Een scala aan vliegende oerreptielen

Een bescheiden, vlezige kam op het achterhoofd, of een fiere, benen kam van snuit tot schedel. Scherpe naaldtanden om vissen mee te vangen, of baleinen om kreeftjes uit het water te zeven. De koppen van deze pterosauriërs laten zien hoe divers deze groep uitgestorven, vliegende reptielen 100 miljoen jaar geleden eigenlijk was. Die diversiteit ontstond echter betrekkelijk laat. De eerste pterosauriërs leken sterk op elkaar. Het waren over het algemeen kleine dieren, die met hun klauwtjes in bomen klommen. Pas zo’n 70 miljoen jaar na het ontstaan van de eerste pterosauriërs begon de natuur écht te experimenteren met hun bouwplan. Toen evolueerden reusachtige reptielen ter grootte van een giraffe (Quetzalcoatlus), maar ook kleintjes, die niet groter waren dan een koolmeesje (Nemicolopterus). Die vertraagde diversificatie is bijzonder, schreven onderzoekers afgelopen donderdag in het Journal of Systematic Paleontology; normaliter ontstaat de maximale diversiteit binnen een diergroep sneller. (NRC)