kijken of hij de identiteit van dit meisje kon achterhalen. Hij vond ze allebei terug op diverse websites zoals Hyves, Facebook en Twitter en wist toegang te krijgen tot de tweets van een van de meisjes. Op de expositie in Foam staat, naast alle webcamfoto’s die Popelier heeft geanonimiseerd, ook een printer in de zaal. Telkens als een van de meisjes nu een tweet stuurt, wordt dit bericht, volledig gecensureerd door een roze balkje en slechts voorzien van datum en tijdstip, uitgeprint.

Waarom heeft u dit gedaan?

„Ik ben al langer bezig met de vraag: hoe krijgen we een indruk van iemand via nieuwe media? Voor Showroom ben ik in winkels vooral gaan zoeken naar mensen die zichzelf obsessief fotograferen. Ik vind het intrigerend dat iemand, die eigenlijk op weg was naar de kledingafdeling, ineens besluit twintig foto’s van zichzelf te gaan maken. Het lijkt vaak alsof iemand totaal vergeet dat hij of zij in een publieke ruimte staat. Waarom doen mensen dat? Als je de meeste voorbijgangers op straat zou vragen of je ze mag fotograferen, weigeren ze. Dan is privacy ineens een groot goed, terwijl men deze foto’s gewoon op een computer achterlaat.

Hoe heeft u die foto’s uit de showroom computers gehaald?

„Dat zeg ik niet, maar dat kan wel op zes verschillende manieren.”

Met een usb-stick?

„Dat zou kunnen.”

Gaat dit project niet ten koste van twee argeloze pubers die van niks weten?

„Ik breng deze twee meisjes nu extra onder de aandacht, maar door hen volledig te anonimiseren ontneem ik hen ook weer alle aandacht. In feite gaat het me niet om deze twee pubers, ik ben niet geïnteresseerd in hun leven, het gaat mij erom te onderzoeken hoe wij met onze identiteit en privacy omgaan.”

Maar is het dan niet sterker om juist wél te laten zien wie ze zijn?

„Ik wil niet dat via mij bekend wordt wie deze meisjes zijn.”

Maar de kans is groot dat ze er snel achter gaan komen. En dan zullen ze toch erg schrikken?

„Dat weet ik niet. Ik ben wel benieuwd hoe ze zullen reageren. Het verbaast me eigenlijk dat ze het niet al weten. Maar ik beschouw hun reactie als een onderdeel van dit kunstwerk. Ik wil laten zien hoe mensen omgaan met sociale media, daar hoort hun respons ook bij. Het zou goed kunnen dat ze boos worden omdat ze vinden dat ze worden geëxploiteerd. Ik kan me ook voorstellen dat het ene meisje haar twitteraccount gaat afschermen. Maar het kan ook zijn dat, als ze erachter komen dat hun foto’s in het museum hangen, ze alleen maar teleurgesteld zullen zijn dat ze onherkenbaar in beeld zijn gebracht.”

Maar voelt u zich niet ook een beetje verantwoordelijk voor hen?

„Jazeker. Ik wil hen juist in bescherming nemen door te laten zien hoe eenvoudig het is om op internet van alles over iedereen te vinden. Van een van de meisjes heb ik bijvoorbeeld haar huisadres kunnen achterhalen en zelfs haar schoolrapport. Alles legaal overigens, zonder in te breken in geheime gegevens.

„Mensen eigenen zich nieuwe technieken toe zonder zich er echt in te verdiepen. Jongeren twitteren de hele dag op hun smartphones. Veel van hen realiseren zich niet dat, als je je niet goed afschermt, echt iedereen kan meelezen. Wat dat ene meisje twittert – en dat zijn soms wel 400 tweets per dag – gaat echt heel ver.”

Waarom laat u de inhoud van die tweets dan niet gewoon zien in de tentoonstelling?

„Omdat het er niet om gaat wát ze twittert maar dát ze twittert. Doordat er steeds een bericht uit de printer rolt met een tijdstip erbij, hoop ik dat de bezoeker zich gaat realiseren hoe ontzettend vaak dit meisje een bericht de wereld instuurt. Daarnaast wil ik met deze tentoonstelling de ethische en juridische grenzen van onze omgang met beeld en informatie onderzoeken. In hoeverre mag ik als kunstenaar gegevens over iemand, die ik legaal heb verkregen, aan de wereld tonen?”

Maar het ging u toch om de rol van fotografie in deze samenleving?

„Inderdaad. Fotografie is een middel geworden om jezelf continue, op elk moment van de dag vast te leggen. Jongeren zijn steeds meer bezig met de vraag hoe ze zichzelf moeten tonen aan de wereld. Alsof je daarmee telkens je bestaan moet bevestigen.”

Hoe wordt er tot nu toe op de tentoonstelling gereageerd?

„Sommige mensen zijn teleurgesteld zodra ze er achter komen dat ik geen informatie vrijgeef over de meisjes. Zij vinden het blijkbaar normaal dat allerlei feitenmateriaal met iedereen wordt gedeeld.

„Maar ik krijg ook veel geschokte reacties, vooral van jongeren. Ik denk dat zij zich tot nu toe echt te weinig realiseren hoe zichtbaar ze zijn op internet.”

Willem Popelier, ‘Showroom Girls’. T/m 31 augustus 2011 in Foam, Amsterdam. Open dagelijks van 10.00 -18.00, do/vr van 10.00 - 21.00 uur. Entree: € 8,00