Goed onderwijs? Vertrouw de leraar

De zesjescultuur is ver weg op een van de grootste scholen van Finland. Veel vrijheid leidt tot grote betrokkenheid. Maar van zwarte scholen hebben ze nog nooit gehoord.

Zesjescultuur? Sofia en Tiia kijken niet-begrijpend als ik het begrip probeer uit te leggen. Aan het Engels van deze achttienjarige scholieren ligt het niet, dat is uitstekend. Maar het idee! Sofia: „Je hebt toch voor die vakken gekozen omdat je ze interessant vindt?’’ En Tiia verwijst naar de basisschool waarop de Finse scholieren van hun zesde tot hun vijftiende zitten: „Daar maakte het niet uit als jongens op de banken gingen staan schreeuwen. Maar nu is iedereen veel gemotiveerder en gefocused. Hier doe je zoiets niet. Dat leidt alleen maar af. Ik heb voor deze school gekozen om iets te leren.”

Misschien is het beeld op deze school in Vantaa, een voorstad van Helsinki, té rooskleurig. Vantaa is relatief rijk, en omdat de helft van de kosten wordt betaald door de lokale belastingbetaler, heeft de school redelijk wat armslag. Vandaar het prachtige talenlab, de studio’s voor radio, tv en muziekopnames, de tandarts en de psycholoog in huis. Maar in gesprekken met scholieren, docenten en beleidsmakers zijn de problemen waar het Nederlandse onderwijs mee worstelt, ver weg.

In Finland is geen maximale klassegrootte; je kunt als middelbare scholier ook met veertig leeftijdsgenoten in één klas zitten. De onderwijsinspectie is twintig jaar geleden afgeschaft. Het land geeft ongeveer 5,8 procent van het bruto binnenlands product uit aan onderwijs, minder dan het gemiddelde van de rijke Oeso-landen.

En toch, met relatief weinig geld, volle klassen en zonder inspectie, staat Finland bovenaan in de Pisa-testen waarmee het niveau van scholieren internationaal wordt vergeleken – de lichte daling van Nederland op die lijst was eind vorig jaar een argument voor minister van Onderwijs Van Bijsterveldt voor haar Actieplan Beter Presteren.

Hoe doen ze dat, die Finnen? Kristiina Volmani moet even lachen bij deze vraag. Ze is een topambtenaar in de Onderwijsraad, en herkent de gretige nieuwsgierigheid van buitenlandse bezoekers naar het geheim van het Finse onderwijs. „Eigenlijk is het heel eenvoudig’’, zegt Volmari. „Het draait allemaal om vrijheid, vertrouwen en betrokkenheid.”

Een belangrijk verschil met Nederland is de positie van de leraar. Leraren worden in Finland streng geselecteerd en goed opgeleid – een universitair diploma is verplicht. Maar daarna krijgen ze veel vrijheid in de aanpak van hun lessen. Ook de scholen hebben veel ruimte om naast een verplicht nationaal curriculum zelf te bepalen wat ze hun leerlingen bij willen brengen. Wie rotzooit valt door de mand, want aan het einde van de drie jaar secundair middelbaar onderwijs zijn er landelijke examens. Eindcijfers opkrikken met makkelijke schoolexamens is niet mogelijk.

„We eisen veel van leraren, maar daarna krijgen ze veel vertrouwen – en een fatsoenlijk salaris’’, zegt Volmari. Landelijk gezien is 95 procent van de leraren volledig gekwalificeerd, met een masterstitel. Er zijn vrijwel geen vacatures, en er zijn meer jongeren die leraar wil worden dan er plaatsen zijn. Op de opleidingen voor docenten voor het algemene basisonderwijs wordt 12 procent toegelaten. Van de aspirant-vakdocenten wordt 30 procent toegelaten.

„Natuurlijk gaan we geen mensen opleiden die we niet nodig hebben’’, zegt Volmari. „Op de universiteiten is voor vrijwel alle richtingen een numerus clausus. Je wordt getest op kennis en persoonlijkheid. Waarom zou de staat betalen voor iemand die niet goed is, of niet gemotiveerd?’’

Jussi Yli-Vakkuri, docent Engels en Spaans op de Vaskivuorischool in Vantaa, beaamt dit. „In het algemeen zijn de leraren in Finland erg betrokken bij hun school omdat ze veel autonomie hebben. Er is ook veel dialoog tussen schoolleiding en vakleraren bij het plannen van het schooljaar. En als er iets mis gaat, komen de ouders meteen in het geweer. Die worden door de scholen nauw betrokken bij de gang van zaken.’’

Vergeleken met andere Europese landen zit Finland wel in de luxe situatie dat er relatief weinig immigrantenkinderen zijn met een taalachterstand. Volmari van de Onderwijsraad zegt dat de problemen nog goed op te vangen zijn door kinderen van immigranten al jong extra taalonderwijs te geven. Zij krijgen individuele begeleiding van iemand die de taal van hun ouders spreekt. „In het onderwijs hebben we nog nauwelijks te maken met de gevolgen van immigratie’’, zegt Volmari. „Het is nog altijd zo dat in het algemeen jongens een grotere kans hebben om slecht te scoren op de Pisa-test dan kinderen van immigranten.’’ Want ook in Finland doen jongens het slechter op school dan meisjes.

Op de Vaskivuorischool loopt maar een handvol meisjes rond met een hoofddoek. Ook al is dit met meer dan duizend leerlingen een van de grootste middelbare scholen van Finland, veel gekleurde gezichten zie je er niet. De scholieren die een rondleiding geven door het gebouw, hebben ook nog nooit gehoord van zoiets als zwarte scholen.

Ze zijn trots op hun school, blij met hun leraren – ook als de rector er niet bij is. Alleen: het eten. Vanaf kwart over elf ’s ochtends wordt in de schoolkantine een warme maaltijd geserveerd. En op dat punt zouden de meeste Europese landen Finland ruim verslaan.