Google maakt online babbelen weer sociaal

Ernst-Jan Pfauth probeerde twee weken Google Plus uit.

‘Vrienden’ kun je daar preciezer indelen in echte vrienden, collega’s en familie.

Wie kent er goede blogs?’, vroeg een verse Google Plusser op het nieuwe sociale netwerk. Ik gaf een paar tips, waar hij pas drie dagen later voor bedankte. „Rijkelijk laat!”, antwoordde ik. Lag dat aan de service? Dat was het niet, schreef de vriend, „Ik heb te veel te doen en wil dan zo min mogelijk afleiding van Twitter, Google+, mail en de rest.”

In dat geval gaat hij bij Google Plus een zware tijd tegemoet. Met de vernieuwing ziet de gebruiker op alle Googlepagina’s een blokje rechtsboven in het scherm dat rood wordt zodra er nieuwe berichten op Google+ staan. Of je nu e-mailt met Gmail, documenten bewerkt op Google Docs of foto’s bekijkt in Picasa: rechtsboven vraagt een rood blokje om aandacht. ‘Er zijn nieuwe berichten’, roept Google voortaan.

Sowieso zorgde Google+ voor onrust. Na de lancering logden duizenden nieuwsgierige Google-gebruikers op het nieuwe sociale netwerk in. Ze probeerden de belangrijkste noviteit van Google+ uit: het sorteren van contacten in groepen. Waar op Facebook en Hyves iedereen ‘vriend’ is, kan je op Google+ relaties scharen onder collega’s, kennissen of familie. ‘Circles’, noemt Google die labels, en telkens als je door iemand in een circle bent gezet, ontvang je daar per e-mail een bericht van. Veel mensen klaagden vervolgens over het grote aantal e-mailberichten dat ze van Google+ ontvingen. „Ik ben er immuun voor geworden”, meldde een van mijn Google+-connecties.

Mij verbaasde het dat mensen überhaupt de moeite namen om al die circles aan te maken. Het scherm ziet er als volgt uit: een stuk of vijf rijen van tien fotootjes van mensen uit het Gmail-adresboek, die naar de juiste circles gesleept moeten worden. Dat betekent dus vijftig keer de vraag stellen: ‘Wat betekent deze persoon eigenlijk voor me?’, ‘Is het een vriend of een kennis?’, ‘Ik kan het zo goed vinden met deze collega, zou hij niet bij mijn vrienden horen?’ En als je er vijftig achter de rug hebt, verschijnen er weer nieuwe. Het is een taak waar ik me amper aan gewaagd heb. Na 29 contacten hield ik het voor gezien. Mijn belangrijkste circle had ik toch al gevormd, die van mijn vrienden.

Het grote voordeel van Google+: dat het weer een intieme online plek creëert waar je ongedwongen met vrienden kan converseren.

Twitter is openbaar, en per definitie dus niet een gezellige plek waar je jezelf kan zijn, en Facebook is de status van intiem netwerk ook al lang verloren. Door de jaren heen is daar een verzameling ontstaan van oude vakantievrienden, mensen met wie je een uur doorbracht op een conferentie, studiegenoten die uit je leven verdwenen zijn en oud-collega’s. In totaal zijn ze met ze honderden. Net als op Twitter. En daarom voelt het delen van een tweet en een Facebookbericht soms alsof je op een podium staat voor een grote zaal. De spotlight schijnt in je ogen, mensen kijken je afwachtend aan, je stem is schor: wat ga je die honderden mensen vertellen? En hoe komt dat over?

Op Google+ verdwijnen al die zorgen. Daar heb je een circle met goede vrienden, daar kan je gewoon gedachteloos in een Facebook-achtige layout een berichtje delen. Iets wat je echt dwarszit, of gewoon een jolig nietszeggende mededeling. Het zijn je vrienden, dus wat maakt het uit? En daarmee maakt Google online babbelen weer écht sociaal. Geen plankenkoorts, je hoeft berichten niet meer te polijsten of te censureren, maar deelt gewoon wat er op je hart ligt.

Eén belangrijke voorwaarde: dat je vrienden ook echt op Google+ rondhangen. Vooralsnog reageren er twee vrienden op mijn berichten, en dat is een beetje eenzaam. De rest is blijkbaar heel goed in staat het rode blokje op Google te negeren.

Ernst-Jan Pfauth

Ernst-Jan Pfauth is chef internet van NRC Handelsblad en nrc.next