Voedsel niet duurder geworden

Uit de jongste cijfers van de FAO blijkt dat de prijzen van voedsel al maanden niet meer fors stijgen. Is dit het einde van de voedselinflatie?

Het is ongewoon nieuws. En het wordt met de dag ongewoner. Van sterk stijgende voedselprijzen is al bijna een half jaar lang geen sprake meer. Sommigen voorspellen nu zelfs al het einde van de voedselinflatie.

Jawel, u leest het goed. Suiker, granen, oliën en vetten, vlees en zuivel zijn de afgelopen vijf maanden niet opmerkelijk duurder geworden. Eerder andersom. Dat blijkt uit het jongste rapport van de FAO, de internationale VN-organisatie voor voedsel en landbouw, die elke maand de mondiale prijzen voor agrarische grondstoffen analyseert. De waarde van die soft commodities is van cruciaal belang voor de winkelprijs van alledaagse levensmiddelen als brood, vlees en bier.

„De prijzen brokkelen af”, zei econoom en graanexpert Abdolreza Abbassia bij de VN-organisatie vorige week tegen het persagentschap Reuters. Al voegde hij er meteen aan toe niet te verwachten dat die grondstofprijzen op een laag niveau zullen blijven hangen. Of dat heftige prijsbewegingen in de toekomst uit te sluiten zijn.

Toch is het verschil met vijf maanden geleden opvallend. Toen bereikte de voedselindex van de FAO – een toonaangevend mandje voor mondiale marktprijzen van suiker, granen, oliën en vetten, vlees en zuivel – een historische piek van 238 punten. Dat record, dat zelfs 6 procent hoger lag dan de vorige piekprijs in de zomer van 2008, zorgde voor grote onrust bij politici en beleidsmakers. Het risico leek reëel dat opkomende landen net als twee jaar geleden met plotse schaarste, financiële speculatie en politieke onrust geconfronteerd zouden worden.

Maar het draaide anders uit. Er kwam geen bijkomende druk op de ketel. In maart werd al duidelijk dat het mandje voor tarwe, maïs, sojabonen en rijst in waarde was gedaald: met 2,6 procent in vier weken tijd. Oliën en vetten zakten met 7 procent en suiker zelfs met 10 procent. Het was de eerste keer sinds het voorjaar van 2010 dat voedsel goedkoper was geworden. Doemdenkers kregen ongelijk, optimisten een duwtje in de rug.

En het ging niet om een kortstondige correctie. De voedselprijzen zijn nu al bijna een half jaar lang op dat lagere niveau blijven steken, zo blijkt. De voedselindex van de FAO werd in juni amper een kleine 1 procent duurder ten opzichte van mei. De graadmeter bevindt zich 2 procent onder de historische piek van februari. Alleen suiker is vorige maand fors in waarde gestegen: die grondstof werd 14 procent duurder, vooral door minder goede oogstverwachtingen in Brazilië, een van de grootste suikerleveranciers. Maar toch is suiker nog steeds 15 procent goedkoper dan begin dit jaar.

Wat is de reden voor die lagere voedselprijzen? Een ruimer aanbod. De wereld produceert meer voedsel. De FAO verhoogde zijn raming van de mondiale voorraden van granen voor dit en komend jaar tot 2,3 miljard ton, dat is 3,3 procent meer dan wat er in 2010 is geoogst. Voor tarwe stijgt de voorraad met een kleine 1 procent naar 676 miljoen ton, vooral door een beter dan verwachte oogst in India en landen van de voormalige Sovjet-Unie. Die hogere opbrengst zal tegenvallende oogsten in de VS en Europa goedmaken, aldus de FAO. In 2010 werd een groot deel van de Russische tarweoogst vernietigd door droogte, wat toen aanleiding gaf tot exportbeperkingen en acute schaarste op de wereldmarkt.

De krimp in voedselprijzen ontmoedigt ook financiële speculatie: beurshandelaren die mikten op een verdere prijzenhausse, bouwen hun posities in agrogrondstoffen snel af. Twee weken terug doken bijvoorbeeld de termijncontracten voor Amerikaanse maïs met 10 procent naar beneden toen het Amerikaanse ministerie van Landbouw aangaf dat de voorraden toch niet zo krap waren als verwacht. Meteen zakten ook de prijzen van futures in tarwe en andere landbouwgewassen.

Kunnen we nu spreken van een einde aan de voedselinflatie? De FAO wijst erop dat de index voor voedselprijzen nog steeds 39 procent hoger staat dan in juni vorig jaar. Maïs, tarwe en rijst zullen volgens de VN-organisatie de komende tien jaar fors duurder blijven – naar schatting 20 procent – dan in het afgelopen decennium. Ook voor vlees zou in het komende decennium 30 procent meer betaald worden.

In de eerder ‘pessimistische’ visie van de FAO neemt de landbouwproductie de komende jaren weliswaar toe, maar niet zo snel als in de afgelopen tien jaar, wegens hogere productiekosten. In het komende decennium zal het jaarlijkse groeiritme naar verwachting op jaarlijks 1,7 procent liggen, terwijl dat de afgelopen tien jaar 2,6 procent was. En een groeiende hoeveelheid grondstoffen zal gebruikt worden voor de productie van biobrandstoffen. In 2020 gaat 30 procent van alle suikerriet ter wereld als bio-ethanol naar de transportsector.

De ‘optimisten’ van Goldman Sachs zijn een andere mening toegedaan, zo blijkt uit een rapport dat vier maanden geleden verscheen. Zij houden wel degelijke rekening met een betekenisvolle kentering. Bij normale weersomstandigheden en gunstige oogstverwachtingen is het volgens de zakenbank goed mogelijk dat de prijzen van landbouwgewassen – zoals weerspiegeld in de S&P GSCI Agriculture Index – vanaf deze zomer structureel zullen dalen. De krimp waarvan zij uitgaan, is substantieel. De index zou van juli tot september met 4,3 procent dalen en de zes maanden daarna nog eens met 4,5 procent.

De analisten van de zakenbank hebben alvast een streepje voor op de FAO die er enkele maanden eerder van uit ging dat de daling van maart slechts tijdelijk was, veroorzaakt door de politieke onrust in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, en door de aardbeving in Japan. Dat blijkt niet het geval.

Het is nu afwachten of het einde van de voedselinflatie daadwerkelijk in zicht is.