En nu nog Nederlandse excuses voor Srebrenica

Het is nu feitelijk bewezen dat Dutchbat in Srebrenica verkeerd heeft gehandeld.

Laat Nederland zich niet langer verschuilen achter de Verenigde Naties.

Het hof heeft gesproken. Dutchbat had op 13 juli 1995 Rizo Mustafic en de familie Nuhanovic niet van de compound van de Verenigde Naties af mogen sturen. Door dat wel te doen, heeft Dutchbat deze slachtoffers de dood ingestuurd. Gisteren is Rizo Mustafic begraven in Srebrenica.

Ibro Nuhanovic mocht van Dutchbat op het allerlaatste moment blijven. Zijn jongste zoon moest weg. Ibro is met hem meegegaan. Dat was zijn eigen keuze, vindt de staat. Nee, zegt het hof: „Het hof acht het in de gegeven omstandigheden begrijpelijk en voorzienbaar dat Ibro ervoor zou kiezen mee te gaan met zijn minderjarige zoon.” Ook zijn dood komt dus voor rekening van de staat. Het hof stelt bovendien vast dat Dutchbat aan het eind van de middag van 13 juli had moeten weten dat van een evacuatie geen sprake was waar het de weerbare mannen betrof.

Erkenning van de feiten is het begin van gerechtigheid. „Stel in elk geval vast wat er gebeurd is”, heeft Hasan Nuhanovic – de zoon van Ibro Nuhanovic – steeds gezegd tegen de Nederlandse rechter. Het vonnis in eerste aanleg tegen de Nederlandse staat noemde niet eens zijn naam.

De feiten zijn doorslaggevend om naleving van het recht te verzekeren. Zonder de feiten bestaat geen aansprakelijkheid. Nu staan ze vast. Daar kan niemand meer aankomen.

Die waarheid kan andere slachtoffers van Srebrenica helpen. Gerechtigheid voor de nabestaanden van de mannen die op 13 juli naar de VN-basis zijn gevlucht, net als Nuhanovic en Mustafic. Het hof heeft vastgesteld dat Dutchbat op de avond van 12 juli en de ochtend van 13 juli al volop signalen kreeg van ernstige misdrijven die de Bosnische Serviërs begingen tegen de moslimmannen. Met die wetenschap hadden ze de vluchtelingen niet mogen wegsturen.

De staat zal de vraag of hij aansprakelijk is voor het handelen van zijn militairen in Srebrenica waarschijnlijk willen voorleggen aan de Hoge Raad. Als de staat in cassatie gaat, zal hij willen betogen dat de Verenigde Naties aansprakelijk zijn en niet Nederland. Dat is altijd de kern geweest van het verweer van de staat. Het was een VN-missie, dus de slachtoffers zijn bij ons aan het verkeerde adres. Ze moeten in New York zijn. Dat betekent dat volgens de staat de feiten er helemaal niet toe doen. Wat de Nederlandse militairen precies hebben gedaan, is irrelevant. Het was een VN-missie.

Maar het zijn en blijven toch onze militairen?

De juridische vlag verandert niets aan de beoordeling van hun gedrag. De redenering dat het gedrag van onze militairen er niet meer toe doet als het een VN-missie betreft, is verkeerd en gevaarlijk voor toekomstige missies waaraan we zullen deelnemen.

Zoals in diverse media naar voren kwam, zullen Nederland en andere landen niet meer willen bijdragen aan missies als ze zelf aansprakelijk kunnen worden gesteld voor fouten. Ook de landsadvocaat heeft dit in de rechtszaal steeds gesteld. Een kromme redenering. We doen wel mee, maar nemen geen verantwoordelijkheid. Kennelijk vindt de regering het risico te groot dat er iets misgaat.

Moeten we dan überhaupt wel willen meedoen? Moet niet het uitgangspunt zijn dat we in beginsel bereid zijn om te staan voor het gedrag van onze militairen, ongeacht de juridische paraplu waaronder ze vallen?

Allerlei redenen zijn denkbaar om niet mee te doen – bijvoorbeeld als de militairen op pad worden gestuurd zonder uitvoerbaar mandaat. Bij twijfel moeten we niet meedoen aan een VN-vredesmissie, maar het afschuiven van aansprakelijkheid in het onverhoopte geval dat het dan toch mis gaat, mag geen rol spelen bij de beslissing om mee te doen aan een vredesmissie.

De vraag of de staat voor het handelen van zijn militairen in Srebrenica aansprakelijk is, zou de slachtoffers niet mogen raken. Het is een vraag die ambtenaren in Den Haag en New York samen moeten oplossen. Het hof heeft nu definitief vastgesteld dat de slachtoffers onrecht is aangedaan. Ook hebben de slachtoffers schade geleden. Of die schade door blauwe of groene helmen is veroorzaakt, zou voor de slachtoffers irrelevant moeten zijn. Zij hebben recht op compensatie.

Financiële compensatie is een vorm van rechtsherstel, maar het behoeft geen betoog dat geld voor de slachtoffers van Srebrenica geen volledig bevredigende vorm van rechtsherstel is. De gedachte die bij velen leeft, dat het procederende slachtoffers om geld gaat, getuigt van weinig inzicht in het leed waaronder slachtoffers gebukt gaan.

Andere vormen van rechtsherstel zijn geboden. Begin met excuses van Nederland aan de slachtoffers voor het hun aangedane leed – niet alleen aan de families Mustafic en Nuhanovic, maar aan alle slachtoffers.

Liesbeth Zegveld is advocaat, gespecialiseerd in rechtsmiddelen voor oorlogsslachtoffers. Dit is de bekorte versie van de toespraak die zij gisteren hield tijdens de Nationale Srebrenicaherdenking op het Plein in Den Haag.