'Genieten van het uitzicht'

Naam: Koos Moerenhout

Leeftijd: 37

Tourprestaties: zeven Tourdeelnames, nu pr-man bij Rabobank

„Ik was een ronderenner. Niet dat ik goed genoeg was voor een algemeen klassement, maar ik voelde mij altijd beter in de grote rondes dan in het klassieke werk. Bij eendagswedstrijden moet je al je energie in een dag kwijt. Dat lag mij minder. Ik had een groot recuperatievermogen, ik kon drie weken geconcentreerd blijven rijden.

„Ik heb lang naar de juiste balans gezocht tussen werken voor anderen en voor eigen succes rijden. In het begin van mijn carrière heb ik me misschien iets te snel weggecijferd. Op den duur word je daar gemakzuchtig in en doe je jezelf te kort. Ik had er ook helemaal geen problemen mee om me weg te cijferen wanneer een ander meer kans maakte om te winnen. In de laatste jaren heb ik meer aan mezelf gedacht, en heb ik toch nog enkele mooie resultaten gehaald.

„Ik heb helaas nooit een etappe kunnen winnen. Ik had vooral het probleem dat ik niet echt snel was in de sprint. Als ik met een groepje wegreed, was er altijd iemand sneller dan ik. Dan is het moeilijk om te winnen. Om alleen weg te rijden, moet het ook even meezitten, en dat tikkeltje geluk had ik nooit.

„In de zware bergritten kwam ik meestal tekort. Toch reed ik bijna nooit in de ‘bus’. Ik vond dat hele sfeertje niet aangenaam. Je hebt renners die niet tot het uiterste hoeven te gaan, maar je hebt er ook die echt afzien. Die lopen de hele dag te zeuren en te steunen. Op den duur gaat dat ook aan je eigen moreel vreten. Meestal reed ik in een groepje dat een paar minuten voor de ‘bus’ uitreed.

Omdat ik beter klom dan de meeste renners, kon ik in de bergen best wel genieten van het uitzicht. Als Nederlander Alpe d’Huez oprijden is natuurlijk kicken, ook al zie je af bij de beesten.

„Ik mis het fietsen wel. Als pr-man heb ik lange dagen, ik heb er de eerste week nooit tijd voor gehad. Het koersen op zich mis ik niet echt. Op regenachtige, winderige dagen zoals vandaag benijd ik de renners echt niet.

„Ik ben zeven keer gestart, en heb de Tour ook zeven keer uitgereden. Dat heeft veel met geluk te maken: ik ben nooit zwaar gevallen. Ik heb zware momenten gehad, maar aan opgeven heb ik nooit gedacht. Je gaat dieper in de Tour dan in andere wedstrijden.

„Mijn mooiste Tourmoment was toen ik voor het eerst de Champs-Elysées opreed. Je beseft dat het bijna voorbij is, je familie staat je op te wachten. Dat blijft altijd een kippenvelmoment.”