Mijn land is me lang geleden afgepakt. Ik wil het terug

Veel Syriërs vrezen dat de betogers een islamitische staat van Syrië willen maken.

Want het merendeel van de demonstranten bestaat uit arme, conservatieve moslims.

Weggestoken in de nauwe steegjes van de oude stad van Damascus ligt een onopvallend café, populair bij Syrische journalisten, schrijvers en kunstenaars. In een hoek van het café zit Ali met een flesje Libanees bier in zijn hand. Wanneer de deur van het café openzwaait, kijkt hij zenuwachtig over zijn schouder om te zien wie er binnenkomt.

Ali, uit de noordelijke stad Raqqa, is sinds het begin van de protesten actief lid van de seculiere oppositie tegen het regime van president Assad. „Het voelt alsof ik geen vaderland heb, omdat ik ben opgegroeid in een land dat me geen rechten geeft. Het enige dat ik wil is mijn land terug, dat me lang geleden is afgepakt.”

In maart heeft hij ruim twee weken vastgezeten en nu wordt hij opnieuw gezocht door de veiligheidsdiensten. Om uit handen van de autoriteiten te blijven, verandert Ali elke paar dagen van verblijfplaats.

Ali vertelt dat de seculiere oppositie in Damascus de afgelopen maanden steeds meer ervaring heeft gekregen bij het organiseren van demonstraties. „Elke regio in Damascus heeft nu een lokaal comité met daarboven een overkoepelend orgaan”, zegt Ali. „Zij kiezen allereerst een geschikte plek uit voor een demonstratie, bijvoorbeeld een moskee. Vervolgens nemen zij via Skype contact op met de plaatselijke comités om te kijken hoeveel demonstranten naar deze plek kunnen komen. Als zij meer dan vijftig man op de been kunnen krijgen, gaat de demonstratie door.”

De meeste betogingen na het vrijdaggebed hebben echter een spontaan karakter. Ali erkent dat ze ontstaan zonder organisatie van bovenaf. „Soms horen wij over demonstraties in een bepaalde wijk, en dan zijn wij verbaasd dat mensen daar de straat op zijn gegaan om te protesteren.”

Er is sprake van een grote kloof tussen de georganiseerde seculiere oppositie tegen het bewind van president Assad en de betogers die de straat op gaan. Leden van de seculiere oppositie die onlangs in Damascus bijeenkwamen, verklaarden dat zij wel achter de demonstraties staan, maar niet in naam van deze mensen spraken.

Wat veel Syriërs schrik aanjaagt is dat het overgrote merendeel van de demonstranten bestaat uit arme, conservatieve moslims. Religieuze minderheden en welgestelde sunnieten vrezen dan ook dat de demonstranten een dubbele agenda hebben en van Syrië een streng islamitische staat willen maken.

Volgens Ali is deze angst echter niet gerechtvaardigd. „De revolutie heeft geen expliciet islamitisch karakter”, zegt hij. „Het klopt dat de demonstraties beginnen vanuit de moskeeën en zich concentreren in islamitische wijken, maar dit heeft een reden. Het vrijdaggebed is immers de enige mogelijkheid waarop mensen zich legaal kunnen verzamelen zonder dat de veiligheidsdienst hier tegen optreedt. Dat de demonstranten voornamelijk in de conservatieve buitenwijken van Damascus de straat opgaan, heeft te maken met het feit dat mensen in deze gesloten gemeenschappen elkaar goed kennen. Voor de veiligheidsdiensten is het dan ook niet eenvoudig om deze gebieden te infiltreren. In het centrum van Damascus zijn de veiligheidsdiensten daarentegen overal aanwezig.”

Volgens Ali zullen in en rond Damascus de demonstraties de komende weken alleen maar toenemen. Mogelijk zal de oppositie gebruikmaken van een nieuwe tactiek. „De afgelopen maanden verzamelden demonstranten zich steeds in de voorsteden en probeerden op te trekken naar de hoofdstad. Dit is vanwege de grote inzet en harde optreden van leger en veiligheidsdiensten echter vrijwel onmogelijk gebleken. Volgens de nieuwe methode zullen demonstranten uit de voorsteden al vóór het vrijdaggebed op individuele basis naar Damascus gaan om daarna na het gebed één van de grote centrale pleinen in de stad te bezetten.”

Ali geeft het regime nog tot de vastenmaand Ramadan (augustus). „Tijdens de Ramadan verzamelen de mensen zich elke avond in de moskee. De massale demonstraties die nu alleen nog vrijdags plaatshebben, zullen dan elke avond worden gehouden. Dan is er voor de regering geen houden meer aan.”