'Uur U is aangebroken, er is geen ruimte voor getalm'

Al maanden praten de Europese ministers en regeringschefs over een oplossing van de eurocrisis. En intussen dreigt de crisis in Griekenland, Ierland en Portugal zich uit te breiden naar Italië. Experts kwamen allang met oplossingen, maar politici vrezen kiezers en blijven achter de feiten aanlopen.

Het is een vertrouwd beeld: euro-ministers van Financiën die na uren vergaderen aankondigen dat ze maatregelen zullen nemen voor de „stabiliteit van de eurozone” die ze een paar maanden geleden nog verwierpen. Maar het is precies wat er vannacht in het grote vergadergebouw in Brussel weer gebeurde. Met het mes van de markten op de keel doorbraken de ministers voor de zoveelste keer in deze eurocrisis een paar taboes. Maar nog niet allemaal. En details ontbreken.

Om drie uur gistermiddag gingen de zeventien ministers de vergadering in, met onder meer ECB-voorzitter Jean Claude Trichet, eurocommissaris Olli Rehn en Klaus Regling van het noodfonds EFSF. Ook vertegenwoordigers van banken waren er. TV-schermen in het gebouw leverden het naargeestige decor: slecht nieuws uit Italië, dat overduidelijk ‘too big to save’ is, waar aandelen al dagen kelderen en rentes omhoog spuiten omdat beleggers zeggen dat ze niet weten waar ze aan toe zijn. Even voor middernacht kwamen de ministers pas naar buiten, sommigen grauw van moeheid. Na acht uur vergaderen hadden ze beslist om hun allerhoogste ambtenaren te laten uitzoeken hoe ze het noodfonds kunnen uitbreiden en meer taken kunnen geven, hoe ze lagere rentes aan lenende landen kunnen doorrekenen en terugbetalingstermijnen voor Griekenland, Portugal en Ierland kunnen uitsmeren. Zuidelijke landen willen dit al tijden, om de perverse schuldspiraal te stoppen. Maar er was nooit een meerderheid . Noordelijke landen waaronder Nederland, blokkeerden het. Pas nu Italië richting gevarenzone drijft, zien ze geen andere mogelijkheid meer.

„Dit is geen financiële crisis meer, en geen schuldencrisis,” zegt Nicolas Véron van de Brusselse denktank Bruegel. „Dit is een politieke, institutionele crisis van de bovenste plank geworden.” Véron beaamt dat de ministers afgelopen drie jaar enorme stappen hebben gezet. Hij noemt Europese financiële supervisie en het opzetten van een noodfonds – maatregelen die ze nooit hadden genomen als de druk vanuit de financiële wereld niet zo groot was geweest. Maar dat is ook het probleem: „Die stappen werden onder extreme druk gezet. Op het allerlaatst. Met nationale veiligheidskleppen, zodat ministers ze thuis als ‘niet te Europees’ konden verkopen. Daarom was het steeds nét te weinig en nét te laat. Noch de bankcrisis, noch de schuldencrisis is adequaat opgelost. Daardoor bestrijden politici meerdere crises door elkaar en zijn ze in een institutionele crisis verzeild waar ze niet uitkomen – tenzij ze nu megastappen zetten.”

Dezelfde diagnose stelt de Griekse premier George Papandreou in een brief die gisteren onderministers werd verspreid. Daarin stond: „Het uur U is aangebroken, er is geen ruimte meer voor besluiteloosheid en fouten, zoals beslissingen die uiteindelijk steeds ‘too little, too late’ zijn om markten te overtuigen dat het ons ernst is’’. Papandreou smeekte hen geen compromissen meer te sluiten die acceptabel zijn voor nationale electoraten maar „gedegen crisismanagement” in de weg staan. Weinigen betwisten het: als het noodfonds eerder was opgezet, rentes meteen lager waren geweest en het fonds direct of indirect staatsobligaties had mogen kopen, had Griekenland er minder beroerd voorgestaan.Andere perifere landen waarschijnlijk ook. „They are kicking the can down the road,” verwoordt een diplomaat een veel gebezigde uitdrukking. „Ministers schuiven de problemen voor zich uit, en daardoor maken ze die alsmaar groter.”

Zo hebben ministers net twee, drie maanden verloren omdat Duitsland en Nederland erop staan dat de financiële sector volgend jaar meebetaalt aan extra leningen aan Griekenland. Iedereen begrijpt het: het is ook onfair als banken buiten schot blijven en burgers voor de kosten van de crisis opdraaien. Maar als je beleggers dwingt, bleek eerder na mislukt overleg met bankiers, vluchten ze weg, gaat een land failliet en is iedereen verder van huis. Daarom is de ECB mordicus tegen, gesteund door de meeste eurolanden. Ook gisteren verdedigde Trichet dit standpunt keihard, zegt een betrokkene, „als beton”. Minister Jan Kees de Jager zegt echter dat een selectieve, georganiseerde ‘default’ „niet langer meer uitgesloten” is. Als je beleggers vrijwillig betrekt, kun je dit vermijden. Probleem is alleen dat zij staatsgaranties eisen. Kortom, vrijwillige deelname van de financiële sector aan extra leningen voor Griekenland kan niet substantieel zijn. Dit stond letterlijk in een verkenning van de Europese Commissie begin juni. „Dit wist iedereen ,” zegt Véron. „Zonde van de tijd. En sinds wanneer wordt van banken gevraagd om het gemeenschappelijk belang te dienen? Is een gigantische crisis het moment om dat ineens van banken te eisen? Dit was een naïeve, riskante onderneming. Politiek voor de bühne.”

In de verklaring van de euroministers van vannacht staat nog steeds dat de financiële sector mee moet betalen, maar het woord ‘substantieel’ ontbreekt ineens. Ambtenaren onderzoeken nu mogelijkheden van een terugkoopprogramma. Er zijn twee opties: het noodfonds koopt Griekse staatsobligaties op, met korting, of het leent Griekenland om dat zelf te doen. De helft van deze schuld zit bij financiële instellingen. De eerste optie hebben de noordelijke ministers in maart verboden. De regels van het EFSF moeten dan worden veranderd. Als Griekenland zelf obligaties terugkoopt, is dit niet nodig. Welke optie het ook wordt, velen willen dit al langer: het is een manier om de schuld van Griekenland (160 procent van het bbp, 350 miljard euro) te verminderen. Nu groeit die juist nog. Als je een terugkoopprogramma combineert met lagere rentes, heeft Griekenland misschien een kans om uit het diepe gat te klimmen.

De ministers hebben alleen nog aangekondigd dat ze ,,klaar zijn’’ om deze maatregelen te nemen. Details ontbreken. Banken hebben gisteravond ook om zo’n terugkoopprogramma gevraagd: dan zijn zij van schuldpapier af dat alsmaar minder waard wordt. De banken moeten dan een verlies nemen, maar de vrees bestaat wel dat zij de korting kunnen bedingen die hen goed uitkomt. Regeringen moeten snel handelen (co-financier IMF wil in augustus duidelijkheid) en dat verzwakt hun onderhandelingspositie. Hetgeen vannacht in het verlaten vergadergebouw, tussen de lege pizzadozen, bij menigeen de vraag opriep: als ministers dit in maart hadden gedaan, had het ze dan politiek en financieel niet minder gekost?