Verkleining van Kamers is nu de verkeerde prioriteit

De minister-president wil de Staten-Generaal verkleinen (NRC Handelsblad, 9 juli). Ik heb moeite met de inhoud van dit voorstel, maar vooral met de toon. Termen als „politieke kaste”, „allemaal betaald door de belastingbetaler”en „trap van boven schoonvegen” getuigen niet van respect voor het parlement. Is het niet tijd om wat meer te kijken naar de inhoud dan naar de verpakking en de verkoop?

Op de inhoud valt veel af te dingen. Het Nederlandse parlement werkt, anders dan buurlanden, met een kleine staf en werkt relatief efficiënt. Het aantal parlementariërs per hoofd van de bevolking is relatief klein, ook gegeven het Nederlandse staatsbestel van een gedecentraliseerde eenheidsstaat. De afname van het aantal ministeries heeft de te behandelen materie niet of nauwelijks verkleind, ook niet na overheveling van taken naar gemeentes. Het parlement stelt zichzelf terecht de taak om niet alleen een goede medewetgever te zijn, maar ook te letten op de uitvoering , de controletaak en het juist nu zo belangrijke contact met samenleving en bevolking.

Het is zeer onwaarschijnlijk dat dit voorstel de eindstreep zal halen, zeg ik CDA’er Jan Schinkelshoek na, maar het is jammer dat aan deze symboolpolitiek voorrang wordt gegeven boven de broodnodige afronding van een werkelijk breed gedragen bestuursakkoord met gemeenten en boven de vermindering van de bestuurlijke drukte van Rijk, provincies, regio’s en gemeenten, in de langverwachte kabinetsbrief over de bestuurlijke organisatie.

Uiteraard zullen de Kamers ook kritisch moeten kijken naar zichzelf en naar hun vergadermethodes en prioriteiten. Dat is de laatste jaren al gebeurd, met de reflectiegroep. Een werkelijk debat over de verhoging van de kwaliteit van de wetgevende en de controlerende macht van de Kamer(s) is belangrijker en zinvoller dan deze ongemotiveerde sprong in het duister.

Jan Hoekema

Oud-lid van de Tweede Kamer (D66), nu burgemeester van Wassenaar