Ouders van Tristan gaven waarschuwing

Frederiek Weeda

De ouders van Tristan van der V. uit Alphen aan den Rijn hebben zijn psychiatrisch behandelaar bij GGZ Rijnstreek laten weten dat ze grote zorgen hadden over hun zoon en zijn wapenbezit. Dat bevestigt het Openbaar Ministerie.

De behandelaar(s) hebben die informatie niet gedeeld, op grond van het medisch beroepsgeheim. GGZ Rijnstreek verwijst in een reactie naar het lopende externe onderzoek naar de behandeling van Van der V. en de risicotaxaties.

Van der V. kreeg tot begin 2011 psychische hulp van de GGZ en woonde bij zijn ouders. Op 9 april schoot hij zes mensen en zichzelf dood in een winkelcentrum. Hij had een wapenvergunning.

Van der V. leed al sinds zijn veertiende aan paranoïde schizofrenie en depressies. Forensisch psychiaters hebben een ‘psychiatrische autopsie’ uitgevoerd op grond van onder meer teksten die hij schreef en ‘opnamen’ die hij maakte van ‘stemmen in zijn hoofd’.

GGZ Rijnstreek gaf het dossier van Van der V. na zijn dood niet aan politie, justitie of het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie. Psychiaters en de Tweede Kamer vragen zich af of het medisch beroepsgeheim wel zo ver moet strekken, zeker als de ouders na de dood van Van der V. toestemming gaven voor inzage. Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) laat weten dat bescherming van de patiënt „niet in alle gevallen een absoluut gegeven” is en dat het beroepsgeheim „tegen het licht wordt gehouden”.

Van der V. was in 2006 al gedwongen opgenomen in een psychiatrische instelling. Dat zou hij zijn ouders niet in dank hebben afgenomen. Om de band met hem niet opnieuw te verstoren, zouden Van der V.’s ouders met hun zorgen over zijn wapenbezit niet naar de politie zijn gestapt maar naar de GGZ.

Het beroepsgeheim is geheim. Of niet? Pagina 7