Humor en intensiteit op sterke Julidans

Julidans. Diverse voorstellingen: 2, 4, 5, 6 en 8/7 te Amsterdam. Inl: www.julidans.nl ****

Love it of Hate it. Na elke voorstelling van festival Julidans konden toeschouwers door middel van een button laten weten wat ze vonden. Of dat nou vaak de beoogde ‘levendige discussie’ zal hebben opgeleverd?

Onwaarschijnlijk.

Maar wie zich om welke reden dan ook nijdig had gemaakt, kreeg tenminste de gelegenheid een beetje wraak te nemen.

Veel viel er overigens niet te haten bij deze sterke editie met gevestigde namen en aankomende talenten, of het moet Pororoca van de Braziliaanse Lia Rodrigues zijn.

De telkens bijeen klonterende en weer uitwaaierende massa van mensen en hun goedkope rotzooi geeft weliswaar een treffende verbeelding van de dicht op elkaar levende gemeenschappen in de favela’s van Rio de Janeiro, maar al gauw wordt het een stomvervelende herhaling van zetten. Wat doet die voorstelling in een topfestival als Julidans, nota bene op het hoofdpodium, de Stadsschouwburg? Hate it!

Driewerf Love it echter voor Salves van de Franse Maguy Marin, waarmee het festival zondag afsloot.

Vrolijk wordt men niet van de wederwaardigheden van zeven dansers die in sneltreinvaart alle angsten, gruwelen, teleurstellingen en mislukkingen van de afgelopen eeuw in herinnering brengen, met onheilspellend geraas als begeleidingsmuziek.

De grote ideologieën zijn uitgeput, dus ach! daar verzakt een heroïsch Sovjettafereel en beng! daar valt het vrijheidsbeeld aan gruzelementen. De Franse Marianne raakt ook behoorlijk in het nauw en tijdens een feestje knalt de aardbol uit elkaar.

Telkens als de voortjagende mens er bijna in slaagt vreedzaam aan de, steeds rijker opgetaste, dis te gaan slaan angst, wantrouwen en agressie weer toe, culminerend in een hilarisch slotgevecht met president Sarkozy in een bijrolletje.

Zonder Marins gevoel voor humor zou Salves (Uitbarstingen) verschrikkelijk larmoyant zijn geworden, maar goed gedoseerde, groteske vondsten brengen lucht in het geheel. De boodschap is echter kraakhelder: we hebben er een zootje van gemaakt.

Op een schoolbord staat: „Als je tot je nek in de stront zit, kun je alleen nog maar zingen.” En dus maakt Marin kunst. Grote kunst.

De vrouwen heersen dit jaar op Julidans. Zo is ook de maffe voorstelling Gustavia van Française Mathilde Monnier en de Spaanse La Ribot een schot in de roos. Precieus grienend bewenen de dames de teloorgang van hun jeugd en belichten zij vrouwelijkheid en verleiding in absurde slapstickscènes of een minimalistische knie-striptease.

Alexandra Bachzetsis brengt ook een interessant duet over vrouwbeelden en laat twee vrouwen versmelten tot één.

De intense confrontaties tussen de seksen in het uiterst fysieke Foutrement (Verneukt) van de jonge Canadese Virginie Brunelle zijn sterk, al kan het stuk een flinke snoeironde gebruiken.

Bij de heren wekte de openingsvoorstelling van Neuer Tanz/VA Wölfl, Ich sah: das Lamm auf dem Berg Zion, zoals te verwachten en te voorzien was bewondering én ergernis (en een run op de Hate it-buttons), vooral bij degenen die, gezeten achter de metershoge cypressen die tijdelijk tussen de rijen waren geplant, hun nek moesten verdraaien om iets waar te nemen van Wölfls minutieus georganiseerde taferelen.

Oedipus/Bêt noir van Wim Vandekeybus stelde teleur door een weinig gelaagde navertelling van Sofokles’ tragedie, kernachtig hertaald door Jan Decorte. Bij vlagen maakten de meeslepende dansdelen het ontbreken van een behartigenswaardige visie goed.

Net als vorig jaar kwam een van de verrassendste bijdragen van de jonge Amerikaan Daniel Linehan. In het trio Zombie Aporia speelt hij intelligente, ingenieuze spelletjes met dans, tekst en beeld, perfect getimed en geestig, maar met een kritische ondertoon.

Conceptueel en toch toegankelijk: het bestaat dus. Zo’n begaafde nieuwkomer zie je niet vaak. Volgend jaar weer. Love it.