AWACS speelt hoofdrol in NAVO-operatie boven Libië

Luchtaanvallen op doelen in Libië worden geleid vanuit een AWACS-vliegtuig. Tientallen jagers worden zo naar hun doelen gestuurd. Maar de NAVO vecht niet op volle kracht.

Het vliegende commandocentrum voor de bombardementen op Libië moet nog even wachten op de startbaan in Trapani, op Sicilië. Pas als een toeristenvlucht van Ryanair geland is kan het Britse AWACS-toestel de lucht in, op weg naar de oorlog aan de overkant van de Middellandse Zee, een kleine 600 kilometer zuidwaarts.

Met zijn sterke radar, een grote discus bovenop het vliegtuig, kan de bemanning van het toestel vliegtuigen en schepen in de gaten houden tot op een afstand van 550 kilometer. De AWACS (Airborne Warning and Control System) is het knooppunt van de westerse oorlogsinspanning in Libië.

In Europa en de VS groeit, bijna vier maanden na het begin van de bombardementen, het ongeduld met de operatie tegen het bewind van Gaddafi. Het duurt allemaal veel langer dan aanvankelijk was gedacht. De Franse minister van Defensie spoorde de rebellen deze week aan om met de regering in Tripoli te gaan onderhandelen. En premier Berlusconi van Italië, het land waar zich enkele cruciale militaire bases van de NAVO bevinden, zei vorige week dat hij de oorlog altijd al een slecht idee had gevonden.

De politieke druk om de oorlog snel te beëindigen neemt toe. De kosten lopen in de vele honderden miljoenen, de oorlog is niet populair in parlementen noch bij de publieke opinie. En de nieuwe Amerikaanse minister van Defensie, Leon Panetta, waarschuwde gisteren dat veel van de Europese bondgenoten de oorlog niet nog eens drie maanden zullen volhouden.

Maar het politieke ongeduld gaat niet gepaard met het verhevigen van de strijd. Nog altijd doen slechts 17 van de 28 NAVO-landen mee aan de operatie. Slechts acht daarvan voeren ook bombardementen uit, waarvan één land, Noorwegen, eind deze maand stopt. De NAVO vecht niet op volle kracht.

Dat blijkt ook aan boord van het Britse AWACS-vliegtuig, dat voor de kust van Libië een kleine tien uur lang tientallen gevechtsvliegtuigen van de NAVO naar hun doelen dirigeert, patrouillevliegtuigen op hun missie begeleidt, het vliegverbod controleert en de communicatie verzorgt met commandoposten aan land. Een team van elf specialisten volgt in deze militaire versie van de Boeing 707 op computerschermen alle vliegbewegingen in het operatiegebied bij en boven Libië: groene stippen tonen de posities van NAVO-vliegtuigen, helikopters en onbemande vliegtuigjes, witte stippen zijn commerciële of neutrale toestellen en rode stippen staan voor vijandelijke posities op de grond.

Ook schepen en zelfs rijdende vrachtwagens aan land kan de bemanning in de gaten houden. Per nacht worden vanuit de AWACS-toestellen zo’n vijftig aanvalsacties geleid.

„De huidige situatie kunnen we aan, maar een toename van activiteit zouden we ook aankunnen”, zegt de Tactisch Directeur van het vliegtuig, de man die aan boord de leiding heeft over de aanvallen die gevechtsvliegtuigen van de NAVO uitvoeren. Maar het lukt de NAVO niet om voldoende materieel te verzamelen om de strijd op te voeren. NAVO-topman Anders Fogh Rasmussen probeert – tot nog toe met weinig resultaat – de lidstaten te bewegen tot een grotere bijdrage aan de oorlog. Morgen is hij in Den Haag, onder meer om die boodschap over te brengen aan premier Rutte.

Nederland heeft zes F16’s voor de Libische oorlog geleverd, die van de basis Decimomannu op Sardinië hun missie uitvoeren: toezien op handhaving van het wapenembargo en het vliegverbod boven Libië. Bombarderen doen ze niet, wel heeft Nederland bommen geleverd aan Denemarken, toen dat land door zijn munitie heen raakte.

Vanuit het AWACS-vliegtuig worden aanvallen uitgevoerd die in de voorgaande dagen zijn voorbereid in een commandocentrum bij Bologna. Maar het wordt steeds moeilijker nog vaste doelen voor de bombardementen te vinden. De gevechtsvliegtuigen moeten daarom vaker op zoek naar gelegenheidsdoelen – mobiele lanceerinstallaties, tanks of andere militaire voertuigen die piloten waarnemen.

In koortsachtig overleg tussen de piloot van het gevechtsvliegtuig, de bemanning van de AWACS en het commandocentrum bij Bologna wordt soms in minuten, soms in uren besloten om al dan niet toe te slaan. De gesprekken worden soms mondeling per koptelefoon gevoerd, maar veel boodschappen worden schriftelijk verstuurd met een chatsysteem.

Als het AWACS-toestel ’s avonds terugkeert op Sicilië, dirigeert voor de Libische kust alweer een andere AWACS gevechtsvliegtuigen van de NAVO naar doelen in Libië. De oogst van de dag: één tank geraakt, elf andere militaire voertuigen, negen lanceerinstallaties, drie militaire opslagplaatsen en één radar.