Hoe gevaarlijk is Al-Qaeda nog?

De Verenigde Staten zien het einde van het islamitische terreurnetwerk Al-Qaeda naderen. Althans, dat zegt de nieuwe Amerikaanse minister van Defensie, Leon Panetta. En generaal David Petraeus, toekomstig CIA-chef en nu nog NAVO-commandant in Afghanistan, is er ermee eens. Tien tot twintig leiders moeten worden opgeruimd. Dan is het voorbij.

Zou het echt waar zijn?

De centrale Al-Qaeda-organisatie, die eind jaren tachtig in het Afghaans-Pakistaanse grensgebied door Osama bin Laden werd opgericht, schreef zijn doodvonnis al op 11 september 2001 met de beruchte aanslagen in New York en Washington. De Amerikaanse woede was grenzeloos. Eerst werden Bin Laden en zijn medestanders hun Afghaanse vrijhaven uitgejaagd, en vervolgens werd het Al-Qaeda-leger gedecimeerd. Bin Laden zelf werd vijf weken geleden gedood.

De Amerikaanse ex-CIA-agent, psychiater en terrorismedeskundige Marc Sageman zei anderhalf jaar geleden al dat er door al die aanvallen operationeel weinig meer over was van het moederbedrijf. Maar het bleef dienen, zei hij, als bron van inspiratie.

De operationele taak van het moederbedrijf is langzamerhand overgenomen door dochters en franchisers elders in de islamitische wereld. Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb voert aanslagen uit van Algerije tot en met Marokko en heeft zich gespecialiseerd in ontvoeringen van westerse toeristen voor geld. De Amerikanen zelf riepen vorig jaar nog de in Jemen gevestigde fusie van de Al-Qaeda’s in Jemen en Saoedi-Arabië, Al-Qaeda-op-het Arabisch-Schiereiland, uit tot gevaarlijker dan de originele terreurorganisatie.

Jemen is langzaam aan het desintegreren. Dat geeft de Jemenitische Al-Qaeda steeds meer ruimte. Amerikaanse raketaanvallen op zijn leiders versterken het bestaande anti-Amerikanisme, wat prettig is voor zijn rekruteerders. Onder die omstandigheden is het misschien verstandig nog te wachten alvorens het Al-Qaeda-terrorisme dood te verklaren.