Toch subsidie voor literaire tijdschriften

Een deel van de ondersteuning voor literaire tijdschriften blijft gehandhaafd. Het Nederlands Letterenfonds mag uit andere subsidiegelden een bedrag vrijmaken om enkele bladen te ondersteunen. Dat heeft het fonds afgesproken met het ministerie van OCW, laat directeur Henk Pröpper de tijdschriften in een brief weten. Wel zal er veel minder geld zijn, licht Pröpper telefonisch toe vanuit China, waar hij het bezoek van een grote Nederlandse schrijversdelegatie eind augustus voorbereidt. „We hebben het ministerie duidelijk weten te maken dat literaire tijdschriften een directe kunstuiting zijn en dat ze van groot belang zijn voor het cultureel ondernemerschap van schrijvers.”

Extra geld voor de tijdschriften heeft hij niet gekregen. Tot nu toe was er drie ton subsidie beschikbaar. Pröpper verwacht dat dat een bedrag tussen de 50.000 en 100.000 euro wordt. „We zullen vier à vijf bladen kunnen blijven subsidiëren van de twaalf die nu nog worden ondersteund.” Publieksbereik zal zwaarder meewegen; dat lijkt goed nieuws voor bij voorbeeld Hollands Maandblad. Ook wordt, aldus Pröpper, „een vorm van digitale aanwezigheid vrij essentieel”, wat gunstig zou kunnen zijn voor Tirade. Pröpper: „En sommige bladen zijn cultureel erfgoed, zoals De Gids. Dat speelt ook een rol.”

De bestaande regeling vervalt op 1 januari 2013, na de zomer hoopt Pröpper een beeld te hebben van de precieze financiële ruimte. Esther Wils, redactiesecretaris van De Gids en coördinator van de Vereniging literaire tijdschriften, is „dolblij”. „We wisten dat Pröpper zijn best aan het doen was in Den Haag.” De Gids, opgericht in 1837, zou hoe dan zijn voortbestaan. „We zoeken altijd alternatieve inkomsten. Maar zonder subsidie moet je al snel gaan kijken naar de frequentie van de papieren editie en de auteurshonoraria.”