Kunnen we kredietbeoordelaars nog wel vertrouwen?

Moeten we ons lot laten afhangen van drie vrij kleine Amerikaanse bedrijfjes, die er bij de financiële crisis ook al helemaal naast zaten? De vraag wordt steeds indringender gesteld. In Portugal en Oostenrijk, in Brussel en Berlijn, overal in Europa groeit de kritiek op de macht van de kredietwaarderingsbureaus Moody’s, Standard & Poor’s, en Fitch Ratings.

Dit zijn degene die de financiële rapportcijfers uitdelen. Zij moeten investeerders een beeld geven hoe groot de kans is dat ze hun geld terugkrijgen als ze hun centen stoppen in bepaalde bedrijven of overheden. En als zij zeggen dat de bezuinigingsplannen van Portugal niet voldoende zijn, moet Lissabon direct meer rente betalen op het geld dat het wil lenen. Ook minister De Jager vroeg zich af of dit allemaal wel terecht was.

Jaren geleden wees de Amerikaanse columnist Thomas Friedman al op de enorme macht van deze bedrijven:

(Y)ou could almost say that we live again in a two-superpower world. There is the U.S. and there is Moody’s. The U.S. can destroy a country by leveling it with bombs; Moody’s can destroy a country by downgrading its bonds.

Nu komt de kritiek ook uit onverdachte hoek als eurocommissaris Reding, of de Duitse minister van Economische Zaken Rösler. Die constateren dat er een spiraal naar beneden dreigt te ontstaan. Een land komt in de problemen en probeert zich eraan te ontworstelen, een kredietwaarderingsbureau zegt het moeilijk wordt, daardoor moet een land nog meer rente betalen en komt het nog verder in de problemen, waardoor het nog moeilijker wordt, waardoor de te betalen rente weer hoger wordt, waardoor de problemen nog groter worden, etc. Moeten de rapporten niet worden opgeschort tijdens een financiële reddingsactie?

Het lijkt soms wel alsof de Amerikaanse kredietwaarderingsbureaus de dienst uitmaken in Europa. Wordt het geen tijd voor Europese kredietbeoordelaars? Hebben de drie bedrijven, die negentig procent van de markt bedienen, niet een twijfelachtige monopoliepositie? Schatten zij alles wel goed in? In een commentaar wijst Der Spiegel erop dat er nu eenmaal behoefte blijft aan onafhankelijke kredietbeoordelaars. En in de Financial Times schrijft commentator Wolfgang Münchau dat de rapportcijfers een nuttige indicatie geven welk reddingsplan haalbaar is en welk niet. Maar de vragen blijven. Waarom moet de politieke en financiële wereld zich nu laten leiden door dezelfde drie bedrijven die  er volledig naast hebben gezeten in de financiële crisis, en volgens sommigen zelfs mede schuld hebben daaraan?