Wie zegt dat dit geen Afrika is?

Wie niet zwart is, is geen echte Afrikaan, zeggen veel zwarten. Maar in Kaapstad, geen ANC-stad, zijn vanouds meer kleuren. Hen laten samenleven is de uitdaging, zegt de burgemeester. „Hun geschiedenis mogen we niet ontkennen.”

Ligt Kaapstad in Afrika? Mijn zwarte vrienden in Johannesburg denken van niet: de stad is een stukje Europa, een koloniale buitenpost die zich niets aantrekt van de rest van het land, laat staan van het continent. Het is de enige grote stad van Zuid-Afrika die niet door het ANC van president Zuma wordt bestuurd, maar door de overwegend blanke Democratische Alliantie. Het is de enige grote stad waar zwarte mensen niet in de meerderheid zijn. Die worden, zeggen de vrienden, in bars, clubs en restaurants gediscrimineerd. Zoals in Europa.

Maar maakt dat Kaapstad on-Afrikaans?

Burgemeester Patricia de Lille, twee maanden geleden verkozen, kijkt verstoord op van de paperassen op haar bureau. Ze wijst op een landkaart. „Alleen al geografisch lijkt me dit een onzinnige vraag”, zegt ze. „Afrika begint in Kaapstad en eindigt in Kairo. Punt.”

Maar sinds het ANC bij verkiezingen in 2006 Kaapstad verloor, wordt de stad nu eenmaal beter bestuurd dan de rest van het land, meent De Lille. „Altijd als ik mensen over deze discussie hoor, dan denk ik: wat is dan wél een Afrikaanse stad? Een stad met veel corruptie, gaten in de weg en op elke stoep straatverkopers?” Ze wil maar zeggen: ook een ordelijke, goed draaiende stad kan Afrikaans zijn. „Ze zijn in Johannesburg gewoon jaloers. Hier kun je tijdens het autorijden naar onze prachtige bergen kijken zonder in een pothole te belanden.”

Toch is Kaapstad anders dan alle andere steden in Zuid-Afrika. En dat zit hem voor een deel in de demografie. Al sinds Jan van Riebeeck hier in 1652 aanmeerde om een bevoorradingspost voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie op te zetten, wonen op het punt waar de Atlantische en de Indische Oceaan samenkomen meer blanke mensen dan waar ook elders in het land. Na 1994 is de toestroom van blanken uit de omgeving van Johannesburg alleen maar toegenomen. Kaapstad zou tenslotte veiliger zijn.

Statistisch is dat niet helemaal juist, maar wie zich een mooi huis in een van de van oudsher blanke wijken kan veroorloven, heeft in Kaapstad minder met misdaad te maken dan in Johannesburg. In het oude centrum zijn blanken ruim in de meerderheid. Een stuk onveiliger is het aan gene zijde van de Tafelberg, op de winderige Kaapse vlakte, waar het grootste deel van de bevolking woont en de beruchte gangs de dienst uitmaken.

Daar, achter die berg, vind je de andere demografische aberratie van Kaapstad: de naar verhouding grote groep ‘kleurlingen’. Dat zijn mensen van gemengde afkomst, afstammend van de oorspronkelijke Khoi en San-bewoners, van moslimslaven uit de Oost of uit gemengde relaties. Het apartheidsregime gooide kleurlingen allemaal op één hoop, deels omdat ze in overgrote meerderheid Afrikaans als hun moedertaal hadden. De kleurlingen hadden een soort bevoorrechte positie in die tijd. In het gebied rond Kaapstad, een zogeheten coloured preferential area, konden ‘bruinmense’, zoals ze zichzelf tegenwoordig noemen, gemakkelijker werk vinden dan elders in het land.

In Kaapstad, heeft regeringswoordvoerder en ANC-kopstuk Jimmy Manyi gezegd, zijn kleurlingen ‘oververtegenwoordigd’. Daardoor maakt het ANC weinig kans in dat deel van het land, klaagde hij op een filmpje dat net voor de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen mei opdook. Kleurlingen stemmen tenslotte vaak mee met de blanken. In 1994, toen Zuid-Afrika voor het eerst vrije verkiezingen beleefde, werd de Nasionale Partij van de laatste apartheidspresident F.W. de Klerk in Kaapstad dankzij de steun van kleurlingen de grootste. Dat deed pijn bij het ANC – en bij de vrienden in Johannesburg.

In Kaapstad ga je twintig jaar terug in de tijd, zeggen mijn zwarte vrienden. In restaurants in Kaapstad zitten nooit zwarten, klagen ze. In Johannesburg wel, want daar woont de zwarte elite. Vraag ik terug of er wellicht wel kleurlingen in het restaurant zaten, dan is het antwoord meestal bevestigend. Die zijn namelijk niet zwart. Ergo: die zijn niet Afrikaans.

Maar wie zo denkt, wie zegt dat Kaapstad niet bij Zuid-Afrika hoort, ontkent volgens de Kaapse politiek commentator Rhoda Kadalie de geschiedenis van de oorspronkelijke bewoners, de Khoi en de San, de nakomelingen van slaven uit Madagascar, Maleisië en West-Afrika uit de VOC-tijd en de instroom van arbeidsmigranten in navolgende jaren. „Gekleurde mensen, witte mensen en Indiase mensen zijn wel degelijk Afrikanen”, zegt ze.

Kadalie werd geboren in het beroemde District Six, een gemengde wijk net ten oosten van het centrum van Kaapstad. In 1968 werd de wijk platgewalst om onder de naam Zonnebloem plaats te maken voor woningen voor de blanke middenklasse. De bewoners moesten vanwege de ‘Group Areas Act’ (die gemengde wijken verbood) verhuizen naar de kale Kaapse vlakte. Het grootste deel van wat ooit District Six was ligt nog altijd als een zwerende wond in het hart van de stad. De vele pogingen om na 1994 de gemengde wijk te herbouwen zijn vooralsnog mislukt.

Nergens in Zuid-Afrika was het apartheidsbewind zo succesvol in het doorvoeren van de Group Areas Act als in Kaapstad. Het samenbrengen van de verschillende groepen inwoners is voor burgemeester De Lille de grootste uitdaging waar de stad op het moment voor staat. Via een nieuwe busdienst, die het in meerderheid blanke centrum van de stad verbindt met wijken waar gekleurde mensen wonen. En met fietspaden, die door het ANC werden weggezet als ‘speeltjes voor de rijken’. De partij van De Lille, zegt ANC-leider Tony Ehrenreich in Kaapstad, komt vooral op voor de welgestelde inwoners van Kaapstad en heeft niet geprobeerd de stad te integreren. „Ik zie ze nog niet huizen voor zwarten in sjieke witte buurten bouwen”, zegt hij.

Burgemeester De Lille schudt de cijfers uit haar mouw. Zoveelhonderdduizend mensen worden komend jaar aan elektriciteit geholpen, zoveel mensen komen in aanmerking voor gratis omscholingscursussen om een baan te vinden. „Als je mensen aan een baan helpt, dan integreert de stad”, denkt ze. „Dan krijgen mensen hun waardigheid terug.”

De kritiek van het ANC op haar beleid is „niet interessant”, zegt ze. „Want je kunt 350 jaar van kolonisering en apartheid niet in zeventien jaar rechtzetten. Als we de armoede verminderen, dan integreert de stad vanzelf.”

Maar het is ook dweilen met de kraan open. Elk jaar komen er uit heel Afrika, en uit Zuid-Afrika zelf, meer mensen richting Kaapstad. „Iedereen wil hier wonen”, zegt de burgemeester. „En niet omdat deze stad deel van Europa zou zijn.”

Schrijver Ntone Edjabe kwam uit Kameroen. Hij houdt kantoor aan Long Street, de kosmopolitische uitgaansstraat in het centrum van de stad. Op de begane grond is een markt met maskers, mandjes en andere prullaria die toeristen met ‘Afrika’ associëren, maar meer thuis horen in het westen of oosten van het continent. Op de bovenetage overdenkt Edjabe als hoofdredacteur van het pan-Afrikaanse filosofische blad Chimurenga – „Vijf lezers”, lacht hij – het wezen van Afrika. Een paar jaar terug wijdde hij een heel nummer aan de vraag wat zijn stad eigenlijk is.

„Kaapstad dwingt je om na te denken over wat Afrika eigenlijk is”, zegt Edjabe. „Kaapstad haalt alle clichés onderuit. Je vindt hier nergens het stereotype, hapklare Afrika. Misschien alleen in dit gebouw, waar we het verkopen. In de Tafelberg, in de zee of in snelwegen zonder gaten ben ik niet geïnteresseerd. Het draait om de samenstelling van de bevolking. Die is uniek, het is een creolenstad, een pan-Afrikaanse diasporastad, met een cultuur en mentaliteit zoals je die in Brazilië of Jamaica vindt. De geschiedenis is overal, daar moet je hier mee leren leven.”

Peter Vermaas