Half Baskenland komt naar Luz Ardiden

De Baskische wielerploeg Euskaltel kan niet wachten tot de etappes in de Pyreneeën. De aankomst morgen op Luz Ardiden zal voor een volksverhuizing zorgen.

Tussen tienduizenden uitzinnige Baskische wielerfans vlindert vlieggewicht Roberto Laiseka omhoog naar de top van Luz Ardiden. De flanken van de Pyreneeëncol zijn oranje, de kleur van Baskenland en ‘nationale’ wielerploeg Euskaltel. Overal wapperen rood-groen-witte vlaggen, de letters van de Baskische afscheidingsbeweging ETA staan groot op het wegdek. „De Baskische fans zijn echt ongelofelijk”, herinnert Laiseka zich die bijzondere dag in juli 2001, toen hij als eerste renner van Euskaltel een rit won in de Tour de France. „Ze komen zo dicht bij je staan. Het geluid is oorverdovend, ze schreeuwen je gewoon die berg op.”

Morgen zal de klim naar het op 1.715 meter hoogte gelegen Luz Ardiden opnieuw oranje kleuren, als finishplaats van de eerste van drie Pyreneeënritten, over 211 kilometer met onderweg ook La Horquette d’Ancizan (eerste categorie) en de Tourmalet (buitencategorie). „Luz Ardiden heeft een speciale betekenis voor de Basken”, vertelt sportjournalist Eduardo Rodrigálvarez van de Spaanse krant El Pais. „Het is de dichtstbijzijnde berg in de Tour voor de Baskische wielerfanaten. Een aankomst op Luz Ardiden zorgt elke keer opnieuw voor een volksverhuizing. Half Baskenland gaat drie dagen in Frankrijk kamperen.”

Eindelijk de bergen in, vinden ze bij Euskaltel. Afgelopen met dat zenuwachtige gedoe van de eerste anderhalve week, dat de kop kostte aan Ivan Velasco en Amets Txurruka, in 2007 nog gekozen tot strijdlustigste renner in de Tour. Ook na de rit van gisteren doken de kleine klimmertjes weer snel de ploegbus in. Alle hoop is nu gevestigd op kopman Samuel Sanchez, ook al gevallen in de eerste week. De nummer vier van de vorige Tour staat twintigste.

„Hij is de enige renner van Euskaltel die morgen kan winnen”, zegt voormalig Tourwinnaar Pedro Delgado, die zelf won toen de Tour in 1985 voor het eerst Luz Ardiden aandeed. Na hem wonnen ook de Spanjaarden Laudelino Cubino (1988) en Miguel Indurain (1990). „Voor de Spanjaarden spreekt winnen in de Pyreneeën enorm aan”, aldus Delgado. „Helemaal voor een ploeg als Euskaltel. Maar dat zijn eigenlijk geen Spanjaarden, dat zijn Basken.”

Euskaltel, in 1993 gestart met de oprichting van de Fundacion Euskadi Ciclista, is een van de oudste ploegen van het peloton (Euskadi is het Baskisch voor Baskenland). Oprichter Miguel Madariaga was al betrokken bij de KAS-ploeg met Féderico Bahamontes, Lucien van Impe en Sean Kelly. Hij maakte de tijd mee van de in 1975 overleden dictator Franco, toen sporten als voetbal en wielrennen een uitlaatklep waren voor verboden nationalistische gevoelens. Hoogtijdagen beleefden de Basken in voetbaltempel San Mamés van Athletic Bilbao en langs de route van de Vuelta, die tot 1979 werd georganiseerd door de Baskische krant El Correo. Madariaga wilde een wielerploeg volgens de filosofie van voetbalclub Athletic Bilbao: alleen renners die in het Baskenland zijn geboren of getogen. Supporters kunnen aandelen kopen maar doen dat niet massaal.

Pas als het Baskische telefoonbedrijf Euskaltel in 1997 hoofdsponsor wordt, komen de successen. Joseba Beloki en Igor Gonzalez de Galdeano breken door bij de Baskische ploeg. Maar hun grote successen in Tour en Vuelta behalen ze voor de rijkereONCE-ploeg van Manolo Saiz.

Bij het Tourdebuut in 2001 is het raak voor Euskaltel. „Dat nerveuze gedoe in de eerste weken was toen ook al desastreus”, vertelt Laiseka. „Volgens mij stonden we bijna allemaal al op meer dan twintig minuten voor de eerste bergrit. Ik was al dicht bij de ritzege in Ax-les-Thermes. Mijn kans is verkeken, dacht ik. Tot ik een dag later won op Luz Ardiden. Een mirakel.”

De wereld keek naar de hand die de matadoren Jan Ullrich en Lance Armstrong schudden, toen ze ruim een minuut na Laiseka over de streep kwamen. Zie de kleine Bask onwennig zitten op de persconferentie na afloop. Terwijl iedereen wacht op gele-truidrager Armstrong vertelt hij zijn verhaal. Afkomstig uit het door de nazi’s verwoeste Baskische bergdorpje Gernika, nog vereeuwigd door Picasso. En nu held van de Basken. „Ik heb mijn hele carrière voor Euskaltel gereden, dertien jaar.” Tot een val in de Giro van 2006.

Na Laiseka komen Haimar Zubeldia en het grote talent Iban Mayo, die in 2003 als vijfde en zesde eindigen in de Tour. Mayo wint de rit naar Alpe d’Huez en vertrekt een jaar later zelfs als favoriet naar de Tour, wanneer hij in de Dauphiné Libéré met een recordbeklimming van de Ventoux (55.51 minuut) Armstrong verplettert. Een Tourzege voor het kleine Euskaltel? Na een dramatische rit over de kasseien druipen de Basken gedesillusioneerd af.

Igor Gonzalez de Galdeano keert in 2007 terug als ploegleider en gaat opnieuw uit van oude Baskische waarden. Geen dure sterren meer als Mayo, of aankopen als Aitor Gonzalez. „Het team is onze kracht en niet het individu”, stelde hij begin dit seizoen in het blad Procycling. Met jonge, Baskische renners.

Enige niet-Bask in de ploeg is uitgerekend olympisch kampioen Sanchez, afkomstig uit het nabijgelegen Asturië. Maar Basken juichen tegenwoordig ook voor de nationale voetbalploeg, al was het maar vanwege de Bask Xabi Alonso. Dit jaar keert de Ronde van Spanje voor het eerst sinds 1978 terug naar het Baskenland, nu afscheidsbeweging ETA heeft aangekondigd geweld af te zweren. Bask Igor Anton rijdt voor Euskaltel geen Tour om zich te sparen voor de Vuelta. Waarom morgen dan niet juichen voor Asturiër Sanchez?