'Ensembles gaan sneuvelen'

Internationaal geroemd zijn ze, de muziekensembles in Nederland. Vele genereren met kleine subsidies tot 75 procent eigen inkomsten. Net wat staatssecretaris Zijlstra verlangt, zou je denken. Maar ook zij staan op de tocht.

Voor de internationaal geroemde Nederlandse muziekensembles zijn het bange tijden. Uit het Fonds Podiumkunsten ontvangen ze subsidies van zo’n 20 euro per verkochte plaats. Het restant financieren ze zelf; uit kaartverkoop (40 procent) en/of door scherp te onderhandelen met de concertzalen over de uitkoopsom, het bedrag dat aan een ensemble wordt betaald om ergens op te treden.

Maar hoe loopt dit af, met het oog op de komende bezuinigingen op kunst en cultuur? Het Fonds Podiumkunsten gaat straks van 62 naar 43 miljoen rijkssubsidie. En instellingen die dadelijk niet meer direct worden ondersteund door het Rijk, zullen óók aankloppen bij het Fonds. „De druk op ons budget voor meerjarige subsidies neemt met bijna 60 procent toe”, weet directielid Henriëtte Post van het Fonds.

En dat terwijl staatssecretaris Halbe Zijlstra (Cultuur, VVD) de langjarige subsidieregelingen bij de fondsen wil stoppen. De ‘vierjarigen-regeling’ maakt plaats voor een regeling die twee jaar subsidie garandeert. Daarna wordt het ensemble getoetst. Is de uitkomst positief, dan kan de subsidie met nog eens twee jaar worden verlengd. Maar ensembles wijzen erop dat continuïteit belangrijk is, om hun internationale positie te kunnen behouden.

In vergelijking met Zijlstra’s advies voor de theatergezelschappen lijken de muziekensembles in de luwte te zijn gebleven. Desalniettemin vreest de Vereniging Nederlandse Muziekensembles (VNME) kaalslag. „Heeft het Fonds 30 procent minder budget, dan zal dat in combinatie met afschaffing van de langjarige subsidie funest zijn voor ensembles”, aldus Paul Dijkema van de VNME.

De vereniging wil dat de vierjarige subsidie voor ensembles middels een geoormerkt budget binnen het Fonds Podiumkunsten blijft. Maar Fonds-directeur Henriëtte Post zegt: „Dat wil elke sector.”

Bij het Fonds Podiumkunsten verwachten ze een wildgroei aan aanvragen. Daar willen ze in ieder geval vooral helder aangeven wie onder welke voorwaarden subsidie kan aanvragen. Post: „Anders worden de afwijzingen onbegrijpelijk en onbeheersbaar.”

De nieuwe regeling is nu in de ‘onderzoekfase’. Het fonds hoopt die 1 november te publiceren in de Staatscourant. De budgetten per sector blijven waarschijnlijk percentueel gelijk – waarbij wordt meegewogen wat er in de rijksbegroting verschuift. Zo zal het budget voor meerjarige subsidies aan dansgezelschappen waarschijnlijk minder dalen, omdat de dans in de rijksbegroting juist hard is geraakt.

Post: „We denken aan een indeling op basis van de schaal van het aanvragend gezelschap: klein, middel, groot. Daarbinnen kun je subtielere onderverdelingen maken. Maar de huidige situatie, waarin gelijksoortige ensembles soms totaal andere bedragen ontvangen, zal verdwijnen.”

De stemming bij het Fonds is niet alleen somber, zegt ze. „Overleg met lagere overheden is soms heel productief. Zo heeft festival Oerol aansluiting gevonden bij de provincie. „Ook als fonds zullen we meer met provincies en gemeenten overleggen.”

Dat is ook wat staatssecretaris Zijlstra wil. „Matching van meerjarige activiteitensubsidies door andere overheden moet een zeer belangrijke rol gaat spelen”, schreef hij vorige maand in zijn brief aan de Tweede Kamer.

Van oudsher houden gemeenten de gebouwen (schouwburgen en concertzalen) draaiende, en draagt het Rijk zorg voor de programmering. Nu Zijlstra de bal terugkaatst naar de gemeentes en provincies die ook met bezuinigingen worden geconfronteerd, zal dat gevolgen hebben voor het aanbod. Een omineus voorbeeld is het lot van orkest De Ereprijs, dat werd ondersteun door de gemeente Apeldoorn. Nu de gemeente heeft besloten daar in 2013 mee op te houden, valt ook het doek voor dit ensemble.

Sneuvelende ensembles zijn dan weer een verontrustend vooruitzicht voor de zalen; voor het Amsterdamse Concertgebouw en voor het Muziekgebouw aan het IJ, waar het podium én de kantoorruimte wordt gevuld door ensembles als ASKO-Schönberg, Ives Ensemble en Amsterdam Sinfonietta.

Maar directeur Tino Haenen van het Muziekgebouw is nog niet pessimistisch. „Er is nog zoveel onduidelijk: in welke mate er ensembles omvallen, welke dat zijn, hoe Amsterdam zijn subsidiestelsel wil hervormen. Als er straks inderdaad eenderde minder aanbod is, zullen we minder of kleinschaliger concerten brengen. Maar de collectieve paniek deel ik niet. Het Muziekgebouw is vooralsnog een gezonde organisatie.”