Wie was Tristan?

Tristan viel nooit op. Maar rond 2001 zagen zijn ouders de eerste tekenen van een psychiatrische stoornis.

Onderzoekers stelden na zijn dood de diagnose vast.

Een gedwongen opname. Twee zelfmoordpogingen. Een fascinatie voor spree shootings. Een recorder waarmee hij stemmen van geesten probeerde op te nemen. En drie wapens.

Tristan van der Vlis (24) leed aan schizofrenie. Dat verklaart deels waarom hij op 9 april in De Ridderhof een bloedbad aanrichtte. Die dag schoot hij zes mensen dood in het winkelcentrum in Alphen aan de Rijn en daarna zichzelf. Zestien mensen raakten gewond, van wie er momenteel nog een in het ziekenhuis ligt.

De diagnose van schizofrenie werd gesteld door onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Forensische psychiatrie en psychologie. Zij deden dit op basis van een ‘post mortem’-onderzoek naar Tristans persoonlijkheid. De politie had graag de beschikking gehad over het medisch dossier van Tristan, maar Tristans behandelaars bij de GGZ weigerden medewerking. Ze beriepen zich op hun beroepsgeheim.

De feiten over de persoonlijkheid van Tristan van der Vlis zijn onder meer gebaseerd op gesprekken met mensen die hem kenden. Zij zijn gisteren bekendgemaakt op de persconferentie over het onderzoek naar de schietpartij van de Rijksrecherche en het OM.

Tristan had een fascinatie voor spree shootings. Dat zijn schietpartijen waarbij in korte tijd zoveel mogelijk slachtoffers worden gemaakt, waarna de dader de hand aan zichzelf slaat. In de maanden voor zijn eigen bloedbad bezocht hij in totaal 18 uur lang spree shooting sites op internet.

Het meest was hij gegrepen door de schietpartij op de middelbare school in Columbine, waar twee oud-leerlingen twaalf leerlingen en een leraar doodden en daarna zichzelf. Speciale belangstelling had hij voor Rachel Scott, het meisje dat als eerste werd doodgeschoten. De daders vroegen haar of ze in Jezus geloofde. Toen ze „ja” zei, haalden ze hun trekker over.

Op de basisschool was Tristan een gewone, onopvallende leerling. Op de middelbare school was hij ook onopvallend. Zijn cijfers waren matig, waarschijnlijk doordat hij zich slecht kon concentreren. Hij deed vmbo, zorg en welzijn.

Van 2002 tot 2004 werkte hij bij een distributiecentrum van een supermarktketen, aanvankelijk als orderpicker. Daar moest hij mee ophouden toen hij door de koptelefoon die hem de orders gaf ook andere stemmen begon te horen. Hij werd schoonmaker. Zijn collega’s hoorden hem regelmatig zeggen: „Ik schiet jullie allemaal dood.” Vrienden had Tristan nauwelijks. Soms blowde hij, maar hij was niet verslaafd.

Hij was enig kind en woonde bij zijn ouders. Hij werd christelijk opgevoed. Rond 2001 zagen zijn ouders de eerste tekenen van zijn stoornis, onder meer in zijn steeds groeiende belangstelling voor geloof en spiritualiteit.

In 2006 vonden ze in zijn kamer een afscheidsbrief, waarna ze hem aanmeldden bij de GGZ. Hij werd gedwongen opgenomen in een psychiatrische inrichting. In 2006 deed hij twee zelfmoordpogingen. Vanaf 4 januari 2010 tot aan de datum van zijn overlijden kreeg Tristan een uitkering op grond van de Ziektewet. Tussendoor werkte hij een paar maanden via een uitzendbureau. Zijn contract werd in februari 2011 beëindigd wegens een tekort aan werk.

Vanaf 2001 begon Tristans positieve kijk op het geloof te veranderen in een negatieve. Hij hoorde stemmen, van geesten en van God. Vanaf 2003 werd hij vaak door geesten en God „aangetikt”, zoals hij het noemde. Hij voelde zich door God afgewezen en ontwikkelde een haat tegen Hem. Tristan hield God verantwoordelijk voor al het leed op de wereld. Hij begon een tegenhanger van de Bijbel te schrijven: Het Tegenwoord.

In september 2010 kocht Tristan een electronic voice phenomena-recorder waarmee hij stemmen zou kunnen horen die voor andere mensen onhoorbaar zijn, bijvoorbeeld van overleden personen. Zo communiceerde hij, vaak ’s nachts, of op een kerkhof, met verschillende ‘entiteiten’.

Op 9 april 2011, de dag van de schietpartij, vonden Tristans ouders zijn afscheidsbrief op die recorder. Er stond in dat ze na zijn dood via dit apparaat contact met hem konden hebben.

Tristan ging in 2001 voor het eerst met een vriendje en diens vader mee naar de schietvereniging. Daarna haalde hij zijn eigen vader over om ook lid te worden. Dat gebeurde in 2002. Zelf was hij lid vanaf 2004. In 2005 vroeg hij voor het eerst een wapenverlof aan. Het werd hem geweigerd in verband met een incident met een luchtbuks, in 2003. In 2008 deed hij opnieuw een aanvraag en toen kreeg hij wel een vergunning, voor maximaal vijf wapens.

In januari 2010 kocht hij zijn eerste wapen, een Colt-pistool. Op 19 april kocht hij een Taurus-revolver. In november 2010 bestelde hij zijn halfautomatische Smith & Wesson-geweer. Het werd in januari 2011 geleverd. Hij schafte toen ook een red dot-kijker aan. Daarmee kon hij beter op lange afstand richten. Met deze wapens ging hij op 9 april naar De Ridderhof en schoot ze – volgens het feitenrelaas – in drie minuten leeg.

Lees ook het hoofdredactioneel commentaar over Tristan op Opinie, pag. 17

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Op de voorpagina van gisteren, Wie was Tristan (pag.1, 12 juli), ontbrak de credit bij de foto van het winkelcentrum in Alphen. De fotograaf was Maarten Hartman.