Groots spel van bedreigd orkest

Mozart Driedaagse, Radio Kamer Filharmonie o.l.v. Thomas Zehetmair. Gehoord: 8, 9, 10/7 Concertgebouw Amsterdam. ***

De doorgaans zorgeloze Robeco Zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw hadden dit weekend een grimmige bijsmaak. Drie avonden lang luisterde het publiek immers naar een orkest in opheffing: de Radio Kamer Filharmonie. De Oostenrijkse violist en dirigent Thomas Zehetmair, uitgenodigd voor een Mozart Driedaagse, maakte zich er in korte toespraken telkens weer kwaad om.

Zehetmair behoort, met celliste Quirine Viersen, trompettist Eric Vloeimans en pianist Enrico Pace, tot de meer prominente gasten van de zomerprogrammering. Maar hoe vurig zijn pleidooi ook was, in daden bleek Zehetmair een wisselvallig muzikaal pleitbezorger. Hij beheerst zijn techniek maar weet niet altijd te inspireren. Mozarts Symfonie nr. 38 was fris geknipt maar ook wat braaf. Schönbergs explosieve Kammersymphonie nr. 1 bleef door gebrek aan scherpe visie amorf. En hoewel Zehetmair het orkest adequaat liet begeleiden in Mozarts Pianoconcert nr. 27, was het pianiste Imogen Cooper die de show stal met haar delicate frasering en intieme, in het Larghetto zelfs fluisterende toucher.

Als violist probeerde Zehetmair juist teveel. In Mozarts Sinfonia concertante was de lijn tussen speels en krampachtig soms flinterdun. Dit in contrast met zijn echtgenote, altvioliste Ruth Killius, die bescheiden straalde met haar natuurlijk elan.

Toch kreeg de Radio Kamer Filharmonie nog volop gelegenheid haar hechte instrumentgroepen en flexibele solisten te etaleren. In Mozarts Symfonie nr. 41 (‘Jupiter’) en Schuberts Symfonie in C (‘Grote’) wist dirigent Zehetmair wél het vuur aan te wakkeren. Binnen de grote spanningsbogen klonken ragfijne spinsels in de violen en knisperende koperblazers. Eensgezind werden in de ‘Jupiter’ de schouders onder een grootse finale gezet. Dergelijk samenspel vergt jaren opbouw. Dit orkest laten verwateren is kapitaalvernietiging.