Helpen we elkaar alleen als 't meezit?

Elke woensdag een filosofisch dilemma naar aanleiding van de actualiteit.

Vandaag: heeft het zin om in tijden van nood een beroep te doen op empathie?

Op 27 juni sprak Ramsey Nasr op het Malieveld in Den Haag een vurige rede uit, waarin hij ons huidige kabinet een gebrek aan menselijkheid verweet. Tegen het einde van zijn brief zei hij: „Geachte premier Rutte, er bestaan in deze materiële wereld een paar zaken die ons scheiden van de apen. Kunst, kennis en altruïsme maken ons tot mens.” In NRC Handelsblad gebruikte ook Gerrit Komrij in een artikel de apenmetafoor om zijn afgrijzen over Rutte-I duidelijk te maken: „U mag uw rotcenten houden, heren, graag zelfs, die centen zijn ons probleem niet, uw half-apendom is het probleem.”

De aap werd hier met veel gevoel voor retoriek als schrikbeeld voor de beschaafde mens aangehaald. In Atlanta, in de Amerikaanse staat Georgia, zal Frans de Waal hoofdschuddend de woorden van beide dichters gelezen hebben. Deze Nederlandse bioloog doet al meer dan dertig jaar onderzoek naar het sociale gedrag van mensapen en concludeerde in zijn vele boeken juist dat wij mensen in de basis niet veel van onze illustere voorgangers verschillen. Misschien liep De Waal hierna naar het raam van zijn werkkamer, om naar de chimpansees onder zijn raam te kijken. Waarom zijn die arme apen toch altijd de klos?

Neem de notie ‘altruïsme’ uit Nasrs drie-eenheid. Het is duidelijk dat dit begrip in een crisis verkeert. De kredietcrisis van 2008 legde een morele afstand tussen financiële beleidmakers en de rest van de wereldbevolking bloot. De onderlinge solidariteit is eveneens ver te zoeken: de bezuinigingen in de zorg treffen de zwakkeren in de samenleving, zonder dat dit al te veel maatschappelijk protest oplevert. Buiten de landsgrenzen hoeven ze al helemaal niet op onze sympathie te rekenen: uit een enquête van EenVandaag bleek dat 71% van de bevolking tegen de steun aan Griekenland is – één van de weinige onderwerpen waar Nederlanders wel eensgezind over lijken te zijn. We lijken van mening dat empathie vooral een luxe is, iets dat je alleen gebruikt als je het je kunt veroorloven, en de overheid steunt ons in die opvatting.

Gebruiken we ons vermogen tot empathie en solidariteit inderdaad vooral tijdens voorspoed? Zijn we van nature egoïstisch? Of toch altruïstisch, of een combinatie van beiden? Wat moeten we in godsnaam met elkaar?

Voor het beantwoorden van deze vragen komen we niet bij Ramsey Nasr, maar bij de door hem beschimpte aap terecht. In zijn laatste boek, Een tijd voor empathie (2009) behandelt Frans de Waal dit belangrijke thema. De primatoloog haalt tal van voorbeelden van altruïsme onder grotere apen aan. Chimpansees bekommeren zich om elkaars pijn, helpen zwakkeren en kunnen zich inleven in hun soortgenoten. Het is voor De Waal dan ook niet de vraag óf mensapen over empathie beschikken, maar eerder hoe dat zo gekomen is.

Het begint bij het lichaam. Omdat zowel apen als mensen groepsdieren zijn en op die manier het beste overleven, zijn we van nature tot anderen aangetrokken. Onze behoefte aan lichamelijk contact is zelfs zo intens, dat onze gezondheid eronder lijkt te lijden als het afwezig is, zo schrijft De Waal. Zo ontdekte men na de val van de Muur in het communistische Roemenië een groep weeskinderen, die ‘op wetenschappelijke wijze’ werden grootgebracht, zonder sentimenteel geknuffel. Deze kinderen konden niet lachen of huilen en kenden een extreem slechte weerstand tegen ziekten. In de film Notes On A Scandal legt de verzuurde oudere lerares Judi Dench aan haar populaire jonge collega Cate Blanchett uit hoe eenzaam ze is: ‘I am so chronically untouched, that the slightest accidental brush of a bus driver’s touch, sends a jolt straight to my groin.’

We kijken dus goed naar elkaar. Dat heeft tot gevolg dat we de lichaamstaal van anderen overnemen, soms zelfs zonder dat we het willen. In het theater bestaat de regel dat je bij het spelen van een vermoeid personage vooral niet moet gapen, omdat voor je het weet alle toeschouwers zitten te geeuwen. Deze lichamelijke synchronisatie is universeel: mensen zullen ook automatisch een gapende marmot navolgen. Deze onbewuste en andere bewuste imitaties worden geactiveerd door delen van de hersenen die toepasselijk spiegelneuronen heten. Dit onderdeel van ons brein is bij autisten beperkt actief. Zij zullen dan ook volkomen onverschillig reageren op een gapend familielid.

We zijn dus geneigd om de emoties van anderen over te nemen. Dit is de basis van empathie, maar om ook echte zorg te bieden, is meer nodig. We zullen ons moeten inleven in de ander. Kleine kinderen en kleinere apensoorten kunnen dit niet. Het vergt een vergevorderd zelfbewustzijn en grote intelligentie om jezelf van de ander te onderscheiden en aan diegene emoties en intenties toe te kennen. Je weet wat de ander voelt (pijn) en wat die nodig heeft (troost). Alleen dan kan er gerichte hulp worden geboden (knuffel).

Apensoorten als chimpansees zijn geslaagd voor talloze empathie-experimenten. In tegenstelling tot andere dieren lijken ze over het hele inlevingsarsenaal te beschikken. Wat zegt dit over mensen? Het betekent in elk geval dat we biologisch gezien niet puur egoïstisch zijn.

De Waal plaatst zichzelf op deze manier in een filosofische traditie die meer oog heeft voor de irrationele kanten van de mens, die zich met name tegen Immanuel Kant (1724-1804) richten. Kant definieerde ethiek vooral aan de hand van universele principes. Dit laat weinig ruimte voor de uitzonderingen waar onze empathische inborst ons toe dwingt. Ook Thomas Hobbes (1588-1679) krijgt er bij De Waal van langs. Deze politieke filosoof beweerde dat de mens in eerste instantie zelfzuchtig en concurrerend is. Beide denkbeelden lijken niet te stroken met de realiteit van de mens en onze verwanten. De Britse filosoof Bernard Williams (1929-2003) wees hier bijvoorbeeld in zijn essay Persons, character and morality (1972) op. Stel, zo zei hij, twee mensen vallen van een boot in het water en dreigen te verdrinken: de kapitein en je vrouw. De meeste mensen zullen hun vrouw redden, terwijl dit totaal niet logisch is. Toch beschouwen we dit gevoelsmatig als de goede keuze.

Empathie is een onderdeel van ons DNA-basispakket, waartoe (vooral bij mannen) óók egoïsme, agressie en leedvermaak behoren. We kunnen echter kiezen welke kant we van onszelf willen laten zien. Dat heeft weinig met economische omstandigheden te maken, maar vooral met wat we als de goede keuze beschouwen. We kunnen onze empathie uitschakelen, zoals artsen uit zelfbescherming doen. Het kan ook afwezig zijn door een stoornis, zoals bij autisten of psychopaten (die volgens De Waal vaak in de top van het bedrijfsleven opereren). Bovendien beperkt empathie zich vaak tot de directe kring, omdat het evolutionair gezien op bescherming van de soort of familie gericht is. Maar voor de meeste mensen is empathie echt geen luxe.

Ramsey Nasr wees ons op een essentieel onderdeel van mensen, maar juist de apen laten ons zien dat het een onvermijdelijke eigenschap is. De Waal verwacht dat er dankzij de lessen van de kredietcrisis en de verkiezing van Barack Obama ook echt een tijd van empathie aanbreekt. Voorlopig krijgt hij geen gelijk. We lijken apathischer dan ooit. De kringen die op onze hulp kunnen rekenen, worden steeds kleiner. Andere mensen zijn de vijand, al helemaal over de landsgrens. Toch komt ook in de natuur soortoverschrijdende empathie vaak genoeg voor – zoek maar op YouTube naar ‘dog loves cat’ of een andere willekeurige combinatie. Zo vertelt De Waal het verhaal van Kuni, de chimpansee die een neergestorte vogel vanuit een boom weer de lucht in lanceerde. We kunnen nog wat van die apen leren. Deze en andere wonderlijke verhalen van de optimistische bioloog geven hoop voor de toekomst. Zullen onze kringen zich weer gaan uitbreiden? Ik zal deze zomer in elk geval mijn best doen, door minstens één Griek een stevige knuffel te geven.