Hotelletje pakken in een achterstandswijk

De Afrikaanderwijk in Rotterdam is een gebied met veel misdaad en armoede.

Toch zijn er twee hotels geopend. Wie komt slapen helpt de lokale economie.

De Afrikaanderwijk in Rotterdam-Zuid. Een wijk met hoge armoede- en misdaadcijfers en onlangs uitvoerig besproken in het rapport van het onderzoeksteam Deetman/Mans over de problematiek van Rotterdam-Zuid. Toch hebben Marian Cosman (57) en Rosanne Spruyt (20) uit een klein Drents dorp de Afrikaanderwijk gekozen voor een weekendje weg.

Moeder en dochter logeren bij Kus&Sloop, een van de twee hotels die het afgelopen jaar geopend zijn in het probleemgebied. Het andere hotel, het Thuispaleis, ligt in de naburige Tarwewijk. Beide hotels zijn ingericht door lokale kunstenaars, hebben als doel de wijkeconomie te verbeteren en laten de gast zien wat er wél leuk is in een achterstandswijk.

Kus&Sloop bestaat uit een vijftal leegstaande woningen die door kunstenaars zijn omgebouwd tot tijdelijke hotelkamers. Een initiatief van woningcorporatie Vestia, uitgevoerd door architectenbureau M.E.S.T. (Maatschappelijke Experimentele Stedelijke Transformatie). Waar leegstand normaliter makkelijk kan leiden tot verdere verpaupering van een wijk, wil het architectenbureau de leegstand benutten om de wijkeconomie vooruit te helpen.

„Ik ben in een voortdurende staat van verwondering”, zegt Marian Cosman, nadat ze enthousiast heeft verteld hoeveel etenswaren uit verschillende culturen ze de afgelopen dagen heeft geproefd. „Als twee Drentse vrouwen vallen we hier nogal op. Een wijkbewoner vroeg zich al af wat twee dames zoals wij nou doen in deze gevaarlijke wijk.”

De hotelgasten zeggen zich de afgelopen drie dagen nog niet onveilig te hebben gevoeld. Hun doel – „met eigen ogen zien hoe het leven in zo’n multiculturele wijk eruitziet” – is bereikt. Spruyt: „Ik lees veel in kranten over dit soort buurten en de problematiek. Zo lees ik bijvoorbeeld dat vrouwen met een moslimachtergrond nauwelijks buiten komen. Hier heb ik gezien dat hele groepen vrouwen samen lunchen in het restaurant om de hoek.”

De bewoners blijken bij navraag nog nooit van het hotel te hebben gehoord. Maar op het terras van café Akdeniz aan de Pretorialaan vertelt Bobby Sagir dat hij de laatste tijd „vreemde mensen” in de wijk heeft zien lopen. „Ik woon hier al 25 jaar en zie het gelijk als mensen hier niet thuishoren.” Hij is verdeeld over het hotel. „Mensen kijken op ons neer. Als ik zeg dat ik uit de Afrikaanderwijk kom, hebben mensen gelijk een beeld van me. Al is het goed dat er mensen zijn die de echte kant van Rotterdam willen ervaren.” Zijn vriend Sonar Tatli heeft zijn twijfels. „Ik vind het nogal neerbuigend als die mensen alleen maar komen omdat ze eens een achterstandswijk willen zien. De mensen hier hebben het anders goed.”

De initiatiefnemers benadrukken dat de inkomsten terugvloeien naar de bewoners. „Werkelijk alles wat wij gebruiken komt uit de wijk”, legt Marjolein Dekker van M.E.S.T. uit. „Het materiaal waarmee de kamers verbouwd zijn, de meubels, de matrassen. Voor het ontbijt doen we een beroep op de lokale middenstand.”

Ook de gasten dragen een steentje bij. Wie bij Kus&Sloop logeert, wordt geacht mee te doen met het dagelijks leven in de wijk. Ontbijten bij de Marokkaanse bakker en boodschappen doen op de Afrikaandermarkt. Ook een rondleiding ‘tot achter de voordeur’ of een feestje met buurtbewoners op de eigen hotelkamer behoren tot de mogelijkheden. Leegstaande gebouwen in de Afrikaanderwijk werden eerder vaak gebruikt als atelier door kunstenaars of tijdelijk verhuurd aan studenten.

De Drentse toeristen hebben hun weekend in de wijk als een verrijking ervaren. „Wat je hier ziet, lijkt af en toe wel op onze hechte dorpsgemeenschap in Drenthe”, zegt Cosman. „De cijfers staan er misschien slecht voor, wat je op straat ziet is soms echt hartverwarmend.”

Kemal Tonc, de eigenaar van het café, is blij met toeristen zoals Cosman, legt hij uit. Al betwijfelt hij of ze zijn café zullen bezoeken. „Of de gasten de wijk echt vooruit helpen, weet ik niet. Maar het is goed dat mensen op deze manier een beeld krijgen van hoe het is op straat in de Afrikaanderwijk.” Sagir is het met hem eens: „Ik hoop dat ze de wijk anders gaan zien. Maar toch vrees ik van niet. De politie komt hier dagelijks, omdat er weer iets is gebeurd.”