De topbankier zonder kroonprins

De opvolging van de topman van de Deutsche Bank is een farce geworden. De timing tijdens de eurocrisis kon niet slechter zijn.

Axel Weber, de 54-jarige voormalige president van de Duitse centrale bank, heeft waarschijnlijk zonder het te willen een ravage aangericht toen hij onlangs eigenzinnig koos voor de hoogste functie bij de Zwitserse bank UBS.

Bondskanselier Angela Merkel raakte in verlegenheid omdat Weber haar keuze was voor de opvolging van Jean-Claude Trichet, topman van de Europese Centrale Bank (ECB). Maar Weber bedankte beleefd toen hij werd gepolst.

Ook Josef Ackermann, de 63-jarige chef van de Deutsche Bank, kwam in problemen. Weber moest zijn opvolger worden, vond hij. Dat gerucht deed al een tijdje de ronde en leek bijna waarheid geworden toen Weber de topfunctie bij de ECB afhield. „Weber stapt over naar de Deutsche Bank”, schreven veel Duitse kranten toen voorbarig.

Uiteindelijk koos Axel Weber voor Zwitserland. Merkel stond te kijk en Ackermann moest een tamelijk nare machtsstrijd aangaan omdat zijn beoogde kandidaat was weggevallen en hij zo snel geen andere achter de hand had.

De kwestie met de opvolging van Trichet is inmiddels geregeld. Italië is met de eer gaan strijken. Duitsland likt zijn wonden.

Bij de Deutsche Bank daarentegen is de strijd om de opvolging van Ackermann nog in volle gang. De toezichthouders zien hun kans schoon om de machtige Ackermann op z’n nummer te zetten en hem eventueel uit hun midden te weren. Een slechtere timing konden ze niet kiezen: Ackermann speelt een belangrijke rol op de achtergrond in het overleg van de Duitse regering over de schulden- en eurocrisis.

Bestuursvoorzitter van de Deutsche Bank – hoger kun je in Duitsland bijna niet komen. De grootste bank van de Bondsrepubliek heeft macht, aanzien en geld, veel geld. De topman geeft leiding aan meer dan 100.000 mensen, van wie bijna de helft in Duitsland werkzaam is, en beheert een balanstotaal van ruim 1.800 miljard euro (voorjaar 2011). Hij werkt op het snijvlak van haute finance, bedrijfsleven en politiek.

Josef Ackermann is regelmatig te gast in het Kanzleramt, het kantoor van bondskanselier Angela Merkel in Berlijn. Hetzelfde was het geval met zijn voorgangers: ook die waren informeel vaak financieel adviseur van de Duitse regering. Bestuursvoorzitters van de Deutsche Bank hebben niet alleen macht, maar ook invloed.

Ackermann leidt Deutsche Bank AG sinds 2006. Zijn contract loopt officieel tot 2013, maar hijzelf maakt er geen geheim van dat hij eind dit jaar weg wil. Ackermann heeft de Deutsche Bank op een verstandige manier door de kredietcrisis geloodst. De bank wist de verliezen door een conservatief beleggingsbeleid alleszins binnen de perken te houden. Vorig jaar werd een nettowinst van 2,3 miljard euro geboekt.

Deutsche Bank, altijd al een instituut waar niemand in financieel-economisch Duitsland omheen kon, heeft onder Josef Ackermann aan gezag gewonnen. Maar op de valreep lijkt hij een fout te hebben gemaakt die hem weliswaar niet zijn reputatie, maar wel een mooi en passend einde van z’n loopbaan kan kosten.

Hij heeft z’n kans verdaan om zijn opvolging naar behoren te regelen. De voorzitter van de raad van commissarissen, Clemens Börsig, heeft naar verluidt twee Deutsche Bank-managers als opvolgers van Ackermann naar voren geschoven: de van oorsprong Indische Anshu Jain (48), succesvol als chef van de afdeling investmentbanking van Deutsche Bank. Met naast zich als mogelijke co-voorzitter Jürgen Fitschen (62), die nu in de raad van bestuur verantwoordelijk is voor de belangrijke portefeuille Duitsland.

Jain spreek nauwelijks Duits en zou mede daardoor moeite kunnen hebben met zijn ‘politieke’ rol als hoogste baas van de Deutsche Bank. Dat deel zou Fitschen voor zijn rekening moeten nemen. Maar op de mogelijkheid van een ‘dubbele spits’ is veel kritiek gekomen.

Bankexpert en oud-hoogleraar Wolfgang Gerke noemt het „de slechtst denkbare gelegenheidsoplossing”. Volgens Gerke laat dit genadeloos zien dat de Deutsche Bank niet in staat is om een duidelijke keuze te maken en er kennelijk niet in slaagt iemand te vinden die het geldinstituut op een waardige wijze alleen kan leiden.

Gerke bekritiseert bovendien de „weinig verheffende” gang van zaken rondom Ackermanns opvolging, die de bank publicitair veel schade berokkent. „Het is een slechte prestatie van het management, waarvoor zowel Ackermann als chef-toezichthouder Börsig verantwoordelijk is”, aldus Gerke.

Ackermann heeft zich volgens de Duitse financiële pers „duidelijk vergaloppeerd” met zijn keuze voor Axel Weber als opvolger van buiten de bank. Commentator Sebastian Jost schrijft in het liberale dagblad Die Welt dat deze „verdienstelijke topman een tragisch einde tegemoet gaat”. Ackermann had een roemrijker vertrek verdiend, „maar dat heeft hij voor zichzelf bedorven”.

De Deutsche Bank is summier met informatie over de opvolging van zijn bestuursvoorzitter. Wat zo langzaamaan wel duidelijk is, is dat van een snel of overhaast vertrek van Ackermann geen sprake lijkt. Binnen de bank wordt rekening gehouden met „een zekere overgangstijd”, die tot begin volgend jaar kan duren.

Er gaan nog steeds geruchten dat Ackermann zal overstappen naar de raad van commissarissen. Maar daar is hij, gelet op eerdere uitlatingen van hem, „te ongeduldig” voor. En bovendien zou hem dat in een acuut conflict kunnen brengen met voorzitter Clemens Börsig.

De kans is groot dat de showdown bij de grootste bank van Duitsland nog even aanhoudt. Intussen kan Axel Weber zich in alle rust bij concurrent UBS inwerken.